Lokale verkiezingen geven aan dat politieke crisis niet voorbij is

Tot aan de verkiezingen van 14 oktober domineerde het goede nieuws. Er werd niet over besparingen gepraat, lachende gezichten van alle partijen probeerden ons van hun inzet en betrokkenheid te overtuigen. De economische, politieke en sociale crisis is echter verre van voorbij. Dat werd ook bevestigd door het resultaat van de verkiezingen. De traditionele partijen verliezen vooral in Vlaanderen opnieuw terrein aan N-VA. Maar er is ook een groeiende openheid voor consequent links.

 

Ongenoegen tegenover gevestigde partijen

Een periode van crisis leidt tot de uitholling van de gevestigde partijen en de zoektocht naar alternatieven. Bij de provincieraadsverkiezingen in de stad Antwerpen kunnen de drie traditionele partijen nog geen derde van de kiezers overtuigen (18,1% voor SP.a, 7,9% voor Open Vld en 5,9% voor CD&V). Bij de gemeenteraadsverkiezingen hielden een aantal burgemeesters stand, maar doorgaans verloren de gevestigde partijen terrein. De schade werd nog beperkt door het lokale karakter, bij nationale verkiezingen was het erger geweest. Er is ruimte voor een grotere politieke onstabiliteit met snelle en grote electorale verschuivingen.

In Vlaanderen ging alle aandacht naar de N-VA en de ‘lokale verankering’ van deze partij. Met 37,7% in Antwerpen gaat de partij van één zetel naar 23 en worden vorige recordscores van zowel Vlaams Belang als Patrick Janssens van de kaart geveegd. Ook in de meeste andere Vlaamse steden scoort N-VA (dat de grootste wordt in Aalst, Turnhout, Roeselare en Sint-Niklaas en boven of rond 20% uitkomt in Oostende, Brugge, Hasselt, Mechelen, Leuven) net zoals in tal van kleinere gemeenten. Zo haalt de partij in Antwerpse randgemeenten als Brasschaat en Schoten bijna 40%.

Het resultaat van N-VA geeft aan hoe onstabiel de politieke situatie is en hoe veel en divers ongenoegen heerst tegenover het gevoerde beleid. De vraag zal nu zijn in welke mate N-VA van wittebroodsweken zal kunnen genieten nu het op een wel erg zichtbare wijze de macht zal moeten opnemen. De Wever is als een keizer het Antwerpse stadhuis binnen getrokken, van daaruit zal hij echter een besparingsplaat draaien. Het gaat om een plaat die door het vorige bestuur, waar De Wever ook deel van uitmaakte, al werd opgezet maar nu nog sneller zal afgespeeld worden.

Het ongenoegen tegen het gevoerde beleid uitte zich ook ter linkerzijde. In Antwerpen haalt de PVDA met 8% maar liefst vier verkozenen, in verschillende districten is de partij groter dan CD&V en Open Vld samen. Ook elders ging de PVDA vooruit (naar 31 gemeenteraadsleden, 17 districtsraadsleden en 4 provincieraadsleden) en haalden ook andere linkse lijsten respectabele scores die doorgaans opmerkelijk beter waren dan in 2006.

Ook waar wij deelnamen aan linkse lijsten merkten we de groeiende openheid voor links. In 2006 haalden we enkel in Sint-Gillis net 1% en voor het overige cijfers na de komma. Nu is Gauches Communes in Sint-Gillis goed voor 3,65% en halen linkse eenheidslijsten doorgaans meer dan 1%. In Sint-Gillis had een links front van Gauches Communes en PVDA twee verkozenen opgeleverd. In Gent had een links front eveneens een linkse oppositiestem naar de gemeenteraad kunnen sturen.

Op het eerste gezicht is er in Wallonië en Brussel een stabieler beeld. Hier zijn er niet zoveel grote verschuivingen als in Vlaanderen (denk maar aan de -23% die het VB in Antwerpen optekent voor de gemeenteraad, de -29,4% in het district van Deurne of de +37% die N-VA in Antwerpen realiseert). In Charleroi verliest de MR de bonus van 2006 (na de schandalen bij de PS) terug aan de PS. In Luik houdt de PS stand. Ecolo lijkt de CDH voorbij te steken, behalve in Luxemburg. In Brussel houdt het FDF stand ondanks de breuk met MR.

Maar ook langs Franstalige kant blijkt het groeiende ongenoegen tegenover het gevoerde beleid. In Charleroi en Luik zijn er nu radicaal-linkse verkozenen, met in Luik 2 verkozenen voor PVDA en 1 voor Vega. Ondanks de grote verdeeldheid houdt echter ook extreemrechts in Charleroi stand met 2 verkozenen en meer dan 10% (verdeeld over zes lijsten). In Brussel boekt consequent links vooruitgang met verkozenen voor PVDA in Molenbeek en Schaarbeek. In Sint-Gillis behaalt Gauches Communes 3,65% en net geen verkozene.

Nationale kwestie is niet verdwenen…

Over de essentie van het besparingsbeleid zijn de gevestigde partijen het eens. Dat blijkt ook uit de coalitievormingen waarbij de onderlinge inwisselbaarheid van de gevestigde partijen, met inbegrip van de N-VA en Groen, nogmaals werd bevestigd. In Kortrijk nemen Vld, N-VA en SP.a deel aan een anti-CD&V coalitie, in Mechelen wil het kartel van Vld, Groen en onafhankelijken een rechtse coalitie vormen met N-VA en CD&V. In Gent had Termont een linkse retoriek met zijn progressief kartel, maar om een coalitie te vormen klopt hij bij de Vld aan terwijl die partij een rechtsere retoriek hanteerde dan CD&V. Ecolo aarzelt evenmin om coalities met de rechterzijde te vormen of verder te zetten, onder meer in Schaarbeek waar de groenen met het FDF en CDH in zee gaan of in Molenbeek waar een anti-PS coalitie wordt gevormd.

Een aantal Vlaamse ondernemers (doorgaans met N-VA sympathie) verweet Di Rupo voor de verkiezingen een ‘marxistisch’ beleid te voeren, terwijl Franse ondernemers naar het Belgische belastingparadijs trekken. Om het besparingsbeleid verkocht te krijgen langs Franstalige kant moet de PS evenwel rekening houden met sterkere tradities van de arbeidersbeweging. Vandaar dat soms een linksere retoriek wordt boven gehaald, zonder evenwel de daden te laten volgen (dat is overigens ook de methode van Termont en de Gentse SP.a). Om deze retoriek te ondersteunen zal de PS ongetwijfeld de communautaire tegenstellingen uitspelen om zich voor te doen als een dam tegen het rechtse Vlaanderen van de N-VA, terwijl het zelf mee een besparingsbeleid uitzet. Gezien de zwakte van de Vlaamse traditionele partijen en de versterking van N-VA dienen zich in 2014 opnieuw erg moeilijke onderhandelingen aan.

Nu de verkiezingen achter de rug liggen, wordt de besparingslawine terug op gang getrokken. De federale regering zal binnenkort een nieuwe begroting aankondigen en er zal op alle niveaus bespaard worden. Dat zeven op de tien Vlaamse gemeenten dit jaar een begrotingstekort kennen, net als zes op de tien Brusselse en vier op de tien Waalse gemeenten, geeft aan dat de beleidsmarge op lokaal niveau beperkt zal zijn. Om de weinig populaire besparingsmaatregelen op lokaal vlak verkocht te krijgen, zal de communautaire trommel worden bespeeld. De N-VA zal dit nodig hebben om het eigen lokale beleid te verdoezelen, de PS zal de dreiging van het ‘rechtse Vlaanderen’ aangrijpen om zich als ‘minste kwaad’ te profileren.

De Wever burgemeester

Met 37,7% en 23 zetels wordt De Wever in Antwerpen de nieuwe burgemeester. Hij had het meteen over een ‘nieuwe zwart-gele zondag’, een niet mis te verstane verwijzing naar de ‘zwarte zondag’ van 1991 toen het Vlaams Blok een grote doorbraak kende. In de zoektocht naar een coalitiepartner heeft hij weinig keuze. Behalve een ‘grote coalitie’ met de Stadspartij van Patrick Janssens zijn enkel coalities met ofwel enkel CD&V (dat hiervoor zou moeten breken met SP.a die de christendemocraten nog aan wellicht 5 zetels heeft geholpen) ofwel Vlaams Belang ofwel Groen én PVDA mogelijk. De Wever liet al uitschijnen met iedereen te zullen praten, maar gaf aan dat samenwerking met Vlaams Belang niet aan de orde is.

Wat mogen we van De Wever verwachten? De programma’s van De Wever en Janssens lagen dicht bij elkaar en gaan beiden voor een voortzetting van het huidige beleid van tekorten op sociaal vlak. De Wever kondigde aan dat er geen nieuwe sociale woningen zullen bijkomen, tekorten op vlak van kinderopvang en andere dienstverlening laat de N-VA volledig over aan de winsthonger van de privé. Onder het stadspersoneel wil hij fors besparen, de vergrijzing biedt volgens De Wever een “opportuniteit” om relatief pijnloos te besparen op personeel en dus de werkdruk op te drijven en de dienstverlening af te bouwen. Tegelijk wil de partij een repressievere aanpak.

Patrick Janssens en zijn SP.a hebben met hun beleid gezaaid wat De Wever nu kon oogsten. De nederlaag van de Stadspartij is niet te wijten aan linkse versnippering, maar aan een gebrek aan linkse elementen in het beleid (en zelfs in de retoriek naar buiten uit). Het ziet er echter niet naar uit dat daar verandering in zal komen als de partij in een grote coalitie stapt. De oppositie zal verdeeld zijn tussen drie partijen van ongeveer gelijke sterkte: Vlaams Belang, PVDA en Groen. Minister Turtelboom raakt zelf verkozen en kan met Marinower nog net een tweede liberaal naar het stadhuis meenemen. Het VB liet zich in de campagne opmerken met een radicale retoriek, dat zal er niet op verbeteren nu de partij gedecimeerd is in haar bastion. De machtsfactor binnen het Vlaams Belang, door voormalig voorzitter Vanhecke steevast de ‘Antwerpse gemeenteraadsfractie’ genoemd, bestaat nog uit vijf gemeenteraadsleden (de drie fractieleiders van het VB in Vlaams Parlement, Kamer en Senaat aangevuld met de partijvoorzitter en een nobele onbekende die door een toevallige hapering in de stemmachines verkozen is geraakt…). Groen profileerde zich links in de campagne maar bleef rond thema’s als huisvesting, werkgelegenheid, onderwijs, kinderopvang of gezondheidszorg bij vage algemeenheden.

Met vier zetels doet de PVDA haar intrede op het Schoon Verdiep. De partij voerde een uitgebreide campagne in Antwerpen en kon al langer rekenen op een aanwezigheid in alle gevestigde media (De Morgen becijferde bijvoorbeeld dat Peter Mertens op de 14de plaats eindigde inzake spreektijd op VRT). Vooral in Borgerhout maakt de partij een grote sprong voorwaarts van 2,4% naar 17,1% en ook in het PVDA-bastion Hoboken wordt 16% gehaald. De vooruitgang voor PVDA is een uitdrukking van de openheid voor een linkse oppositie. Het maakt de ruimte voor discussie over alternatieven groter (wat onvermijdelijk ook duidelijkheid over zowel het verleden als de invulling van socialisme zal vergen) en kan in de gemeenteraad een stem geven aan het verzet op straat. We hopen dat de PVDA zich niet zal profileren als een gevestigde partij die vooral ‘tot de club’ wil behoren, maar als een oppositiekracht die een open benadering heeft naar al wie zich verzet tegen het neoliberale beleid.

Verzet tegen besparingsbeleid

Het communautaire opbod speelt in op reële nationale verzuchtingen alsook vermeende en al lang vervolgen verzuchtingen, maar heeft ook als doel eengemaakt verzet tegen het besparingsbeleid te vermijden. Het is een poging om de werkende bevolking te verdelen. Het beste antwoord hierop bestaat uit arbeiderseenheid en consequent verzet tegen alle besparingen op alle niveaus. Er komen een aantal belangrijke kwesties op de agenda: de federale begroting, het Interprofessioneel Akkoord (IPA) dat onder meer een loonnorm bepaalt, de regionale en lokale besparingen die worden opgevoerd, nieuwe sociale bloedbaden die onvermijdelijk in de crisis van het kapitalisme vervat zitten.

De resultaten van consequent links bij de lokale verkiezingen geven een eerste nog relatief beperkte glimp van het potentieel van consequent verzet van de arbeidersbeweging. Dat zal de ruimte ter linkerzijde vergroten, wat mogelijkheden biedt voor alle linkse formaties. De test of linkse krachten echt een verschil kunnen maken, ligt in de eerste plaats in strijdbewegingen. De diepte van de kapitalistische crisis zal daarbij weinig politieke vaagheid en compromissen toelaten. Dat betekent een programma dat breekt met het kapitalisme en een herverdeling van de rijkdommen koppelt aan het in gemeenschapshanden nemen van de commandoposten van de economie – sleutelsectoren zoals energie, financiewezen, staal,… – onder democratische controle en beheer van de arbeidersbeweging. Naarmate de kritieken op het bankroet van het kapitalisme breder aanvaard worden, zal ook de openheid voor een socialistisch alternatief toenemen met discussie over wat socialisme betekent, welke historische ervaringen er waren en hoe we ons daartoe verhouden.

De banden tussen vakbondsleidingen en traditionele partijen zijn een obstakel om met een degelijk actieplan consequent op syndicaal vlak de belangen van de arbeiders en hun gezinnen te verdedigen. Vanuit syndicale hoek, het sterkste onderdeel van de arbeidersbeweging, moet ook het politieke terrein betreden worden. Dat zou de basis kunnen leggen voor een nieuwe arbeiderspartij waarin al wie zich tegen het neoliberale beleid verzet een plaats kan vinden.

Wij hebben als stap in die richting bij deze lokale verkiezingen samengewerkt met alle linkse krachten die daartoe bereid waren. Met Rood! is langs Vlaamse kant op korte tijd een electorale basis gelegd en werd overal meer dan 1% gehaald, ook in Antwerpen waar er druk was om tegen De Wever te stemmen en waar de PVDA als efficiënte stem links van de gevestigde partijen werd gezien. In Gent haalt Rood! eveneens 1% en ook elders zijn er scores die zich niet tot een cijfer achter de komma beperken (onder meer 5% in Niel, 1,4% in Oostkamp, 1,1% in Oostende of 1,8% voor LSP-Rood! in Keerbergen). In Herzele haalt LEEF 9,2% en in Zottegem 1,7%. In Brussel scoort Gauches Communes in Sint-Gillis met 3,7% beter dan het Front des Gauches bij de vorige parlementsverkiezingen en wordt ook in Elsene 1,4% gehaald. In Jette werd 1,3% gehaald en in Anderlecht 0,62%. De lijst Gauche in Etterbeek is goed voor 2,48%. In Wallonië waren er enthousiaste campagnes van het Front de Gauche in Charleroi en La Louvière en haalt de eenheidslijst Vega een verkozene in Luik. Tenslotte behield het Front des Gauches in Courcelles met 6,12% een zetel. De nieuwe ‘Mouvement de Gauche’ rond voormalig Ecolo-boegbeeld Westphael kwam bij de lokale verkiezingen niet op.

Een groeiend aantal kiezers schuift naar links op en houdt daarbij halt bij de eerste (relatief) grote stopplaatsen. Een gevaar schuilt erin dat linkse formaties in hun electorale ongeduld toegevingen doen op hun programma en bij vooruitgang deze bocht naar rechts (relatief gezien uiteraard) sterker gaan doortrekken waardoor ze geen efficiënt politiek instrument zijn voor de kiezers die in de andere richting opschuiven. Het resultaat van Gauches Communes Sint-Gillis bevestigt dat er ook met een uitgesproken socialistisch programma (met zaken als de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie) electorale scores mogelijk zijn.

De resultaten geven aan dat er een groeiende ruimte ter linkerzijde is die zich stilaan ook op electoraal vlak laat zien. Een dergelijke ruimte heeft in de buurlanden niet de neiging om zich te beperken tot één formatie. Tegelijk zien we dat samenwerkingsverbanden met een open houding doorgaans beter scoren. Wij zullen verder bouwen aan een consequent marxistische revolutionaire kracht met LSP en zullen tegelijk met de partners waarmee we in deze lokale verkiezingen constructief samenwerkten de noodzaak naar voor brengen van een breed links front van al wie zich tegen het besparingsbeleid verzet.

 


 

 

Ruimte voor consequente linkerzijde groeit. LSP feliciteert PVDA+ met goede resultaat

Reactie door Bart Vandersteene en Anja Deschoemacker

Afgelopen zondag behaalde de PVDA+ een uitstekend resultaat met sterke vooruitgang in Antwerpen en Luik. Deze goede resultaten tonen het potentieel voor linkse oppositiekrachten. LSP feliciteert de kameraden van de PVDA+ met deze vooruitgang.

De scores van alle linkse initiatieven en in het bijzonder die van de PVDA+ bewijzen de ruimte voor de opbouw van een consequente linkse kracht in België. In Vlaanderen vallen vooral de scores in Antwerpen, Zelzate en Genk op. In Wallonië zijn er de sterke scores in Luik, Herstal, Seraing, Flemalle, Charleroi, Mons en La Louvière. En in Brussel haalt de PVDA+ haar eerste verkozenen in Molenbeek en Schaarbeek.

We hopen dat de PVDA+ een rol van actieve oppositiekracht tegen het besparingsbeleid zal spelen en daarbij een stem wil geven aan verzet op straat, in de wijken, op de werkvloer, onder jongeren. We hopen dat de PVDA+ daarbij ook bereid zal zijn om met andere linkse krachten in eenheid samen te werken.

In verschillende regio’s haalden ook andere linkse krachten belangrijke scores. In Luik haalde de lijst VEGA, met ook LSP-leden als onafhankelijke kandidaten, met 3,6% een verkozene. In Sint Gillis haalde Gauches Communes met lijsttrekker Anja Deschoemacker 3,7% van de stemmen en net geen verkozene. In dezelfde gemeente haalde PVDA 3,8% en evenmin een verkozene, een links front had minstens twee verkozenen opgeleverd. Ook in Gent zou een gezamenlijke lijst van PVDA en Rood! een linkse oppositiestem naar de gemeenteraad gestuurd hebben.

Wij denken dat links een inclusieve benadering moet hebben bij het uitbouwen van een politieke vertaling van het verzet tegen het neoliberale besparingsbeleid. Doorheen het onvermijdelijke verzet van de komende maanden en jaren, kan een brede en sterke linkerzijde worden uitgebouwd. Met haar uitstekende resultaten kan PVDA+ daar een belangrijke rol in spelen. We hopen dat georganiseerde en niet-georganiseerde krachten kunnen werken aan eenheid in verscheidenheid om de stem van het groeiende verzet tegen de neoliberale logica en tegen het kapitalisme te versterken.

 

Standpunt van LSP

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie