10 doelstellingen van een antikapitalistisch noodprogramma

Na ‘8 vragen in verband met de oproep van 1 mei 2012 van ABVV-Charleroi-Zuid-Henegouwen’ pakt het gewest uit met een nieuwe brochure op 15.000 exemplaren (de Nederlandstalige versie van deze brochure komt er aan). In dit dossier bekijkt ERIC BYL de nieuwe brochure.

De vorige brochure stelde het beleid in vraag dat de vakbondstop de voorbije jaren voerde. Dat was, en is nog steeds, gericht op het vermijden van een rechtstreekse confrontatie met de patroons door wederzijdse verstandhouding af te kopen, desnoods door het sociaal overleg te smeren via de overheid en/of onze sociale zekerheid. Daarvoor wordt beroep gedaan op ‘bevriende’ politici. Zij trachten met de politici van de patroons ‘eerbare’ compromissen te onderhandelen. Interprofessionele mobilisaties dienen niet langer om een gunstiger krachtsverhouding af te dwingen in de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal, maar hooguit om de bevriende politici te onderstutten. Het resultaat is dat de vakbondsapparaten steeds dieper geïntegreerd worden in het systeem dat nochtans de meest gunstige voorwaarden voor het kapitalisme nastreeft, sociale vrede inbegrepen.

In een periode van economische groei en met sterke vakbonden kan dit ondanks de beperkingen resultaat opleveren, maar als crisis de marges doet krimpen, wordt die politiek van integratie en steunen op bevriende politici niet gewoon onvoldoende maar ronduit contraproductief. Het ABVV gewest Charleroi-Zuid Henegouwen is het eerste om zo openlijk te pleiten voor een andere, meer strijdbare opstelling, voor het uitbouwen van een reële krachtsverhouding en voor een breuk met de zogenaamde bevriende politici. Het weerspiegelt een trend die ook in andere gewesten en centrales leeft en dat al sinds de onvrede over het generatiepact. In de Brusselse lokale en regionale besturen, in de bediendenbond van het ACV, in de Algemene Centrale van Antwerpen… sluimeren vergelijkbare frustraties over de politieke partners. Voorlopig staat het gewest Charleroi-Zuid Henegouwen nog alleen, maar dat is slechts een kwestie van tijd. Van patronale zijde hebben enkelen de politiek van compromissen trouwens al langer eenzijdig opgeblazen. De dijkbreuk aan patronale aanvallen komt er echter nog aan… na de verkiezingen van eind mei 2014.

Offensieve opstelling nodig

De doelstellingen van de patroons zijn alom gekend. Zij zitten al sinds het begin van de jaren ’80 in het offensief. Om competitief te zijn in een geglobaliseerd kapitalisme willen ze meer flexibiliteit, een lage loonsector, langer werken en lagere, in de tijd beperkte uitkeringen om de competitie tussen arbeiders voor een plaats op de arbeidsmarkt op te drijven. Via liberalisering en privatisering eisen ze alles op wat rendeert. Wat niet of onvoldoende winst oplevert, moet eerst gesaneerd, dan verkocht of gesloten worden. Dat is de overlevingsstrategie van het patronaat. Veel ruimte voor compromis is er niet, haar overleven kan ze immers enkel bekomen ten koste van de arbeiders. De politici, ook de bevriende partners van de vakbondsapparaten, lopen elkaar voor de voeten om aan te tonen dat zij de beste garantie zijn om dit beleid door te voeren. In die omstandigheden is een defensieve syndicale politiek catastrofaal. Vanuit het standpunt van de arbeidersbeweging worden de compromissen steeds minder ‘eerbaar’ en van langsom ‘rotter’.

De enige overlevingsstrategie die de arbeidersbeweging in die omstandigheden kan redden, is een offensieve. Het uitgangspunt mag niet zijn hoe we de patroons kunnen helpen in de competitie met hun buitenlandse concurrenten, maar integendeel wat nodig is om iedereen, ook de arbeiders, een menswaardig bestaan te garanderen. Het antikapitalistisch noodprogramma van het ABVV-gewest tracht daar in tien hoofdstukken aan te beantwoorden. We kunnen dat hier niet integraal publiceren, maar de lezer kan het programma bestellen, zowel bij LSP (info@socialisme.be) als rechtstreeks bij het gewest (fgtbcharleroi@fgtb.be). Voorlopig is het enkel in het Frans beschikbaar.

Centrale eisen

We willen de belangrijkste eisen oplijsten, al was het maar om de zin naar meer op te wekken. In het hoofdstuk over massale werkloosheid pleit het gewest onder meer voor het herstel van het contract van onbepaalde duur als norm, voor het omzetten van contracten in statutaire betrekkingen bij de openbare diensten en voor een collectieve arbeidsduurvermindering tot 32 uur per week zonder loonverlies, met vervangende aanwervingen en een daling van het arbeidsritme. Het gewest wijst er fijntjes op dat die arbeidsduurvermindering nu al wordt toegepast – de gemiddelde arbeidsduur bedraagt nu immers 31 uur per week – maar via onvrijwillig deeltijdse arbeid en vooral via deeltijdse verloning. Tussen ’53 en ’73 verminderde de arbeidsduur met 20% in ruil voor de toegenomen productiviteit, maar toen gebeurde dat zonder dat we daarvoor loon moesten inleveren.

In ‘Herverdeling van de rijkdom’ eist het gewest de afschaffing van de loonstop en het volledig herstel van de index. Het pleit voor gratis basisbehoeften als onderwijs, kinderopvang, water, elektriciteit en mobiliteit tot een sociaal vastgesteld consumptieplafond, met progressieve prijzen erboven. Het stelt voor om geliberaliseerde of geprivatiseerde sectoren als energie, transport, post, telefonie te hernationaliseren, maar dan wel onder controle van de arbeiders en de gebruikers. Het wil een massale herfinanciering van de openbare sector via een aanzienlijke fiscale hervorming.

Het gewest spreekt zich uit tegen een communautaire opsplitsing van de sociale zekerheid, voor het afschaffen van de ‘patronale lastenverlagingen’, eigenlijk de vermindering van het uitgesteld loon van de arbeiders, voor individualisering van de sociale rechten en de afschaffing van de activeringspolitiek en de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. Om haar programma te betalen, wil het gewest de opheffing van het bankgeheim, afschaffing van de notionele interest en van de bevrijdende voorheffing, een vermogenskadaster, een belasting op meerwaarden (op de verkoop van beleggingen) en de technische en menselijke middelen om efficiënt te strijden tegen fiscale fraude. Het wil echter vooral ook alle financiële instellingen onder strikte controle van de gemeenschap plaatsen: de banken socialiseren en samenvoegen tot een grote publieke banksector zonder vergoeding, tenzij aan de kleine aandeelhouders.

Het gewest pleit voor annulering van de staatsschuld. De dictaten van de Europese Unie wil het weigeren. Het gewest wil de Griekse, Spaanse en Portugese volkeren steunen in hun verzet ertegen. De Europese Verdragen moeten geannuleerd worden. Er moet een grondwetgevende vergadering worden verkozen die een nieuw Europa sticht, maar dan op basis van democratie, sociale gerechtigheid, solidariteit, openheid en milieuvriendelijkheid. Het wil Europese syndicale actie in plaats van lobbying.

Inzake milieu eist het de afschaffing van nutteloze en schadelijke productie met reconversie onder controle van de werknemers die hun verworven rechten behouden. Voorts de creatie van een openbare energiedienst, een openbaar bedrijf voor isolatie en renovatie, gratis en kwaliteitsvol openbaar vervoer en een Europees openbaar plan voor een efficiënt, 100% vernieuwbaar en lokaal beheerd, energiebeleid. Het wil de schuld van de derde wereld kwijtschelden, octrooien in de farma en de groene technologie afschaffen en hulp van de rijkere ontwikkelde landen aan die in het Zuiden in hun aanpassing aan de klimaatsverandering.

Het ABVV van Charleroi-Zuid Henegouwen wijst erop dat massale werkloosheid en ongelijke verdeling in het Westen, klimaatopwarming en humanitaire catastrofes in de derde wereld, geen natuurverschijnselen zijn die ons overvallen. Ze zijn het resultaat van de fundamentele kenmerken van het kapitalisme: winsthonger, concurrentie en ‘vrije’ markt. “Het is een illusie dat het kapitalisme kan omgevormd worden tot een ‘goed’ kapitalisme van economische relance. We moeten duidelijk zijn: we hebben een strategie nodig om uit het kapitalisme te stappen en het te vervangen door een ander systeem dat in de behoeften van de bevolking kan voldoen en onze planeet kan redden”, zo besluit het gewest haar brochure.

Met die antikapitalistische conclusie is LSP het eens. De formulering “(het kapitalistisch systeem afschaffen en) vervangen door een socialistisch en democratisch systeem” uit de vorige brochure vonden we wel beter dan “vervangen door een ander systeem dat”. Het kan immers overkomen alsof dat “ander systeem” nog geheel uitgedacht moet worden en de geschiedenis ons daarover niets bijbrengt. Dat is onjuist. We kunnen discussiëren over de naam, maar enkel een systeem waarin de productie hoofdzakelijk collectief beheerd wordt en waarin de overgrote meerderheid, de werkende klasse die de rijkdom ook echt produceert, de politieke en economische macht in handen neemt, kan het kapitalisme vervangen. Dat is socialisme. Bovendien heeft de ervaring met het stalinisme ons geleerd dat bureaucratische directieven van bovenaf nooit democratische planning van onderuit kunnen vervangen en dat democratisch socialisme uiteraard ergens begint, maar enkel op internationale schaal geconsolideerd wordt.

Hoe dringend dat wel is, blijkt uit de economische, sociale en ecologische catastrofe waarop de maatschappij onder kapitalistisch beheer afstevent. Niet voor niets noemt het ABVV gewest haar programma een “noodprogramma”. Ongeacht de dringendheid of de druk die de arbeidersbeweging en de sociale bewegingen uitoefenen, toch zal geen enkele kapitalistische regering ooit bereid zijn dit noodprogramma uit te voeren. Het gewest tracht daarop te antwoorden met haar oproep om alle antikapitalistische krachten links van PS en Ecolo te verenigen als middel om de werknemers opnieuw hoop te geven. LSP is het daarmee eens. Het kan een eerste stap zijn om op termijn de idee van een regering die dat wel wil doorvoeren, een regering van en door de arbeiders, opnieuw te populariseren.

Hoe van een defensieve positie omschakelen naar een offensieve? Het voorbeeld van Seattle

Kshama Sawant

Het lijkt wel onmogelijk om tegen het neoliberale offensief in te gaan. Wie niet bereid is mee te stappen in de logica van ongebreidelde concurrentie heet oubollig, een gevaarlijk utopist, een populist etc. Volgens diezelfde logica werkten onze kinderen vanaf hun 6de nog steeds in de mijn, was er nog altijd cijnskiesrecht, bedroeg de gemiddelde arbeidsduur 12 tot 14 uur per dag en kenden we geen betaald verlof. Ook toen dreigden de patroons met sluiting en delokalisatie. Toch hebben onze voorlopers het tij kunnen keren. Ze slaagden erin doordat ze mobiliseerden rond enkele centrale speerpunten en dat koppelden aan de visie op een andere, socialistische, maatschappij. Het was de schrik voor die alternatieve maatschappij die de kapitalisten destijds dwong tot verregaande toegevingen.

