Na Nelson Mandela, de strijd voor vrijheid en gelijkheid verderzetten

Nelson Rolihlahla Mandela wordt terecht wereldwijd gezien als een historische staatsman die net als bijvoorbeeld Martin Luther King geschiedenis heeft geschreven. Hij wordt erkend voor zijn rol in de nederlaag van een van de meest gehate regimes op de planeet en een van de brutaalste vormen van onderdrukking en uitbuiting. Hij kreeg een heldenstatus, niet in het minst omdat hij in de praktijk een enorme zelfopoffering aan de dag legde voor een nobel doel, de nationale bevrijding van de zwarte meerderheid. Die zelfopoffering werd samengevat in zijn verklaring tijdens de Treason Trial toen Mandela veroordeeld werd. Hij verklaarde toen dat de strijd tegen racisme voor hem een principe was waar hij “indien nodig” voor wou sterven. Dossier door Weizmann Hamilton en Thamsanga Dumezweni, Democratic Socialist Movement.

De bereidheid van Mandela om de ultieme zelfopoffering te maken voor de geode zaak, beperkte zich niet tot woorden. Hij was persoonlijk betrokken bij het opzetten van de gewapende vleugel van het ANC, de Umkhonto we Sizwe (MK), en trok in het grootste geheim naar landen als Algerije om er steun te zoeken voor de gewapende strijd. Mandela werd de eerste commandant van de MK.

Hij weigerde koppig iedere vorm van compromis met het apartheidsregime in ruil voor zijn vrijlating. Hij bleef 27 jaar in de gevangenis. Dat versterkte zijn beeld als een man van principes en integriteit, van iemand die toegewijd was aan de bevolking. Dat staat overigens in een schril contrast met de huidige principeloze, corrupte politieke elite waarvan velen vinden dat ze de erfenis van Mandela besmeuren.

De huidige ANC-leiding stelt de nederlaag van het apartheidsregime ten onrechte voor als het min of meer onvermijdbare hoogtepunt van de honderdjarige strijd van de oudste bevrijdingsbeweging op het continent. Op vlak van betrokkenheid, politieke en ideologische posities, strategie en tactieken, was het ANC onder Mandela het sterkst ingeplant onder de massa’s.

Mandela verandert het ANC

Als deel van de nieuwe generatie van jonge leiders in de jaren 1940 waren Mandela en zijn kameraden, vooral Walter Sisulu en Oliver Tambo, geïnspireerd door de koloniale revolutie die het imperialisme op het einde van de Tweede Wereldoorlog op haar grondvesten deed daveren. De nieuwe generatie bracht een nieuwe wind in het ANC dat voorheen vastberaden was om dezelfde weg te blijven bewandelen, met name het opstellen van smeekbedes aan de Britse koningin om de zwarte onderdrukten te bevrijden. Daarbij werd steeds trouw gezworen aan de koningin en het Britse rijk.

Van een organisatie waarvan de actiemethoden beperkt waren tot smeekbedes en petities, vormden Mandela en zijn kameraden die de controle over de ANC Youth League verkregen het ANC om tot een organisatie die zijn doelstellingen wilde bereiken op basis van massale acties – campagnes van burgerlijke ongehoorzaamheid, het boycotten van bussen, protestacties tegen de paspoortcontroles, stakingsacties,…

Van hieruit werd het Freedom Charter aangenomen. Dat programma omvatte radicale eisen die uitdrukking gaven van de klassenbenadering en betrokkenheid van de arbeidersbeweging in het ANC, terwijl de leiding voor Mandela zich ver van de arbeidersbeweging weg hield. Vanaf dan tot aan de bevrijding in 1994 was het mogelijk om de tegengestelde klassenbelangen van de werkende bevolking en die van de middenklasse – die klaar stond om de rol van zwarte kapitalistische klasse op te nemen – te verenigen in een organisatie omdat beide groepen onderdrukt werden door de blanke minderheid. Ze werden verenigd door een programma en gezamenlijke betrokkenheid in de strijd tegen het blanke minderheidsregime. De klassenverschillen waren niet van belang… tot het wel van belang was. Dat was op het moment dat het erop aankwam om het Freedom Charter ook effectief in de praktijk om te zetten.

Bij de komende verkiezingen in 2014 zal het twintig jaar geleden zijn dat de apartheid ten einde kwam. De historische verkiezingen van 1994 stonden symbool voor de triomf van de nationale bevrijdingsstrijd. Het juk van de raciale onderdrukking werd verworpen en de deuren gingen open voor een samenleving waarin zwarte mensen op gelijke hoogte werden geplaatst als de blanken. Gerustgesteld door de belofte van een beter leven voor iedereen en door de kracht van hun aantal, ging de zwarte meerderheid mee met de genereuze opstelling van Mandela tegenover de blanke minderheid. De leiding van Mandela werd gezien als verantwoordelijk voor het vermijden van de raciale burgeroorlog die velen voor onvermijdelijk hadden gehouden.

Met een leiding die zich had bewezen en schijnbaar aan één zeel trok om de bevolking naar de vrijheid te brengen, werd er niet aan getwijfeld dat de belofte voor een beter leven effectief zou waargemaakt worden. Onder Mandela’s leiding werd een nieuwe democratische structuur opgezet die omschreven wordt als de meest progressieve grondwet die de wereld kende. Op die basis zou er een nieuwe ‘regenboognatie’ ontstaan zonder raciale onderdrukking en wat daarmee gepaard ging – armoede, analfabetisme, ziektes, dakloosheid,… Dat alles zou tot de geschiedenis behoren. In het nieuwe Zuid-Afrika zou iedereen gelijke kansen hebben en het zou een land zijn dat ‘verenigd is in haar diversiteit’.

De werkelijkheid zag er anders uit

Nu Zuid-Afrika bijna 20 jaar democratie kent, ziet de werkelijkheid er anders uit dan wat beloofd werd ten tijde van het onderhandelde politieke akkoord begin jaren 1990. Het racistische bewind van FW De Klerk moest de baan ruimen voor de politieke macht van het ANC en sindsdien haalde het ANC telkens opnieuw grote meerderheden bij de verkiezingen. Maar voor de overgrote meerderheid van de bevolking is er weinig verandering gekomen.

Bij de eerbetonen aan Mandela nu hij overladen is, wordt geprobeerd om de tegengestelde klassenbelangen te overstijgen in wat wordt voorgesteld als een gezamenlijk eerbetoon van een verenigde natie. De ‘natie’ die Mandela heeft achtergelaten, is nog steeds even onafgewerkt als ze was voor het einde van de apartheid. Er zijn twee centrale sociale krachten, de arbeidersklasse aan de ene kant en de kapitalistische klasse aan de andere kant. Zuid-Afrika staat bekend als een van de meest ongelijke samenlevingen ter wereld. Er zijn maar liefst 8 miljoen werklozen, 12 miljoen mensen gaan met honger naar bed, miljoenen mensen hebben geen toegang tot degelijk onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting.

De heersende ANC-elite vertoont dezelfde kenmerken als de elite die het verving, er is corruptie en de elite is niet in staat om de onstilbare honger voor zelfverrijking en macht aan banden te leggen. Erger nog is dat de vertegenwoordigers van de elite het apartheidsregime terecht bekritiseerden voor de misdaden tegen de mensheid, maar zelf steeds meer overgaan tot gelijkaardige methoden. Het regime verstopt zich achter repressieve wetgeving als de Secrecy Act, de National Key Points Act en de Traditional Courts Bill om de greep op de macht in stand te houden en gelijkaardige repressie toe te passen als in de donkere dagen van de apartheid.

De dromen van gelijkheid en welvaart voor de massa’s werden niet gerealiseerd, de voordelen van de democratie bleven beperkt tot een erg kleine minderheid. In plaats van de beloofde regenboognatie van gelijken, lijkt Zuid-Afrika vandaag volgens Gwede Mantashe, de algemeen-secretaris van het ANC, meer op een ‘Irish Coffee’. Onderaan is het zwart en bovenaan is er een dun laagje van blanke slagroom met wat chocoladeschilfers.

Ook in de gevestigde media wordt gesteld dat de opvolgers van Mandela aan de top van het ANC veraf staan van waar Mandela voor stond en in zekere zin afbreuk doen aan de erfenis van Mandela. Ze willen ons laten geloven dat Zuid-Afrika misschien niet het land van onze dromen zou geweest zijn, maar toch alleszins een betere plaats dan vandaag, indien de opvolgers van Mandela in zijn voetsporen waren gestapt. In werkelijkheid is dat nochtans wat ze deden, toch inzake de fundamentele elementen van het beleid waar het 20-jarige ANC-bewind zich op heeft gebaseerd.

Mandela en GEAR

Mandela speelde een beslissende rol in het verlaten van het Freedom Charter en alles wat voorheen heilig was voor het ANC. Een beslissende breuk kwam er met het Growth, Employment and Redistribution (Gear) programma in 1996. Gear zou de ANC-regering naar een openlijke confrontatie met de arbeidersklasse brengen, zowel op de werkvloer, in de townships, in de krottenwijken en in de scholen. Het zorgde voor de eerste ernstige strubbelingen in de Tripartite Alliantie (van ANC, vakbondsfederatie COSATU en de communistische partij SACP). Het verschil tussen het bewind onder Mandela en dat onder zijn opvolgers is er vooral een van stijl en niet zozeer van inhoud.

Het is niet volledig terecht dat vooral Mbeki, die zichzelf trots een aanhanger van Thatcher verklaarde, persoonlijk met Gear werd geassocieerd. Gear werd aangenomen toen Mandela president was. Mbeki stond vooraan in het toepassen van Gear, maar hij deed dit met de volle steun van Mandela en de rest van de ANC-leiding, met inbegrip van de SACP.

In de periode tussen zijn vrijlating in 1990 en het aan de macht komen van het ANC vier jaar later, veranderde het standpunt van Mandela van het strikt volgen van het Freedom Charter met een herbevestiging van de eisen inzake nationalisatie die centraal stonden in het ANC-programma tot een verklaring dat privatiseringen voortaan het centrale uitgangspunt van het ANC vormden. Dit gebeurde nog voor het ANC in het parlement kwam en nog voor er van Gear sprake was. Mandela bracht het ANC aan de macht met de belofte van jobs voor iedereen. Dezelfde Mandela verklaarde in het parlement nadat Gear werd aangenomen dat de ANC-regering geen ‘werkgelegenheidsbureau’ was.

Bij deze fundamentele verandering, in feite een harttransplantatie, heeft dokter Mandela de patiënt niet geraadpleegd. Het aannemen van het Freedom Charter was het resultaat van het meest democratische proces in de geschiedenis van het ANC, het aannemen van Gear gebeurde bijzonder ondemocratisch.

Het Freedom Charter was het resultaat van de inbreng van duizenden arbeiders in de steden en op het platteland. Het bevatte de bekommernissen van duizenden mensen die voorstellen deden, dit op papier zetten en indienden op een volkscongres zodat het in het uiteindelijke programma kon komen. Gear daarentegen werd achter de schermen ontwikkeld. Niet alleen gebeurde dit zonder betrokkenheid en inspraak van de leden, zelfs de meeste ANC-ministers waren er niet bij betrokken. Het werd aangenomen en doorgevoerd in 1996, maar pas op de ANC-conferentie van 1997 in Mafikeng werd het besproken. Toen was het een voldongen feit dat al was opgelegd door de grote bedrijven.

Ronnie Kasrils, een vroegere leider van de MK, lid van het centraal comité van de SACP en minister van veiligheid, erkende in een bijzonder eerlijke uitlating dat het ANC onder de leiding van Mandela de ‘armsten van de armsten’ heeft verraden aan het binnenlandse kapitaal en het imperialisme.

Zaken doen met Mandela

Kasrils verwijst ook naar Sampie Terreblanche van de Stellenbosch universiteit: “tegen eind 1993 werd de strategie van de big business – waarvan de eerste plannen in 1991 werden opgemaakt in de residentie van de mijnbaas Harry Oppenheimer in Johannesburg – gefinaliseerd in geheime nachtelijke discussies op de Ontwikkelingsbank van Zuid Afrika. Onder de aanwezigen de leiders van de mineralen en energiesectoren, de bazen van Britse en Amerikaanse bedrijven met een Zuid-Afrikaanse vestiging…”

Wat was het resultaat van deze nachtelijke discussies? Kasrils onthult: “De nationalisatie van de mijnen en de top van de economie, zoals vooropgesteld in het Freedom Charter, werd achterwege gelaten.” Kasrils beschrijft hoe de ANC-leiding toegaf aan het binnenlandse kapitaal en het imperialisme: “Het ANC aanvaardde verantwoordelijkheid voor een grote publieke schuld van het apartheidsregime… Een vermogenstaks op de superrijken om ontwikkeling te financieren werd naar de vergeethoek verbannen, binnenlandse en internationale bedrijven die zich verrijkten onder de apartheid moesten geen financiële compensatie betalen. Er werden bijzonder strakke begrotingsverplichtingen opgelegd waarbij iedere toekomstige regering met de handen op de rug zou gebonden worden. Er waren verplichtingen om een vrijhandelsbeleid te voeren en alle vormen van tariefbescherming af te schaffen, de neoliberale fundamenten van de vrijhandel werden aanvaard.”

Als de ANC-leiding nadien ontgoocheld was door de grondwet en zelfs een groeiende ergernis vertoonde tegenover de parlementaire democratie zelf, dan lag de basis hiervoor bij de manier waarop ze hun eigen interne democratie aan de kant hadden geschoven. In tegenstelling tot de propaganda van het oude regime was de ANC-leiding, ondanks de nauwe banden met de SACP, nooit aangetast door de “ziekte” van het communisme.

Ten onrechte wordt het voorgesteld als zou de ideologische positie van Mbeki fundamenteel anders zijn dan die van Mandela. Mbeki wees erop dat Mandela en het ANC niet voor een socialistisch programma stonden, zo stelde hij dat Mandela benadrukte dat het Freedom Charter “zeker geen blauwdruk voor een socialistische staat is.” En nog: “Het roept op voor de herverdeling, maar niet de nationalisatie, van de grond. Het komt op voor de nationalisatie van de mijnen, banken en de industriële monopolies omdat die grote bedrijven slechts door een ras gecontroleerd worden. Zonder de nationalisatie zou de raciale dominantie verdergaan, zelfs indien de politieke macht werd gedeeld.” Dit standpunt van Mandela werd meermaals herhaald, dat gebeurde al in 1956, amper een jaar nadat het Freedom Charter werd aangenomen.

De eis van het ANC voor de nationalisatie was nooit onderdeel van een programma om het kapitalisme af te schaffen. Het werd gezien als een manier om met de staat de ontwikkeling van een zwarte kapitalistische klasse te versnellen, net zoals dat voorheen gebeurde voor de ontwikkeling van een Afrikaner burgerij.

Zoals Mandela verklaarde toen hij in 1964 voor de rechtbank verscheen: “Het beleid van het ANC [inzake nationalisatie] stemt overeen met het oude beleid van de huidige Nationale Partij die in haar programma jarenlang opkwam voor de nationalisatie van de goudmijnen omdat die in handen waren van buitenlands kapitaal.”

Mandela voor de verkiezingen

Het ANC is niet op het huidige punt gekomen omdat de partij op een zijspoor van het historische pad werd gezet, maar wel omdat dit is waar het gezien de geschiedenis, het sociale karakter en de historische doelstellingen altijd naar toe is gegaan. Het feit dat het ANC het mandaat van het volkscongres en het Freedom Charter achter zich heeft gelaten, was daar geen afwijking van. Het was de vervulling van het historische doel van het ANC.

Dat was al aanwezig in de toespraak van Mandela tijdens de Treason Trial toen hij aangaf dat de leiding bereid was om toe te geven op het fundamentele principe van één stem per persoon in de vorm van slechts een beperkt aantal voorbehouden zetels voor zwarten gedurende een bepaalde periode waarna dit aantal gedurende volgens een vast ritme zou kunnen toenemen.

Het werd ook bevestigd toen er al in 1985 geheime onderhandelingen waren met de veiligheidsdiensten van het apartheidsregime, onderhandelingen waar Mandela geen mandaat voor had van zijn eigen organisatie. De “onderhandelingen over onderhandelingen” die daarop volgden, kwamen er na gesprekken met leden van het politieke establishment in 1987 in Dakar, Senegal. De gewapende strijd werd stopgezet zonder enige raadpleging van de kaders van de MK en zelfs niet met Chris Hani. Deze plotse stopzetting bevestigde dat de gewapende strijd slechts werd gezien als een tactiek om het regime aan de onderhandelingstafel te dwingen.

De Nobelprijs werd aan Mandela en De Klerk toegekend om de mythe te vestigen dat het onderhandelde akkoord het resultaat was van plotse bekering van het door Afrikaner geleide kapitalistische establishment en de ANC-leiding onder Mandela die grootmoedig was in haar overwinning. Maar zelfs Mandela moest toegeven dat het land niet door hem of de ANC-leiding werd bevrijd, maar wel door de werkende massa’s zelf.

Het imperialisme en het Zuid-Afrikaanse kapitalistische establishment zetten grote druk op het apartheidsregime om met het ANC te onderhandelen. Dat was omdat ze begrepen dat de massastrijd – van de stakingen in Natal in 1973 tot de jongerenopstand van 1976 of de opstandige beweging van de jaren 1980 met een socialistisch bewustzijn onder de arbeiders van Cosatu – een dodelijke bedreiging voor hun systeem vormde.

Indien het blanke minderheidsregime was omvergeworpen door een opstand van de massa’s, dan was de toekomst van het kapitalisme zelf bedreigd. De onderhandelingen achter de schermen overtuigden bovendien de meer vooruitkijkende strategen van het kapitaal. Ze beseften dat Mandela een man was met wie ze zaken konden doen. Mandela had nooit gezegd dat hij voor de afschaffing van het kapitalisme was. Zijn probleem was niet het kapitalisme op zich, maar wel een kapitalisme dat het ene ras boven het andere plaatst. De ANC-leiding had nooit als doel om de Zuid-Afrikaanse samenleving volledig te veranderen. In plaats van het kapitalisme omver te werpen, werd gezocht naar een manier om er deel van te worden.

Nu het kapitalisme zich in een van de diepste crises sinds de jaren 1930 bevindt, wordt steeds duidelijker dat deze kapitalistische regering de verwachtingen van de bevolking niet kan inlossen. De crisis van het kapitalisme komt nu ook tot uiting in het ANC zelf.

Nieuwe arbeiderspartij

Het toeval wil dat er een zekere symmetrie zit in de levenscyclus van de partij die hij zo heldhaftig heeft geleid en zijn eigen leven. Het heengaan van Mandela lijkt samen te gaan met de implosie van het ANC zelf. De cohesie van de partij brokkelt snel af, na het overlijden van Mandela zal dit enkel sneller gaan. Met Mandela worden de laatste overblijfselen van het ANC als bevrijdingsorganisatie ten grave gedragen.

De kapitalistische klasse vreest politieke onstabiliteit. De werkende klasse werd wakker met geweerschoten in Marikana. De partij die de werkende bevolking zo lang zag als haar partij, bleek een partij van de bazen te zijn.

Wat in feite gebeurde met het einde van de apartheid was een verandering van de politieke kapiteins van het kapitalisme. De racistische blanke regering werd vervangen door een niet-racistische democratisch verkozen regering die zich op de zwarte meerderheid baseerde.

De vestiging van de Workers and Socialist Party (WASP) vandaag is een historische stap vooruit. De werkende klasse eist haar politieke afhankelijkheid op en bevrijdt zich van de ideologische en politieke gevangenis van het ANC en de tripartite alliantie die bijna 20 jaar geleden werd opgezet.

De mars naar een socialistisch Zuid-Afrika werd na 1994 op een zijspoor gezet, maar vandaag hervatten we deze mars. De kapitalisten en hun woordvoerders hebben gelijk als ze bezorgd zijn omwille van de dood van Mandela. Sommigen van hen blinken nu uit in het laten van krokodillentranen, maar ze zijn erg bang omdat hun systeem steeds meer in vraag wordt gesteld.

Het ANC is bijna twintig jaar aan de macht. In die periode hebben we de brutaliteit van het kapitalisme gezien met enorme armoede, werkloosheid en ongelijkheid. De ANC-leiding bestempelt die drie elementen als de drievoudige uitdaging. Maar onder het kapitalisme kunnen ze er geen antwoord op bieden.

Enkel onder het socialisme kunnen de arbeiders de samenleving hiervan bevrijden. De arbeiders en jongeren kunnen daarbij best het voorbeeld van Mandela volgen inzake zelfopoffering en vastberadenheid in de strijd. Maar we moeten ook leren dat in onze strijd een compromis met de klassenvijand ontoelaatbaar is omdat het steeds leidt tot het verraad van de massa’s aangezien het kapitalisme hun hoop en verwachtingen niet kan inlossen.

We moeten ook de les trekken dat de arbeidersklasse zich moet baseren op een eigen onafhankelijke politieke leiding, organisaties en een programma gericht op maatschappijverandering in het belang van de werkende bevolking en de armen. Dat is onderdeel van de strijd voor een socialistisch Zuid-Afrika en een socialistische wereld.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie