Genetische manipulaties: wetenschap en big business

De afgelopen jaren was er een forse toename van het gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen (ggo). Dit is geen nieuw fenomeen, tien jaar geleden publiceerde onze Britse zusterorganisatie een interessant dossier over ggo’s en big business. Met het oog op de betoging tegen de rol van Monsanto in ons voedselproces, leek het ons nuttig om dit dossier geschreven door JON DALE ook voor Nederlandstalige lezers beschikbaar te maken. Enkele technologische elementen uit het artikel zijn mogelijk achterhaald, maar de grote lijnen blijven meer dan ooit actueel. Verder biedt ook de documentaire ‘De wereld volgens Monsanto’ een interessante kijk op de wereld van de agrobusiness.

Documentaire

Artikel

Een Brits regeringsrapport over genetisch gemanipuleerde organismen (ggo) stelde dat deze niet winstgevend zijn tenzij de vraag ernaar toeneemt. Het is echter niet verwonderlijk dat er enige terughoudendheid is. Bedrijven als Monsanto bepalen vandaag wat de prioriteiten voor onderzoek zijn, de wetenschap wordt afgestemd op hun winsthonger. Wetenschap wordt vooral een poging om nieuwe mogelijkheden te vinden om de kapitalisten snelle winsten te bezorgen.

‘Engineering’, ‘manipulatie’ of verandering?

DNA is universeel voor alle levende wezens, van bacteriën over schimmels tot planten of dieren. Met behulp van een ‘knip en plak’-methode is het (soms) mogelijk om een wenselijk onderdeel van het DNA van een bepaald organisme over te plaatsen op een ander organisme of om een ongewenst element te vervangen.

Als een vis in zeewater van minder dan 0,25 graden celsius kan overleven, kan dat misschien gereproduceerd worden voor de bloesems van perziken zodat deze een ijzige nacht overleven. De methode van ‘knippen en plakken’ kan uitgevoerd worden door virussen in te zetten, die zijn immers erg goed in het plaatsen van hun genetische informatie in het DNA van hun gastheer (zoals het geval is als wij een virale infectie hebben). Bacteriën kunnen ook gebruikt worden aangezien redelijk gemakkelijk met hun DNA kan gewerkt worden.

Als een mengeling van DNA-fragmenten – die hopelijk het gewenste geen bevatten – wordt gemengd met kleine deeltjes goud, is het mogelijk om ze te injecteren in de cellen van het ontvangende organisme. Deze laatste fase staat bekend als de “shotgun techniek” of “bioballistiek”.

Er is weinig verbeelding nodig om vast te stellen dat het ontbreekt aan precisie en zekerheid. De uiteindelijke positie van de overgeplaatste genen op het DNA van de receptor is een kwestie van geluk.

Is dat belangrijk? Het is wel degelijk belangrijk omdat genen niet geïsoleerd bestaan maar een impact hebben op hun omgeving en zelf een invloed van die omgeving ondergaan, er is een impact op het DNA zelf en op de cellen.

De biotechnische industrie verkiest de term “manipulatie” in plaats van genetische ‘engineering’ omdat er aan dat laatste een beeld van Frankensteun hangt. Maar manipulatie doet denken aan eenvoudige aanpassingen zoals steeds het geval was sinds de mens planten en dieren domesticeerde door ze selectief te telen of te fokken. Genetische ‘verandering’ is een meer accurate beschrijving.

De wenselijkheid van die veranderingen is een andere kwestie.

Geen mirakeloplossing

Omwille van de onvoorspelbare uitkomst van de techniek, zijn er soms onverwachte resultaten. Een zalm met een groeihormoon groeide te snel en werd te dik. Het vlees van de vis was bovendien groen – een lastige kwestie voor de marketingafdeling. In 1997 moest Monsanto terugkomen op een aantal vormen van koolzaad toen er een onverwachte geen opdook. Er waren dan wel al 60.000 zakken met dergelijk zaad verkocht in Canada.

In het echte leven bestaan genen niet geïsoleerd. Genetisch aangepaste organismen blijven evenmin in afgesloten laboratoria opgesloten. Het is mogelijk dat planten giftig worden om een schimmel die hen aanvalt te stoppen, maar hun gif via de wortels ook in de grond brengen waar andere schimmels en bacteriën nodig zijn om de grond vruchtbaar te houden. Als deze bacteriën en schimmels gedood worden, kan het leiden tot onvruchtbare grond.