Vandaag gebeurt iets gelijkaardigs in het hol van de leeuw, in het Amerikaanse Seattle, een stad groter dan Antwerpen, de bakermat van multinationals als Boeing, Microsoft en Apple. De vakbonden, samen met de erfgenamen van Occupy en het socialistisch gemeenteraadslid Kshama Sawant, de eerste socialistische verkozene sinds generaties, voeren er strijd voor de verdubbeling van het minimumloon tot 15 dollar per uur. Die campagne zou niet half zoveel succes kennen indien ze niet tegelijk gekoppeld was aan een bredere maatschappijkritiek en een alternatieve, democratisch socialistische visie op de maatschappij. Veel van de voorstanders van 15 dollar per uur beseffen immers maar al te goed dat de patroons, als het kan, met de linkerhand zullen terugnemen wat ze met de rechter gegeven hebben. Maar toen Boeing dreigde met delokalisatie, beantwoordde Kshama die patronale terreur op een algemene personeelsvergadering met het voorstel om de installaties en de kennis van de werknemers met de gemeenschap over te nemen. Anderzijds zou die socialistische visie niet meer zijn dan woorden op papier indien het niet verbonden werd aan de mobilisatie rond één of enkele centrale speerpunten. Sindsdien moest bijna elk van de negen verkozenen, inclusief de burgemeester, zich uitspreken voor een minimumloon van 15$/uur. Sawant, Occupy en de arbeidersbeweging zijn erin geslaagd het discours van lastenverlaging en besparingen om te keren. Als Seattle de 15 dollar per uur erdoor krijgt, zal dat overal in de VS een strijdpunt worden.

Het Plan van de Arbeid en de ABVV-congressen van 1954 en 1956

In ons dossier over de vorige brochure van ABVV Charleroi-Zuid Henegouwen in het novembernummer van De Linkse Socialist (hier online te vinden), hadden we erop gewezen hoe het patronale offensief tijdens de crisis vanaf ’29 leidde tot een maandenlange staking van de mijnwerkers. Zij werden in 1932 in de Borinage feitelijk heer en meester. Ook toen was er geen ruimte meer voor compromis. De BWP en haar syndicale commissie moesten een draai naar links maken.

Op kerstdag 1933 pakte de BWP uit met haar Plan van de Arbeid, een alternatief op de kapitalistische crisis. Het Plan voorzag onder meer de nationalisatie van de krediet-, de grondstoffen- en de energiesector, de socialisatie van de monopolistische grootindustrie en het onderwerpen van de productie aan het plan om de economie te oriënteren op het algemeen welzijn in plaats van op winstbejag. Het was geen socialistisch plan, zelfs niet antikapitalistisch, maar een pleidooi voor aanzienlijk meer overheidscontrole. Het werd bovendien gedumpt door de BWP toen De Man en Spaak toetraden tot de regering-Van Zeeland. Toch heeft het Plan ongetwijfeld bijgedragen tot de grote staking van 1936 waarmee anderhalf miljoen arbeiders voor het eerst zes dagen betaald verlof afdwongen, een loontoeslag van 8% kregen, een minimumloon en de 40-urenweek in een aantal sectoren.
De Belgische economie kwam relatief onbeschadigd uit de Tweede Wereldoorlog. Onmiddellijk na de bevrijding draaide de industrie op volle toeren. Maar dit voordeel sloeg weldra om in een nadeel omdat de Belgische patroons wel dividenden opstreken, maar nalieten om te investeren en te moderniseren. Vijf jaar na de oorlog waren de Duitse en de Britse mijnen opnieuw operationeel en veel productiever. De groei stagneerde, bedrijven gingen over kop en de werkloosheid nam fors toe. Onder impuls van André Renard werkte een ABVV-commissie vanaf ’51 aan een verslag, “Economische situatie en toekomstperspectieven”, dat in 1954 op een buitengewoon congres werd aangenomen. In ’56 werd het eveneens op een buitengewoon congres aangevuld met een verslag “Holdings en economische democratie”. Financiële holdings houden de economie in een wurggreep en verhinderen vooruitgang, luidde het. Zoals bij het Plan van de Arbeid wou het ABVV daaraan verhelpen met doorgedreven overheidsinterventie via structuurhervormingen. Steenkoolmijnen, gas en elektriciteit moesten genationaliseerd worden. Kredietinstellingen, zowel publieke als private, moesten onder overheidscontrole komen. Er werd gepleit voor een expansiepolitiek om de vraag op peil te houden zodat de toegenomen productie een afzet zou vinden en op elk moment de volledige tewerkstelling zou garanderen. Ook dit was geen antikapitalistisch of socialistisch programma. De ABVV-top nam het trouwens niet ernstig.

