Venezuela: revolutionaire breuk met kapitalisme nodig om uit impasse te raken

De afgelopen dagen was er heel wat aandacht voor de situatie in Venezuela. Eerst was er de mislukte poging om president Maduro te vermoorden, vervolgens werd ingezoomd op de vreselijke economische situatie in het land. Dit leidt nu ook tot vluchtelingenstromen. In onderstaande analyse van Izquierda Revolucionaria, onze zusterorganisatie in Venezuela, wordt nagegaan hoe de reactie en het imperialisme kunnen bestreden worden.

Op zaterdag 4 augustus waren er verschillende explosies op de Bolivarlaan in Caracas. Daarmee werd de toespraak van president Nicolas Maduro tijdens een parade voor de 81steverjaardag van de Venezolaanse Nationale Garde verstoord. De explosies zorgden voor paniek. Maduro, zijn vrouw en militaire leiders werden meteen ontzet. Die avond kondigde de minister van Informatie, Jorge Rodriguez, aan dat er een terroristische aanslag met drones vol explosieven had plaatsgevonden. Hij zei dat zeven soldaten gewond waren en verschillende mensen opgepakt. De aanval werd toegeschreven aan extreemrechts.

De oppositiejournalist Patricia Poleo bevestigde deze versie van de gebeurtenissen en publiceerde een verklaring door een groep die zich de “soldaten van Franela” noemt en verantwoordelijkheid voor de aanslag opeiste. De groep in kwestie bestaat uit volgelingen van militaire leider Oscar Perez die verbonden is met extreemrechts en omkwam bij een confrontatie met de Nationale Garde op 15 januari van dit jaar. Oscar Perez was ook verantwoordelijk voor de terroristische aanslag op het Hooggerechtshof in juni 2017. De verklaring stelde dat deze aanslag onderdeel is van “operatie Feniks” dat als doel heeft om Maduro om te brengen en de regering ten val te brengen. Een dag later wees Maduro zelf met beschuldigende vinger naar de aftredende president van Colombia, Juan Manuel Santos, die recent had opgeroepen voor het omverwerpen van de Venezolaanse regering.

Het gewelddadige karakter van de Venezolaanse rechterzijde

Het gewelddadige en terroristische karakter van de Venezolaanse rechterzijde is niet nieuw. De gevestigde media, rechtse regeringen doorheen de wereld en zelfs grote delen van de sociaaldemocratie stellen deze elementen voor als “oppositiekrachten die voor democratie opkomen.” De realiteit is dat deze krachten de gewoonte hebben om tot geweld en terreur over te gaan: van de extreemrechtse staatsgreep van 2002 waarmee ze de democratisch verkozen Hugo Chavez probeerden om te brengen en zijn aanhangers op te pakken, tot de zogenaamde ‘guarimbas’: terroristische acties die aangemoedigd worden door de leiders van de ‘oppositie’ zoals Leopoldo Lopez of Henrique Capriles Radonski.

Bij de laatste ‘guarimba’ tussen maart en juli 2017 vielen er meer dan 100 doden en waren er zelfs gevallen van mensen die levend verbrand werden omdat ze zich Chavistas noemden (aanhangers van Chavez). Deze terreurmethoden waren een belangrijke reden voor de nederlaag van het offensief van de oppositie en de poging van de rechtse oppositiecoalitie MUD om de macht te nemen.

Het doel is om angst te zaaien, het land te verlammen en vervroegde verkiezingen voor de Nationale Grondwettelijke Raad (ANC) te bekomen. Dit heeft geleid tot massale tegenmobilisatie waardoor de plannen van de rechterzijde en zijn broodheren (VS-imperialisme en de reactionaire regeringen van Colombia, Brazilië en Argentinië) opnieuw in duigen vielen.

Een jaar na de parlementsverkiezingen: van mobilisatie en hoop tot frustratie en ontbering

De aanslag van 4 augustus vond exact een jaar na de regeringsoverwinning in de parlementsverkiezingen plaats. In die verkiezingen gingen miljoenen van de armsten in het land stemmen om de machtsgreep van de rechterzijde af te blokken. Miljoenen Chavista-kiezers gebruikten de verkiezingen om hun ongenoegen te uiten over het kapitalistische beleid van de regering-Maduro. Ze deden dit door kritische kandidaten naar voren te schuiven en te ondersteunen om zo een bocht naar links te eisen.

Sindsdien bestond het antwoord van Maduro, het staatsapparaat en de bureaucratie van de PSUV (de heersende partij) uit het verdelen, isoleren en repressief onderdrukken van alle kritische linkse bewegingen. Tegelijk werd het beleid van akkoorden met delen van het Venezolaanse kapitalisme versterkt. Dit gebeurde op advies van internationale adviseurs (in het bijzonder van de Chinese regering die heel wat kredieten aan Venezuela heeft gefinancierd). Het doel is niet om de revolutie te verdedigen of te beschermen, maar om het Venezolaanse kapitalisme te stabiliseren met zichzelf in een leidinggevende positie, waarbij in de praktijk de meeste linkse maatregelen die door Chavez onder druk van de bevolking werden genomen terug verdwijnen.

Maduro heeft een duidelijke bocht naar rechts genomen. Zijn economisch beleid heeft geleid tot constante prijsstijgingen en aanvallen op de lonen en rechten van werkenden. Hij geeft veel geld gegeven aan de nieuwe kapitalisten die uit de rangen van de bureaucratie voortkomen en aan die delen van de traditionele burgerij die aansturen op akkoorden met de regering. Hij liet multinationals uit China, Iran en Rusland – zogenaamde ‘bevriende naties’ – toe om grote winsten te boeken dankzij gemengde bedrijven en handelsakkoorden waarmee de nationale rijkdommen worden uitgebuit.

Een deel van de kapitalisten en het VS-imperialisme is nog steeds voorstander van een economische ineenstorting om de eigen sociale basis terug op te bouwen en een regering te vestigen zoals in Brazilië, Argentinië of Colombia. Een ander deel wil akkoorden met de regering, toch zeker op korte termijn. Dit deel wil dat Maduro zelf of delen van de militaire leiding of bureaucratie, met een ‘chavista’-retoriek, de overgang leiden waarbij de verworvenheden van het revolutionair proces worden afgebouwd.

Deze bocht naar rechts gebeurt in een context waarin de overgrote meerderheid van de werkenden en armen vechten om te overleven. De afgelopen drie jaar is het totaal verlies aan BBP volgens bepaalde bronnen opgelopen tot 40% – dat is een situatie die enkel kan vergeleken worden met de impact van een oorlog. De jaarlijkse inflatie bedraagt volgens het IMF ongeveer 46.000%, met de voorspelling dat het kan oplopen tot het onwaarschijnlijke cijfer van 1 miljoen procent! Het is moeilijk om een exact beeld te hebben nu de centrale bank gestopt is met het publiceren van informatie.

Versterking van bonapartistische en bureaucratische tendensen in de regering

Pogingen van kritische lagen binnen de Chavista basis en van de arbeidersbeweging om de strijd tegen deze situatie te organiseren, bleven erg beperkt omwille van de moeilijkheden die gepaard gaan met de economische ineenstorting. Dit maakt het moeilijk om mensen te betrekken en te organiseren. Er is een breed gedragen demoralisatie en scepticisme als gevolg van de bocht naar rechts en het gebrek aan een eengemaakte en onafhankelijke organisatie van de werkende klasse met een duidelijk programma dat de eisen van de bevolking koppelt aan een linkse oppositie tegen de bureaucratie.

Bovenop het rampzalige economische beleid is er het probleem van de bureaucratische controle op de massale organisaties die ontwikkelden in de periode van economische groei. Het gaat om de vakbondsfederatie CSBT en de partij PSUV. Die laatste is steeds meer herleid tot een bureaucratische machine waarin elke dissidente stem meteen de kop wordt ingedrukt.

De PSUV handelt als een verlengstuk van het staatsapparaat, op een manier die doet denken aan de communistische partijen in de voormalige stalinistische staten zoals de Sovjet-Unie. Het verschil is echter dat Venezuela geen gedeformeerde arbeidersstaat met een gelande economie is, maar een kapitalistische staat met kapitalistische productieverhoudingen en een grote afhankelijkheid van de wereldmarkt (omwille van het belang van olie voor de economie).

Deze ontwikkeling waarbij een revolutie niet wordt doorgezet en omgevormd tot een echte socialistische revolutie op basis van arbeidersdemocratie is niet nieuw in de geschiedenis. Iets gelijkaardig gebeurde in Nicaragua onder de Sandinisten, met de gevolgen die nu algemeen bekend zijn. Maduro en zijn aanhangers hebben een model waar ze naar kijken: China, dat duidelijk pleit voor een vorm van staatskapitalisme met een autoritair bonapartistisch regime dat elke band met revolutionaire tradities heeft doorgeknipt.

Zoals met elk bonapartistisch regime wordt geprobeerd om de interne tegenstellingen onder controle te houden. Delen die te ver gaan met hun corrupte praktijken of die een te abrupte bocht naar rechts voorstelden, werden weg gezuiverd uit angst dat ze een sociale explosie zouden veroorzaken. Ondanks de verklaringen van Maduro over socialisme en revolutie, bestaat zijn beleid uit het gebruiken van het staats- en partij-apparaat, aangevuld met vriendendiensten en selectieve repressie tegen kritische stemmen, om zo het kapitalisme te beheren en zelf aan der macht te blijven.

Een van de mogelijke gevolgen van de aanslag van 4 augustus is dat de bureaucratie er gebruik van maakt om een versterking van de bonapartistische en autoritaire maatregelen te rechtvaardigen en om de tendens van criminalisering van protest en linkse kritiek op te voeren.

Er is geen uitweg onder het kapitalisme

Na vernederende nederlagen in de regionale en lokale verkiezingen van oktober en december 2017 was de MUD niet in staat om een eengemaakte campagne te voeren in de presidentsverkiezingen van mei dit jaar. Bang van een nieuwe afgang, besloten de meeste partijen in de MUD-alliantie om niet op te komen. De alliantie werd vervolgens ontbonden en er is een nieuwe strategie onder een deel van de contrarevolutie oppositie. Deze strategie bestaat erin dat gebruik wordt gemaakt van de vreselijke economische situatie en het ongenoegen om een zogenaamd “Breed Front” (FA) op te zetten. Het doel is om naar buiten toe het gediscrediteerde apparaat van de traditionele rechtse partijen achterwege te laten en FA voor te stellen als een front van sociale bewegingen. Voorlopig heeft dit niet tot succes geleid en blijft de basis van rechts voornamelijk passief en gedemoraliseerd.

In de presidentsverkiezingen haalde Maduro het met een opkomst van minder dan 50% en de steun van minder dan 30% van de kiezers. Het imperialisme en zijn Venezolaanse marionetten weigerden het resultaat te erkennen, maar de oproepen tot straatprotest waren weinig succesvol. De bureaucratie probeerde het resultaat neer te zetten als een grote overwinning, maar daar werd algemeen doorgekeken. Het record aantal mensen dat niet ging stemmen en de apathische sfeer tijdens de campagne toonden hoe de autoriteit van het regime afgetakeld is, zeker indien het vergeleken wordt met het enthousiasme bij de verkiezingsoverwinningen van Chavez, de eerste overwinning van Maduro in 2013 en zelfs de parlementsverkiezingen een jaar geleden.

Het ongenoegen onder de bevolking kan nog verder toenemen met de nieuwe maatregelen van de regering. Verschillende verantwoordelijken voor het economisch beleid deden aankondigingen: stopzetten van de controle op de ruilwaarde van de Venezolaanse munt, omdat deze controle volgens hen de inflatie niet tegenhoudt maar net versterkt. De fundamentele kwestie blijft de ineenstorting van de productieve economie en de investeringsstaking, naast de plundering van de olierijkdom door de kapitalisten en de bureaucratie. Met of zonder muntcontrole, zou het erg moeilijk zijn voor brede lagen van de bevolking om te ontsnappen aan de ellende en de tekorten.

Voor een socialistisch programma dat ingaat tegen kapitalisten en bureaucraten. Alle macht aan de werkenden en armen

De situatie in Venezuela kan niet los gezien worden van de politieke en economische processen in de rest van Latijns-Amerika en de wereld. In de huidige context is de ruimte voor een stabiele contrarevolutie in Venezuela (door de rechterzijde of de bureaucratie zelf) niet even groot als in andere historische perioden. Er is een verscherping van de klassenstrijd op het continent met massale mobilisaties in Brazilië en Argentinië, de historische verkiezingsoverwinning van AMLO in Mexico, de groei van de linkerzijde in Colombia en de opstandige beweging in Nicaragua.

De campagne van de PSUV-leiding om de massale beweging in Nicaragua te veroordelen door het te vergelijken met de ‘guarimbas’ in Venezuela is symptomatisch. Het is de werkende klasse en de basis van de Sandinisten die zich mobiliseert, organen van zelforganisatie opzet en actief ingaat tegen de brutale repressie en het kapitalistische beleid van de burgerlijke bonapartistische regering van Daniel Ortega. Nicaragua is een voorbeeld van wat er gebeurt als de leiding die uit een revolutionaire beweging voortkomt overstapt naar het kamp van de kapitalistische klasse en maatregelen neemt tegen de werkenden en armen.

Het zwakke en parasiterende Venezolaanse kapitalisme kan de meerderheid van de bevolking geen waardig leven aanbieden. De internationale heersende klasse stelt de rampzalige toestand in Venezuela voor als het resultaat van ‘socialisme.’ In werkelijkheid werd de Bolivariaanse revolutie niet doorgezet. Chavez voerde progressieve hervormingen door die de levensstandaard verhoogd hebben. Maar er werden nooit maatregelen genomen om een einde te maken aan het kapitalisme. De banken, grootgrondbezitters of grote bedrijven werden niet in publieke handen genomen. De kapitalistische staat met zijn bureaucratie en instellingen bleef ongemoeid. Er was nooit een staat die geleid werd door werkenden en armen.

Het enige alternatief is meer dan ooit een oprecht socialistisch programma dat voor eens en voor altijd de economische en politieke macht uit handen van de kapitalisten en bureaucraten haalt om deze in handen van de werkenden en armen te brengen.

Izquierda Revolucionaria komt voor een dergelijk socialistisch programma op:

  1. Directe arbeiderscontrole in alle publieke en private bedrijven om op te komen voor een bevriezing van de prijzen, lokale voedselproductie en invulling van de noden van de bevolking tegen de sabotage van de kapitalisten en de bureaucratie.
  2. Loonsverhogingen boven de inflatie. Discussie en toepassing van collectieve loonakkoorden. Alle personeelsleden van onderaannemers moeten daarin betrokken worden en vaste contracten krijgen. Intrekking van de ontslagen van alle revolutionaire activisten die afgedankt werden door bazen en bureaucraten. Een uitkering voor alle werklozen.
  3. Inbeslagname en nationalisatie van alle gesloten en onderbenutte bedrijven en braakliggende grond, met de onmiddellijke aanwerving van arbeiders, boeren en studenten om er te werken onder democratische arbeiderscontrole. Nationalisatie van alle bedrijven die de economie saboteren.
  4. Creatie van een staatsbedrijf met een monopolie op buitenlandse handel. Democratische arbeiderscontrole om te strijden tegen speculatie, inflatie en corruptie en om ervoor te zorgen dat iedereen voldoende voedsel heeft.
  5. Nationalisatie van de banken, grote boerderijen en de industrie onder arbeiderscontrole om de hele economie democratisch te plannen gericht op de belangen van de bevolking.
  6. Creatie van een publiek gezondheidsstelsel dat gratis is en degelijke dienstverlening aanbiedt. Onteigening van private ziekenhuizen om ze onder democratische controle te plaatsen zodat er gezondheidszorg voor iedereen is, zonder onderscheid en discriminatie.
  7. Voor het opzetten van een publiek bouwbedrijf dat werk maakt van infrastructuur, huisvesting, universiteiten, … onder democratische controle en als onderdeel van een plan om 500.000 woningen per jaar te bouwen en het tekort aan huisvesting op drie jaar op te lossen.
  8. Niet-betaling van buitenlandse schulden. De imperialisten leggen ons ellende op via sancties en door ons te laten opdraaien voor hun massale accumulatie van rijkdom.
  9. Voor een socialistische staat gebaseerd op comités van werkenden, boeren en studenten die zich organiseren op lokaal, regionaal en nationaal vlak. Alle vertegenwoordigers moeten verkozen worden en permanent afzetbaar door de algemene vergaderingen van hun sector. Vertegenwoordigers moeten minstens om de zes maanden verantwoording afleggen aan hun basis en mogen niet meer verdienen dan het gemiddeld loon van een geschoolde arbeidskracht, om zo een einde te maken aan de corrupte bureaucratie.

Noch de kapitalisten, noch de bureaucraten! Alle macht aan de werkenden en armen!

Print Friendly, PDF & Email