De Noord Amerikaanse koningsvlinder lijkt aangetast te worden door het stuifmeel van genetische aangepaste maïs. Duizenden andere insectensoorten zijn minder zichtbaar, maar hun positie in de voedselketen is essentieel. Tenzij er onderzoek wordt gedaan naar alle soorten die kunnen aangetast worden, is het risicovol om genetisch aangepaste planten of dieren vrij te laten.

Er is bewijs dat het aantal soja-allergieën in Noord-Amerika toeneemt, niet toevallig waar er al enkele jaren genetisch aangepaste varianten verkocht worden. In sommige gevallen werd een noten-gen toegevoegd. Mogelijk heeft dit een notenallergie in soja ingebracht, terwijl soja breed gebruikt wordt in tal van voedingsproducten waaronder babyvoeding.

Voorstanders van de ggo-technologie minimaliseren de mogelijkheid dat virussen en bacteriën die gebruikt worden om in genen in te brengen, kunnen overleven en zich vermenigvuldigen in een bredere omgeving. Maar tegelijk is er groeiend bewijs dat sommige wel kunnen overleven, met onbekende gevolgen.

Er is bewijsmateriaal dat aangeeft dat delen van DNA mogelijk zelfs overleeft na het koken en doorheen de spijsvertering waarbij ze door de darmwanden mogelijk in menselijke cellen terecht komen. Is dat belangrijk? Niemand die het weet. Wellicht gebeurde dit doorheen onze ontwikkeling, maar we aten toen niet het genetische brouwsel dat nu wordt geserveerd.

Omdat de technieken om nieuwe genen in DNA in te brengen lukraak en onzeker zijn, is er nood aan methode om cellen met de gewenste veranderingen af te splitsen van die zonder deze veranderingen. Een geen voor antibiotische weerstand wordt gekoppeld aan een gewenst gen. Het doseren van het mengsel met antibioticum doodt de cellen met ongewijzigd DNA. De overlevende veranderde cellen hebben dan een geen voor antibiotische weerstand, dat mogelijk op andere bacteriën kan overgedragen worden eens het organisme dat uit de cellen groeit in een breder milieu terecht komt.

Stuifmeel van genetisch veranderde planten kan zich tot vier kilometer ver verspreiden met de wind en tot vijf kilometer via bijen. Zaden kunnen door landbouwmachines van veld tot veld overgebracht worden. Er is al bewijs dat wilde varianten van genetisch veranderde planten kunnen kruisen om nieuwe eigenschappen te verwerven, waardoor de weerstand tegenover onkruidverdelger breed verspreid kan worden.

Diversiteit

Onze omgeving verandert constant, doorheen het klimaat, overstromingen, droogtes en ziektes. Het ritme van verandering verhoogt met de klimaatveranderingen. Natuurlijke variatie betekent dat bepaalde leden van een soort beter aangepast zijn om in de nieuwe omstandigheden te overleven dan andere. De conventionele moderne landbouw heeft zeker de afgelopen vijftig jaar het aantal voedselplanten al sterk beperkt. Kijk maar naar wat je in de supermarkten kunt krijgen: dezelfde appelsoorten worden nu wereldwijd geteeld.

De diversiteit wordt nu nog meer bedreigd. Om hun investeringen eruit te halen, voegen biotechnologische bedrijven ‘terminator’ genen toe aan planten en er wordt voor gezorgd dat de zaden die verkocht worden zelf geen nieuwe zaden kunnen creëren. Landbouwers moeten zaden van de grote bedrijven kopen, vaak gaat het om dezelfde grote bedrijven die ook op biotechnologisch vlak actief zijn.

Een grootschalig experiment in China in 1999/2000 vergeleek traditionele rijstplantages (met verschillende soorten op een zelfde veld) met de moderne methoden (waarbij enkel de meest productieve soort wordt geteeld). Verrassend genoeg waren er op de traditionele velden 94% minder schadelijke schimmels waardoor er geen chemische behandeling nodig was. De opbrengst was ook 18% groter. Dit resultaat is natuurlijk niet nuttig voor bedrijven die de verkoop van zaden en chemicaliën willen opdrijven om de winsten te maximaliseren. Diversiteit kan niet gemonopoliseerd worden.

Hongersnood bestrijden

Aanvankelijk botste de techniek van genetische aanpassingen op groot consumentenverzet in Europa, maar niet in de VS. Andere voedselexporterende landen waren terughoudend om hun Europese markten niet te verliezen. De druk was zo groot dat supermarkten en zelfs Amerikaanse multinationals in Europa, zoals McDonalds of BurgerKing, geen genetisch aangepaste producten gebruikten.

De eerste generatie van gewassen die werd aangepast, moesten resistent zijn tegen onkruidverdelgers. Maar dat volstond niet om er een interessante publiciteitscampagne rond te voeren. Een Amerikaanse wetenschapper in overheidsdienst, Robert May, stelde hierover: “Er was nood aan een glamoureuzer ggo-product dat het imago van de biotechnologie zou veranderen.” Er kwam een tweede generatie van aangepaste gewassen waarbij werd gesteld dat de aanpassingen een einde konden maken aan hongersnood.

George Bush gooide zijn volle gewicht in de campagne. “Voor het lot van een continent dat wordt getroffen door hongersnood, roep ik de Europese regeringen op om hun verzet tegen biotechnologie op te geven”, stelde hij in juni 2003. Van de 22 meest geïndustrialiseerde landen is de VS overigens 22ste als het aankomt op het geven van hulp aan minder ontwikkelde landen.

Minstens 600 miljoen mensen lijden aan ondervoeding of slechte voeding. Er wordt gesteld dat de genetisch aangepaste “ gouden rijst” een oplossing kan bieden. De rijst is genetisch aangepast zodat het centrale graan pro-vitamine A produceert dat vervolgens tot vitamine A wordt omgezet in het lichaam. Een gebrek aan deze vitamine is de belangrijkste oorzaak van blindheid onder kinderen, er worden 250.000 tot 500.000 kinderen per jaar hierdoor getroffen. Het leidt bovendien tot een gebrek aan weerstand tegenover ziektes, de helft overlijdt binnen een jaar nadat ze hun zicht verloren. Gouden rijst (de naam komt van de kleur, niet van de hoeveelheid winst die Synerga ermee hoopt te maken) zou 5 tot 8% van de aanbevolen hoeveelheid van de vitamine geven met slechts 100 gram droge rijst. Met zo’n dieet van rijst zou een kilo droge rijst of drie kilo gekookte rijst per dag volstaan om een volledige dosis vitamine A te krijgen.

Het is echter verre van zeker dat dit dieet een gebrek aan vitamines zou oplossen. Er is vet nodig om de vitamine op te nemen en andere vitaminen en mineralen maken er gebruik van. Een dieet van enkel rijst zou bijna zeker tot tekorten op andere vlakken leiden. Ruwe rijst heeft overigens meer voedingswaarden, waaronder vitamine A, in de buitenrand die vaak wordt verwijderd om de opslag van de rijst gemakkelijker te maken, onder meer om de export ervan mogelijk te maken.

Syngenta sloot een akkoord met de uitvinders van de Gouden Rijst (die werden gefinancierd door publieke fondsen en liefdadigheid) dat boeren die minder dan 10.000 dollar per jaar verdienen niet moeten betalen voor hun zaden. Het is echter niet duidelijk of ze in de toekomst zullen moeten betalen en of ze ook gratis chemicaliën zullen krijgen die mogelijk nodig zijn om de rijst te telen.

Recent werd ook gewezen op de mogelijkheid van een aardappel met een derde meer proteïnen dan normale aardappelen, de ‘protato’. De Indische regering stelde dat dit misschien in de gratis schoolmaaltijden kan gebruikt worden. Maar deze variant op de aardappel heeft slechts 2,5% proteïnen terwijl linzen, bonen en erwten 20 tot 26% hebben.

Dergelijke producten bieden geen antwoord op de ondervoeding of slechte voeding van mensen, een tekort dat voortvloeit uit het feit dat ze geen grond hebben om zelf voedsel te telen of omdat ze geen geld ervoor hebben als ze in steden wonen.

Om hongersnood te bestrijden, zou een kwijtschelding van de schulden van de armste landen veel efficiënter zijn. Ook een verdeling van de grond onder de boeren, gratis krediet en technische bijstand voor irrigatie, het opstapelen van granen en andere maatregelen zouden veel meer effect hebben. Ondervoede mensen hebben geen genetisch aangepaste gewassen nodig, ze hebben socialisme nodig.

Medicijnen en geld

Genetische aanpassingen hebben geleid tot een aantal verbeteringen op het vlak van medicijnen. Interferonen zijn sinds de jaren 1950 bekend en kunnen nuttig zijn voor de behandeling van virale aandoeningen, kanker en multiple sclerose – zaken die moeilijk of onmogelijk op een andere manier kunnen behandeld worden. Door dezelfde technieken als in de biotechnologie toe te passen is het mogelijk om interferonen in een nuttige hoeveelheid te produceren. Er worden beta-interferonen gebruikt voor multiple sclerosis. Het is geen volledige oplossing, maar het lijkt beter te zijn dan gelijk welke andere behandeling. Hormonen zoals insuline kunnen worden geproduceerd, terwijl ze vroeger moesten geëxtraheerd worden van varkens of koeien.

Een mogelijke ontwikkeling waar veel onderzoek naar wordt gedaan, is de productie van vaccins en andere medicijnen in voedselproducten. Een voorbeeld is de banaan met genen die een choleravaccin produceren. Dat zou nuttig zijn in delen van de wereld waar er weinig toegang is tot ziekenhuizen, verpleegkundigen, propere naalden en spuiten of koeling om vaccins op te slaan.

Dergelijke producten zouden natuurlijk voordelen hebben, maar er zijn ook nadelen zoals de vraag hoe de dosis zou gecontroleerd worden en wat eventuele bijeffecten zijn. Zou het niet gemakkelijker en veiliger zijn om de gezondheidszorg uit te bouwen en verpleegkundigen op te leiden in de neokoloniale wereld? Het zou overigens wel eens goedkoper kunnen uitvallen dan de huidige onderzoeksprogramma’s.

Het doel van de grote bedrijven achter de onderzoeken is natuurlijk niet om vaccins te creëren voor wie te arm is om hen te betalen. Ze willen dezelfde technieken gebruiken om gezondheidssupplementen te creëren voor de westerse markt.

Een socialistisch programma

De agenda van de grote bedrijven zorgt ervoor dat vervelende resultaten aan de kant worden geschoven. Zo was er de ontdekking dat delen van genetisch aangepast DNA door de darmen in de genetische structuur kan terechtkomen van een dier dat het gegeten heeft. Dat zou moeten geleid hebben tot een meer intensief onderzoek naar het voedselproces. Maar de bedrijven doen dat niet, ze vrezen immers meer om marktaandeel te verliezen dan dat ze de mogelijke gevolgen op vlak van gezondheid en ecologie in aanmerking nemen.

Zowat tien grote bedrijven domineren deze industriële sector. Maar liefst 70% van alle genetisch aangepaste gewassen worden geteeld met technologie van Monsanto. Het bezit of heeft akkoorden met de grootste zadenbedrijven en onderzoekscentra in de wereld. De chemische afdeling werd afgesplitst in een ander bedrijf, Solutia, dat meteen de verantwoordelijkheid van decennia van toxische operaties moet ontlopen.

Syngenta is wereldwijd de grootste producent van pesticiden. Het werd opgezet door een fusie van de biotechnische eenheid van het Zwitserse Novartis (zelf een fusie van chemische en farmaceutische giganten Sandoz en Ciba-Geigy) en AstraZeneca (een fusie van de farmaceutische en agrochemische afdelingen van ICI uit Groot-Brittannië en het Zweedse Astra).

Andere grote bedrijven zijn DuPont/Pioneer (een fusie van het grootste chemische bedrijf ter wereld en de grootste Amerikaanse zadenbedrijven), Dow/Mycogen (ook uit de VS), Bayer en BASF (in Duitse handen), Limagrain (Frankrijk) en Takii en Company (Japan).

Deze bedrijven moeten in publieke handen komen door ze te nationaliseren zonder compensaties, tenzij aan kleine aandeelhouders op basis van bewezen noden. Een arbeidersregering zoude chemische bedrijven alsook de onderzoekscentra nationaliseren. Mogelijk zou zo’n regering nog genetisch aangepaste voedselproducten moeten importeren, tenzij er wereldwijd arbeiderspartijen met een socialistisch programma worden opgebouwd.

Net als andere publieke sectoren, zou ook deze van de chemie en biotechnologie democratisch moeten beheerd worden door de werkenden, consumenten, kleine boeren, wetenschappers en gezondheidswerkers om ervoor te zorgen dat gezondheid en milieu de centrale prioriteiten van het onderzoek vormen. Een gebalanceerd standpunt is dan mogelijk met zowel de voordelen als nadelen van de nieuwe technologische mogelijkheden en de voorzichtigheid die daarbij aan de dag moet gelegd worden. In een socialistische samenleving is er mogelijk een rol voor genetisch aangepaste producten, maar wellicht op een veel kleinere schaal dat de opgefokte beweringen die nu de commerciële belangen moeten ondersteunen.

 


Winsten voor de grote bedrijven

De sector van de genetische aanpassingen groeit snel. Er zijn mogelijk voordelen en waarschijnlijk ook grote gevaren. Wie beslist wat onderzocht wordt en welke producten op grotere schaal worden ontwikkeld?

Dat zijn enkele grote bedrijven die de biotechnologie domineren, ook al wordt het meeste onderzoek publiek gefinancierd. De Britse bedrijven in de sector kunnen hun onderzoekskosten voor 100% van de belastingen afschrijven. Onverkozen managers nemen beslissingen waarbij ze enkel aan de aandeelhouders verantwoording verschuldigd zijn.

Er wordt gesteld dat de technologie het mogelijk maakt om hongersnood te stoppen, maar slechts 1% van het onderzoek is gericht op gewassen geteeld door arme boeren. Er duikt een nieuwe vorm van kolonialisme op waarbij natuurlijke grondstoffen van armere landen geplunderd worden door de biotechnologische bedrijven.

In 1980 besliste het Amerikaanse Supreme Court dat vormen van leven aan een patent konden onderworpen worden. Niet alleen de methode van het isoleren van een gen uit levende dingen wordt als privaat bezit gezien, maar ook het levende ding zelf! Planten uit het regenwoud of elders die mogelijk toepassingen kunnen kennen op het vlak van medicijnen worden aan patenten onderworpen zodat de lokale gemeenschappen die hun kennis generaties lang doorgaven hier nu voor moeten betalen.

De Indische plant Neem heeft tal van geneeskundige mogelijkheden. Nadat het Amerikaanse bedrijf WR Grace er een patent op nam, verhonderdvoudigde de prijs ervan op twee jaar tijd!

De Wereldhandelsorganisatie ziet nauwkeurig toe om deze diefstal van traditionele kennis en levende grondstoffen. Het TRIPS-akkoord (Trade Related Intellectual Property Rights) laat alleen bezit toe indien er tests in laboratoria zijn gedaan. Een multinational die een irrelevante test op een plant doet kan er vervolgens het bezit van claimen. Mensen die de plant generaties lang gebruikte hebben maar die geen toegang hebben tot een laboratorium, worden in naam van de ‘vrije markt’ verplicht om vervolgens te betalen voor wat voorheen maatschappelijk gedeelde kennis was.

Deze bedrijven stellen dat ‘hun’ gepatenteerde kennis en genetisch aangepaste zaden uniek zijn, maar ze ontkennen tegelijk dat de gewassen die eruit voortkomen anders zouden zijn. Het geproduceerde voedsel zou gelijk zijn aan voedsel dat niet genetisch aangepast is. Er wordt beweerd dat er geen speciale tests of labels nodig zijn. Het is niet verrassend dat dezelfde bedrijven ervoor zorgen dat de wet aangepast wordt opdat ze niet kunnen vervolgd worden voor eventuele onverwachte gevolgen van hun beschermde kennis. Ze willen uiteraard vermijden dat ze net als de tabaks- of asbestbedrijven uit het verleden geconfronteerd worden met dure juridische gevechten opgestart door de slachtoffers.

De Amerikaanse en Britse regeringen zijn hevige verdedigers van de biotechnologische bedrijven. De Britse minister van milieu Michael Meacher verklaarde nadat hij minister af was: “De invloed van de grote bedrijven op deze regering is erg groot”. Zo’n verklaringen komen uiteraard na de feiten.

George W Bush stelde Ann Veneman aan als minister van landbouw. Zij was eerder lid van de directie van Calgene, het eerste bedrijf dat genetisch aangepast voedsel op de markt bracht. Het bedrijf werd nadien door Monsanto overgenomen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie