Spionage op het hoogste niveau toont spanningen tussen imperialistische machten

Het nieuws dat de Amerikaanse geheime diensten en hun dichtste bondgenoten, vooral de Britten, zowel zogenaamde bondgenoten als tientallen miljoenen gewone mensen wereldwijd hebben bespioneerd, leidde tot woede en verontwaardiging. Er zijn bijna dagelijks nieuwe voorbeelden van het enorme toezicht op ons doen en laten, zo werd bekend dat er in enkele weken rond de vorige jaarwisseling meer dan 60 miljoen Spaanse telefoongesprekken werden afgeluisterd. Dit is niet nieuw, eerder werd bekend dat op een maand tijd 70 miljoen Franse telefoongesprekken werden opgenomen. Een analyse door ROBERT BECHERT van het CWI.

Voorbeeld na voorbeeld maakt duidelijk dat de Amerikaanse en andere geheime diensten wel erg losjes omgingen met de ‘democratische’ controle op hun activiteiten. Het nieuws van de Amerikaanse spionagepraktijken op buitenlandse regeringen heeft een grote impact in Latijns-Amerika waar dit wordt gezien als nog een voorbeeld van de arrogantie van de Amerikaanse heersers. Maar ook in Europa is er een brede woede, zeker in Duitsland, Frankrijk en Spanje.

De regering-Obama wordt geconfronteerd met groeiende woede zowel binnen als buiten de VS. Er is dan maar een poging ondernomen om zich wat te distantiëren van de NSA (National Security Agency). Dianne Feinstein, de Democratische voorzitster van het informatiecomité van de Senaat kondigde aan dat ze “totaal gekant is tegen” het bespioneren van bondgenoten. Tegelijk kondigde de Republikeinse auteur van de Patriot Act aan dat er maatregelen komen om de activiteiten van de NSA in de VS zelf aan banden te leggen.

Feinstein beweerde dat Obama “niet op de hoogte was” van het feit dat de GSM van Merkel werd afgeluisterd. Of dat klopt dan wel een poging is om het gezicht van Obama te redden, is niet duidelijk. Kapitalistische staatsmachines worden niet noodzakelijk gecontroleerd door de politieke leiders, ze kunnen soms optreden als ‘staat binnen de staat’. In de jaren 1950 waarschuwde de Republikeinse president Eisenhower voor de invloed van een “militair-industrieel complex”. De voormalige Britse minister Chris Huhne verklaart nu dat regeringsleden en leden van de nationale veiligheidsraad niet wisten van het bestaan en de omvang van de programma’s van de Britse en Amerikaanse veiligheidsdiensten om op grote schaal informatie in te winnen. Ministers waren volgens hem niet op de hoogte van de twee grootste operaties, Prism en Tempora.

Politieke leiders, waaronder pro-kapitalistische politici, worden niet noodzakelijk steeds op de hoogte gebracht van wat de “veiligheidsstaat” onderneemt. Het duurde echter wel lang vooraleer de regering van Obama zich wat begon te distantiëren van de activiteiten van de NSA. Dat versterkt het vermoeden dat enkel onder druk wat gas wordt terug genomen.

De onthullingen van Edward Snowden

Feit is dat de onthullingen van Edward Snowden, een voormalige contractant van de Amerikaanse veiligheidsdiensten, een enorme impact hebben. Deze onthullingen blijven licht werpen op de pogingen om wereldwijd ‘veiligheidsstaten’ op te bouwen waarbij de ‘terroristische dreigingen’ worden aangegrepen als rechtvaardiging om democratische rechten aan banden te leggen en de spanningen tussen de meeste machten, waaronder zogenaamde ‘bondgenoten’, te verbergen. Dat is waarom de Britse premier Cameron blijft uithalen naar de onthullingen. Cameron is wat traag en onhandig, toen hij de media nog bedreigde met meer controle waren zowel Democratische als Republikeinse politici in de VS al begonnen om beperkte stappen te ondernemen om de woede wat te temperen.

Het is wellicht geen toeval dat de Amerikanen in de aanloop naar de oorlog van 2003 in Irak begonnen met de telefoon van Merkel af te luisteren. De toenmalige regering van Bush had net als Blair geen vertrouwen in de Franse en Duitse regeringen die zich tegen een inval in Irak keerden. Dat is waarom werd begonnen met het bespioneren van Merkel en mogelijk ook andere politieke leiders. Als Merkel toen als oppositiefiguur werd bespioneerd, betekent het wellicht dat ook de leiders van de toenmalige regering onder leiding van Gerhard Schröder werden bespioneerd. Dat is was slechts een klein onderdeel van wat ongetwijfeld een grote spionage-operatie onder tegenstanders van de oorlog in Irak was.

Het is niet verrassend dat staten zoveel mogelijk gebruik proberen te maken van nieuwe technologie om hun macht te vergroten. De omvang van wat vandaag mogelijk is, valt op. De Amerikaanse NSA voert de capaciteit op om 20 miljard ‘gebeurtenissen per dag te registreren’. Het gaat niet alleen om telefoongesprekken, websitebezoek, sms of emailberichten, maar volgens de New York Times kan de NSA ook informatie halen uit “communicatie van data van publieke, commerciële en andere bronnen waaronder bankcodes, verzekeringsinformatie, Facebookprofielen, transportbewegingen, stemregistratie en GPS informatie, naast vastgoedinformatie en belastingdata.”

Het is evenmin verwonderlijk dat staten, waaronder bondgenoten, elkaar bespioneren. Sinds Snowden zijn documenten begon te onthullen, werd al meermaals opgemerkt dat iedere staat uiteindelijk de eigen belangen, met name die van de eigen heersende klasse, verdedigt. Het gebrek aan vertrouwen tussen nationale leiders en de arrogante wijze waarop de VS en haar dichtste bondgenoten met iets verdere bondgenoten omgingen, is echter wel bijzonder opvallend.

Dat Angela Merkel gedurende 13 jaar een van de minstens 35 nationale leiders was die werd afgeluisterd, toont aan dat de NSA de nieuwe technologie aangrijpt om de operaties uit te breiden. Obama moet zich nu verontschuldigen, maar stond er als presidentskandidaat voor bekend dat hij steeds een Blackberry in de hand had en dus een zicht moest hebben op de toename van de cyberactiviteiten in de VS, van een massaal toezicht tot het inzetten van drones bij militaire operaties.

De publieke woede in Duitsland heeft Merkel ertoe gedwongen om te erkennen dat de Amerikaanse regering haar GSM had afgeluisterd. Toen de Duitse verkiezingscampagne in augustus begon, verklaarde een verantwoordelijke voor de campagne van Merkel nog dat dit onderwerp gesloten was. Er werd gevreesd dat onthullingen hieromtrent de Piratenpartij vleugels zouden geven. Nu heeft het alsnog geleid tot een bijzondere zitting van het parlement om de kwestie te bespreken. Deze zitting is uitgesteld tot midden november, uiteraard om tot een akkoord met de VS te komen. Samen met de Franse president Hollande maakt Merkel van het schandaal gebruik om te eisen dat Duitsland en Frankrijk in de “binnenste kring” van de Amerikaanse spionagewereld worden toegelaten. Die kring wordt momenteel de “Vijf Ogen” genoemd. Ze willen informatie delen en de “belofte” dat ze elkaar niet bespioneren. De “Vijf Ogen”-groepering kan uitgebreid worden, maar dit zal enkel op basis van formele ‘gelijkwaardigheid’ zijn terwijl er onofficieel nog steeds nauwere banden zouden zijn tussen de veiligheidsdiensten van bepaalde landen.

Onderliggende belangenconflicten tussen staten

Het bestaan van de “Vijf Ogen” en de nauwe banden tussen de Britten en de Amerikanen geeft aan hoe onderliggende belangenconflicten, zowel huidige als potentiële conflicten, tussen staten blijven bestaan. De nauwe banden tussen de Britten en de Amerikanen met de zogenaamde ‘speciale band’ komt voort uit de historische neergang van het Britse kapitalisme dat ooit de ‘fabriek van de wereld’ vormde. In het midden van de 19de eeuw werd het Britse kapitalisme geconfronteerd met de opkomst van concurrenten. Er werd geprobeerd om via handige maneuvers een positie te behouden, vooral de nieuwe internationale machten van de VS en het pas eengemaakte Duitsland speelden een rol. Op een bepaald ogenblik dachten delen van de Britse heersende klasse erover om de kant van de slavenhouders van de Confederatie te kiezen in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen de Britse heersers met de opkomst van het Duitse kapitalisme werden geconfronteerd, zochten ze een toenadering tot de traditionele vijand Frankrijk. Deze alliantie was te zwak om het Duitse imperialisme te stoppen en in beide Wereldoorlogen werd het Britse kapitalisme steeds meer van de VS afhankelijk. Dit was een geleidelijk proces. De VS wisten niet zeker wat er zou gebeuren als ze de Britten zouden vervangen als dominante wereldmacht. Het was pas midden 1939 dat Washington stopte met het ‘War Plan Red’ dat een mogelijk conflict met Groot-Brittannië voorzag.

Wereldoorlog Twee betonneerde de verhoudingen en dat vormde de basis voor het veiligheidsakkoord van 1946 dat uiteindelijk de groep van de “Vijf Ogen” vormde, een overeenkomst die aanvankelijk werd gevestigd door de VS en Groot-Brittannië in 1946 en in de daaropvolgende tien jaar werd uitgebreid met Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Na het falen van de Anglo-Franse invasie in Suez in 1956, een invasie waar de VS tegen waren, moest de Britse heersende klasse aanvaarden dat het niet langer volledig onafhankelijk kon optreden.

De Britse afhankelijkheid van de VS heeft Cameron in een moeilijke positie gebracht nu Snowden onthullingen blijft doen. Er is steeds meer bewijs van de Britse rol in het Amerikaanse spionageschandaal, zo wordt gewezen op de operatie Temora en de operaties waarbij Belgische en Italiaanse doelwitten werden afgeluisterd.

De Britse regering probeert dit toe te dekken en wil kritiek de mond snoeren. Er wordt beweerd dat de lekken van Snowden de strijd tegen het terrorisme bedreigen. Andrew Parker, de baas van de Britse veiligheidsdiensten MI5, stelde dat de lekken “veel schade” aanrichten. Cameron haalde uit naar de nergens op gebaseerde kritieken op de “moedige” Britse spionnen. Hij ontweek de vraag of de Britse veiligheidsdiensten andere Europese leiders hebben bespioneerd. Hoe “moedig” de veiligheidsdiensten moeten zijn om Europese leiders af te luisteren, is al evenmin duidelijk.

De oproepen om de staat te vertrouwen, zijn weinig geloofwaardig. Een van de redenen waarom Snowden informatie begon te lekken, was omdat zijn bazen het Amerikaanse parlement voorlogen. We zijn de leugens rond de oorlog in Irak nog niet vergeten. Het aanhoudende spel van leugens en bedrog maakt dat de veiligheidsdiensten zelf niet “veilig” zijn. Figuren als Snowden, Chelsea Manning (voorheen bekend als Bradley Manning) en anderen verafschuwen wat ze zien en beginnen informatie te lekken.

Er is internationaal een groeiend gevoel dat staten geen verantwoording moeten afleggen terwijl ze steeds meer macht en kennis hebben over het leven van de gewone bevolking. Er is een breed gedragen afkeer tegenover de bereidwillige medewerking van telecombedrijven en multinationals uit de sociale media.

Het bekendmaken en in vraag stellen van de politiemethoden ondermijnt verder het vertrouwen in de staat. Het is weinig geloofwaardig dat de Amerikanen en de Britten de telefoon van Merkel zouden afgeluisterd hebben om het terrorisme te bestrijden. Als ze dat zelf ernstig zouden nemen, zou het betekenen dat uitgegaan wordt van de stelling dat de Duitse regering bij terroristische operaties betrokken is en mogelijk zelfs een Vierde Rijk wil opbouwen.

In werkelijkheid maakt het materiaal van Snowden duidelijk dat er heel wat rivaliteit is tussen de verschillende natiestaten. Dat is waarom Merkel en andere buitenlandse leiders werden afgeluisterd. De Republikeinse voorzitter van het veiligheidscomité binnen het lagerhuis was vrij eerlijk toen hij aan CNN verklaarde dat de VS haar belangen zowel “in eigen land als daarbuiten” probeert te verdedigen en daaraan toevoegde dat “onze vrienden soms banden hebben met onze vijanden.” Dat is waarom buitenlandse regeringsleiders werden afgeluisterd en waarom sommige van deze operaties vandaag nog steeds bezig zijn.

Hernieuwde rivaliteit

De afgelopen twee decennia is de wereldsituatie drastisch veranderd. Tot op zekere hoogte zorgde de verdeling van de wereld na 1945 tussen concurrerende kapitalistische en niet-kapitalistische sectoren voor de lijm die de belangrijkste kapitalistische machten samen hield. Ze werden immers bedreigd door een rivaliserend systeem dat aantoonde dat het kapitalisme niet de enige optie was. Ondanks hun naam waren de regimes in het Oostblok niet socialistisch, het waren totalitaire regimes. Maar de economie was niet kapitalistisch en de problemen waren niet deze van kapitalistische groei en crisis. Zoals we eerder stelden, heeft de ineenstorting van deze regimes een rivaliserend systeem weg genomen. Het herstel van het kapitalisme in de voormalige Sovjetunie en Oost-Europa, samen met de enorme groei van de kapitalistische economie in China, namen een gezamenlijke bedreiging voor de kapitalistische machten weg en gaf ruimte voor een hernieuwde onderlinge rivaliteit.

De nieuwe omvang van de globalisering, de integratie van productie en markten doorheen de wereld hebben vermeden dat de internationale verhoudingen de afgelopen jaren drastisch erger werden. Maar dit betekent niet dat de onderlinge rivaliteiten verdwenen zijn. Het is geen toeval dat aspecten van de Amerikaanse spionagecampagne door andere landen gezien worden als een poging om onderhandelingen rond handelsakkoorden naar hun hand te zetten. Het is alleszins zeker dat andere landen hetzelfde doen in pogingen om er voordelen uit te halen.

Landen als Frankrijk en Spanje werden geschokt door de aankondiging dat tientallen miljoenen telefoongesprekken, SMS’jes en emails door de NSA werden gevolgd op amper een maand tijd. De verontwaardiging van deze regeringen is echter hypocriet, ze zijn immers geen haar beter en hebben eigen veiligheidsschandalen.

In Duitsland zijn er open vragen over de redenen waarom de veiligheidsdiensten niet in staat waren om de ondergrondse neonazigroepering NSU te stoppen teon die na 2000 tien mensen heeft vermoord. Er zijn ook vragen bij het feit dat de veiligheidsdiensten documenten over de NSU heeft vernietigd.

De Franse regeringen hebben nooit geaarzeld om hun belangen te verdedigen, onder meer in Franstalig Afrika maar ook daarbuiten. In 1985 gingen de Franse veiligheidsdiensten van de zogenaamde ‘socialistische’ president Mitterand over tot een aanval op de Rainbow Warrior, een schip van Greenpeace dat werd gebruikt bij protest tegen een geplande test met kernwapens. Bij de operatie viel een dode, het schip werd tot zinken gebracht in de haven van Auckland in Nieuw-Zeeland.

Staatsmachine kan protest niet blijven stoppen

Voor socialisten is de verdediging van democratische rechten van de massa’s belangrijk. Het omvat verzet tegen de toenemende macht van de staatsmacht die geen verantwoording aflegt en dus ondemocratisch is.

De geschiedenis toont steeds opnieuw aan dat een staatsmachine nooit kan vermijden dat een bevolking in opstand komt. Momenteel is Egypte daar een goed voorbeeld van. De moderne technologie van de VS kon niet vermijden dat bondgenoot Moebarak in 2011 omver werd geworpen. Zowel het Egyptische leger als de Amerikaanse medestanders moesten een stap achteruit zetten in de hoop dat ze nadien de zwaktes van de revolutionaire bewegingen zouden kunnen uitspelen om tijd te winnen en een tegenaanval in te zetten. Onder generaal Sisi probeert het leger spijtig genoeg om stap per stap de macht opnieuw te herstellen. Maar zoals recente arbeidersstrijd aantoont, is het verhaal van de Egyptische revolutie niet voorbij. Zoals alle andere revoluties, zal het lot van de Egyptische revolutie niet bepaald worden door het afluisteren van telefoons of door hackers, maar door de ontwikkeling van massabewegingen en in het bijzonder de kwestie van de vereniging van de werkende bevolking rond een socialistisch programma dat hen de macht heeft om de heerschappij van de elite en de veiligheidsdiensten te breken.

Dat is waarom uiteindelijk niet de spionnen maar de werkende bevolking de kracht is die de wereld een nieuwe vorm kunnen geven.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie