Peru. Humala nieuwe president. Welk perspectief voor de arbeidersklasse?

Vele duizenden mensen vierden zondagnacht de verkiezingsoverwinning van hun kandidaat Ollanta Humala op de Plaza Dos de Mayo in het centrum van Lima, Peru. Onder hen veel vakbondsmilitanten en militanten uit diverse strijdbewegingen. Het is duidelijk dat de verkiezing van Humala heel veel hoop op vergaande politieke, economische en sociale veranderingen heeft meegebracht in het Andesland. Het is echter vooral de sterkte van de arbeidersklasse die bepalend zal zijn hoe deze veranderingen er zullen uitzien.

Met 51,5% van de stemmen behaalde de linkse populist Ollanta Humala een overwinning op zijn tegenkandidate Keiko Fuijimori, die 48,5% van de kiezers wist te overtuigen. Dit resultaat kwam er na een ongemeen spannende verkiezingsstrijd, die eigenlijk al begon met de regionale verkiezingen van oktober 2010: toen leden alle traditionele partijen in Peru een spectaculaire nederlaag tegen “onafhankelijke” en vaak relatief onbekende kandidaten. Het resultaat was een afstraffing voor de neoliberale politiek die al deze partijen hadden gevoerd: een politiek waarbij een sterke economische groei gecombineerd ging met een wijd verspreide en nog steeds groeiende armoede. Desondanks bleven de favorieten in de peilingen voor de presidentsverkiezingen – de oud-burgemeester van Lima, Luis Castañeda, oud-president Alejandro Toledo, en oud-premier Pedro Pablo Kuczynski – herhalen dat ze achter dit beleid bleven staan: één na één verbleekten ze geleidelijk aan in de peilingen. Na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen bleven zo nog twee kandidaten over: de linkse populist Ollanta Humala, en Keiko Fujimori, dochter van oud-dictator Alberto Fujimori, die het land regeerde van 1990 tot hij in 2000 werd verdreven na een volksopstand.

Ook tussen de twee kandidaten voor de tweede ronde bleef de verkiezingsstrijd spannend. Fujimori kan rekenen op een zekere steun, vooral onder de armste lagen van de bevolking. Deze steun is gebaseerd op een cliëntelistische politiek van het bouwen van zeer beperkte voorzieningen (aansluitingen voor elektriciteit, water,…) in de jaren ’90 door papa Fujimori. Daarnaast kreeg Fujimori in de tweede ronde de steun van het overgrote deel van de pers, ondernemers en traditionele partijen, die vreesden dat de sociale en economische hervormingen die Humala beloofde hun privileges in gevaar zou kunnen brengen. Zij zagen nog liever de terugkeer van een autoritair Fujimoristisch regime, dan de kans te lopen een deel van hun rijkdom te moeten delen met de arbeiders en armen in het land.

Humala daarentegen haalt zijn steun vooral bij sociale bewegingen en de georganiseerde arbeidersklasse in Peru. Heel wat militanten stellen veel hoop in wat Humala als president zou kunnen betekenen voor hun eisen voor sociale en economische verbeteringen voor de arbeiders en armen in het land.

De voorbije jaren was er een inflatie aan strijdbewegingen in Peru. De economie van het land groeit sterk (10% groei van het BNP in 2010), maar nog steeds leeft één op drie Peruanen in extreme armoede. De economische groei en de internationale speculatie op voedsel brachten ook een sterke stijging van prijzen van basisproducten met zich mee, die niet gevolgd werd door een stijging van de inkomens van de gezinnen. De Peruaanse arbeidersbeweging heeft een lange traditie van strijd. Mijnwerkers, dokwerkers, leraars en personeel in de gezondheidszorg leverden de voorbije jaren een harde strijd voor betere arbeids- en loonvoorwaarden. Tegelijkertijd hadden heel wat van deze bewegingen een sterk offensief politiek programma: de mijnwerkers vroegen naast hogere lonen ook de invoering van belastingen in de mijnbouwsector die er nu geen betaalt en in sommige regio’s zelfs de nationalisering van de mijnbouwsector. Een andere belangrijke politieke eis in heel wat bewegingen is deze voor een vergaande hervorming van de grondwet waarbij de nationalisering van enkele sleutelsectoren zoals energie, gas, olie en mijnbouw wordt vooropgesteld en het omzetten van de multinationals die actief zijn in de landbouw naar coöperatieven beheerd door boeren en consumenten. Eén van de verkiezingsbeloften van Humala is inderdaad het organiseren van een Constitutionele Vergadering om een nieuwe grondwet op te stellen, maar in de campagne bleef hij bewust vaag over hoe deze hervorming er zou moeten uitzien.

Dit geeft ook onmiddellijk de grootste zwakte van een figuur als Ollanta Humala aan: hij weigert een duidelijke keuze te maken tussen de arbeidersklasse en de burgerij in het land. In een poging om kiezers uit het politieke centrum aan te trekken, ruilde Ollanta zijn imago als aanhanger van Hugo Chavez in Venezuela om voor een nauwe politieke band met de Braziliaanse oud-president Lula. Braziliaanse politieke specialisten, volgens hardnekkige geruchten leden van Lula’s PT, zakten naar Peru af om Humala te helpen in zijn campagne. Deze keuze gaf ook onmiddellijk aan waarom Humala het moeilijk had om bij die laag van allerarmsten door te dringen die achter Fujimori bleef staan: hij biedt een te beperkt alternatief aan tegenover de beperkte voorzieningen die Fujimori beloofde aan deze groep. Humala’s huidige programma betreft vooral hervormingen binnen het kapitalistische systeem zelf: verhoging van de zeer beperkte belastingen voor bedrijven en het heronderhandelen van exploitatiecontracten met de multinationals, het gebruiken van deze middelen voor massale investeringen in onderwijs en infrastructuur. Humala noemt dit beleid het omvormen van de “markteconomie” naar een “nationale economie”, hoewel er van werkelijk ingrijpen in de anarchistische marktwerking van het kapitalisme nauwelijks sprake is…

Het moet echter duidelijk zijn dat een dergelijke politiek niet beantwoordt aan de noden en verwachtingen van die arbeiders en armen die hem verkozen hebben. De huidige economische groei in Peru is grotendeels gebaseerd op de hoge prijzen van grondstoffen die Peru uitvoert enerzijds en de buitenlandse kapitalen die snelle winsten zoeken anderzijds. Dit zijn beiden zeer instabiele factoren. Bovendien gaven heel wat vertegenwoordigers van multinationals en grote Peruaanse bedrijven al aan dat zij niet zullen meegaan in een dergelijk scenario: met dreigingen van kapitaalvlucht en lock-outs proberen ze de nieuwe president op andere ideeën te brengen. Aan de andere kant staan de vertegenwoordigers van heel wat strijdbewegingen die heel veel verwachten van Ollanta: zij willen in de eerste plaats het stopzetten van de zware repressie door leger en politie tegen sociale bewegingen in Peru en ze willen snelle en radicale hervormingen. Heel wat militanten beseffen dat zij zelf op straat zullen moeten komen om deze hervormingen af te dwingen, maar ze hopen dat Humala in dat geval hun kant zou kiezen.

Dit maakt dat de komende periode zeer belangrijk zal zijn voor de Peruaanse arbeidersklasse. Ondanks de historische sterkte van radicaal en revolutionair links in Peru, is het de eerste keer dat een radicaal-linkse kandidaat de verkiezingen wint. Peru was tot heden samen met Colombia één van de belangrijkste steunpilaren van het Amerikaans imperialisme in Latijns-Amerika, een situatie die nu dreigt te veranderen. Het is vandaag echter onmogelijk te zeggen welke richting Humala zal uitgaan: zal hij ingaan op de eisen van die strijdbewegingen die hem aan de macht hebben gebracht, of zal hij breken met deze militanten en een beleid voeren ten voordele van de rijken en de multinationals? De verkiezing van Humala heeft een enorme hoop op verbeteringen met zich mee gebracht, deze verbeteringen zullen uiteindelijk niet in het presidentieel paleis maar op straat worden afgedwongen.

Uiteindelijk is de ruimte die Humala zal hebben op termijn zeer beperkt: zelfs indien hij deels ingaat op de eisen van de arbeidersbeweging in Peru en nationaliseringen en andere progressieve hervormingen doorvoert, riskeert hij nog steeds tegenkantingen vanuit het leger en lockouts door multinationals. Enkel een socialistische politiek waarbij de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle van de bevolking staan, kan zorgen dat de eisen en noden van de armen en arbeiders in Peru worden ingewilligd:

 

  • Een verhoging van het minimumloon tot 2.000 soles/maand
  • Het formaliseren van de informele sectoren in de economie, met echte arbeidscontracten en arbeidsrechten
  • Het invoeren van een nationale coöperatieve, gecontroleerd door vakbonden en boerenorganisaties om de distributie van de landbouwproductie te organiseren: eerlijke prijzen voor boeren, goedkope voedselprijzen voor consumenten
  • Het nationaliseren van de mijnbouw, olie- en gasindustrie, banken, transportsector, en de 500 grootste bedrijven in Peru, en het plaatsen van deze bedrijven onder arbeiderscontrole
  • Massale investeringen in onderwijs en gezondheidszorg, en de uitbouw van een goede infrastructuur: wegen, spoorwegen en openbaar vervoer
  • Stoppen van de repressie door leger en politie tegen strijdbewegingen: het berechten van officieren en politieke verantwoordelijken voor de slachtoffers van de voorbije jaren van repressie, politie en leger onder democratische controle van de arbeidersklasse en wijkcomités
  • Een nationale beweging voor een grondwetswijziging, georganiseerd in bedrijven, wijken, en rurale gebieden, met democratisch verkozen vertegenwoordigers die een nationale Constitutionele Vergadering verkiezen
  • Een socialistische politiek waarbij de rijkdom gebruikt wordt voor de meerderheid van de bevolking, niet van de multinationals en een kleine groep superrijken

 

Artikel door Tim (Brussel)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie