Waarom Rosa Luxemburg voor ons een voorbeeld is

Met de naam ROSA leggen we bewust de link naar zowel Rosa Parks, de voorvechtster van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, als de Pools-Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg (1871-1919). Luxemburg was één van de leiders van de novemberrevolutie in Duitsland exact 100 jaar geleden. Brutale repressie tegen een protestbeweging in januari 1919 leidde tot de moord op onder meer Luxemburg.

Rosa Luxemburg groeide op in het door tsaristisch Rusland bezette deel van Polen. Omwille van haar eerste stappen in de revolutionaire beweging moest ze het land ontvluchten en kwam ze in Zwitserland terecht en nadien vestigde ze zich in Duitsland. Daar werd Rosa Luxemburg aanvankelijk vooral ingezet om de arbeiders in het bezette deel van Polen te organiseren. Rosa Luxemburg wilde zich echter niet beperken tot haar rol van Poolse migrante van Joodse afkomst of haar rol als vrouw. Ze had het als Poolse vrouw niet gemakkelijk, ook niet binnen de Duitse socialistische partij SPD, maar ze wilde een centrale rol in de strijd voor socialistische verandering spelen. Dergelijke verandering zag Rosa als enig antwoord op specifieke vormen van onderdrukking. Strijd voor vrouwenrechten – in die tijd vooral rond de kwestie van stemrecht – was volgens Rosa “slechts één uitdrukking en een onderdeel van de algemene bevrijdingsstrijd van de werkende klasse. Daarin ligt de kracht en de toekomst van vrouwenstrijd.”

Samen met anderen, zoals Clara Zetkin en Karl Liebknecht, verzette Rosa Luxemburg zich consequent tegen de reformistische tendensen binnen de socialistische beweging. Die tendens zag onmiddellijke kleine hervormingen als manier om stap per stap tot een socialistische samenleving te komen. Rosa verzette zich daar niet alleen tegen, ze beargumenteerde op schitterende wijze het failliet van het reformisme in haar brochure ‘Hervorming of revolutie.’ Niet dat Luxemburg tegen hervormingen in het voordeel van de werkende klasse was: ze zag hervormingen als belangrijke stappen in de opbouw van een krachtsverhouding die nodig is om tot fundamentele maatschappijverandering te komen. Als één van de eersten benadrukte Luxemburg ook het belang en de rol van algemene stakingen.

Als gevolg van de verstikkende rol van de SPD-leiding voor wie de beweging alles was en het socialistische einddoel niets, kantte Luxemburg zich tegen wat zij een te gecentraliseerde nationale revolutionaire organisatie vond. Dit was geen verzet tegen organisatie op zich: samen met haar levenspartner en kameraad Leo Jogiches lag ze zelf aan de basis van de Poolse socialistische partij SDKPiL en binnen de SPD deed ze er alles aan om een revolutionaire kern bijeen te houden.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, waartegen ze zich consequent verzette, omschreef ze de sociaaldemocratie als een ‘rottend lijk.’ Haar politieke opstelling bracht Rosa opnieuw in de gevangenis in 1916. “Mens zijn betekent je hele leven in ‘de weegschaal van het lot’ gooien, maar tegelijk evengoed dat je kan genieten van elke zonnige dag en elke mooie wolk,” schreef ze vanuit de gevangenis.

De oorlogsmoeheid was algemeen tegen 1918: dit bloedbad was niet in het belang van de werkenden, maar van de imperialistische machten en de kapitalisten. Overal ontstonden bewegingen die inspiratie en enthousiasme haalden uit de Russische Revolutie. Ook in Duitsland was dit het geval. In november 1918 kende de beweging een hoogtepunt: overal vormden werkenden hun eigen raden en namen ze de macht en de samenleving zelf in handen. De novemberrevolutie toonde het potentieel, maar leidde niet tot een breuk met het kapitalisme. De Keizer verdween van het toneel en er was een kiem van een arbeidersregering op basis van de arbeiders- en matrozenraden. De kapitalisten moesten enorme toegevingen doen om hun systeem overeind te houden, de belangrijkste bondgenoot daartoe vonden ze bij de SPD-leiders.

Jammer genoeg was er geen voldoende sterke en eengemaakte revolutionaire stroming die doorheen Duitsland richting kon geven aan de bewegingen en die met voldoende tactische inzichten kon bouwen aan een eenheidsfront van alle socialistische arbeiders. Er volgden na de novemberrevolutie nog tal van bewegingen die tot een andere samenleving wilden komen. Het gebrek aan een voldoende uitgebouwde organisatie met gestaalde kaders liet zich daarbij voelen: het ontbrak aan nationale coördinatie en de contrarevolutie kon de beweging stad per stad breken.

In januari 1919 werd in Berlijn een voorbeeld gesteld: de beweging liep daar voor op de rest van het land, waardoor de contrarevolutie zich volledig op de hoofdstad kon richten. De revolutionairen werden brutaal aangepakt: leiders als Luxemburg en Liebknecht werden vermoord. Hierdoor kon de Duitse Revolutie niet langer rekenen op de meest vooruitziende voortrekkers die in de bewegingen tussen 1919 en 1923 een verschil hadden kunnen maken om het revolutionaire potentieel van verandering te realiseren. Het falen van de Duitse revolutie opende de weg voor de barbarij van het nazisme. Jammer genoeg werd de slogan van Rosa Luxemburg ‘socialisme of barbarij’ op deze manier bevestigd.

Voor Luxemburg stond de strijd voor socialisme centraal in haar leven. Haar goede vriendin en strijdgenoot Clara Zetkin vatte het na haar dood samen: “Rosa Luxemburg gaf het socialisme alles wat ze kon geven. Er zijn geen woorden om haar wilskracht te vatten, de belangeloosheid en de toewijding die ze aan de zaak gaf.”

Print Friendly, PDF & Email