Nog in 1954 hadden ABVV en ACV een pact gesloten met de patroons om de concurrentiepositie van de Belgische economie te garanderen. Dat werd in 1959 hernieuwd. Maar aan de basis werd het ABVV-programma als een programma van antikapitalistische structuurhervormingen beschouwd. De nood eraan werd bevestigd in telkens twee weken staking, eerst in de bouw, dan in de metaal in 1957. In 1959 volgde de staking van de mijnwerkers en in januari 1960 riep het ABVV een 24-urenstaking uit voor dwingende economische structuurhervormingen. Het vormde samen met ‘operatie waarheid’ van de BSP, het ABVV en de socialistische mutualiteiten, de aanloop naar de Staking van de Eeuw in ‘60 -‘61. Hoewel die de eenheidswet niet kon tegenhouden zou ze nog lang nazinderen en het patronaat gedurende twee decennia matigen in haar offensief. Het is voorbarig om te stellen dat het antikapitalistisch noodprogramma van het ABVV gewest Charleroi Zuid Henegouwen zo’n impact zal hebben. Het is echter geen toeval dat experten van het Wereld Economisch Forum de groeiende ongelijkheid aanduiden als de grootste bedreiging voor het systeem in de komende periode. Het noodprogramma is een uitstekend instrument om strijdbare syndicalisten voor te bereiden op deze ommekeer.

Sociaal-economische barometer ABVV toont relevantie antikapitalistisch noodprogramma

Ieder jaar bundelt het ABVV de belangrijkste economische cijfers in een overzichtelijk en vlot leesbaar document, haar ‘sociaal economische barometer’. Uit die van 2014 blijkt, ook volgens algemeen secretaris Anne Demelenne en voorzitter Rudy De Leeuw in hun inleidend woord, “dat blinde bezuinigingsmaatregelen de bevolking direct en hard getroffen hebben. Het is tijd om het over een andere boeg te gooien”, besluiten ze. Maar wat betekent dat?

De loonkost per eenheid product in de Belgische industrie ligt lager dan in de Franse en de Duitse. De Belgische overheid besteedt proportioneel minder aan sociale bescherming dan die van Frankrijk en Duitsland, bleek al uit de barometer van 2013. Die van 2014 leert ons dat het armoederisico in ons land hoger ligt dan in alle buurlanden. Bij eenoudergezinnen 38%, evenveel als bij werklozen. Steeds meer landgenoten stellen geneeskundige verzorging om financiële redenen uit en het aantal wanbetalers bereikt recordhoogtes. België is nochtans een rijk land, maar terwijl de 20% rijkste Belgen 61,2% van alle vermogens bezitten, is dat voor de 20% armste slechts 0,2%!

De andere boeg waarover de ABVV barometer het heeft, beantwoordt helaas niet aan de gestelde diagnose. Het is alsof men een doodzieke patiënt een aspirientje wil toedienen. In de vertaling van haar remedies naar de pers pleit de ABVV-top er wel voor “werk te maken” van het optrekken van de vervangingsgraad voor de wettelijke pensioenen tot 75% van het gemiddelde loon over de volledige carrière, maar concreet is ze enkel in het afschaffen van de fiscale voordelen voor de 3de pijler, het pensioensparen. Dat zou 700 miljoen opleveren. Intussen werden wel al 2,7 miljoen mensen naar pensioensparen geleid. Dat treft dus niet enkel meer de 20% rijksten, maar ook heel wat loontrekkenden. Een dankbare gelegenheid voor de rechterzijde om de arbeidersbeweging nog maar eens te verdelen. En dat terwijl er talloze andere mogelijke maatregelen zijn die veel meer opleveren en enkel de toplaag treffen. We horen dan nog daags nadien dat ook de Europese Commissie de Belgische regering aanspoort om het fiscale voordeel op pensioensparen af te schaffen. Van het ABVV mogen we toch meer verwachten.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie