Prijsstijgingen: een socialistisch antwoord

In februari betaalden we gemiddeld net geen 3,4% meer voor dezelfde aankopen als een jaar eerder. Dat is de sterkste toename van de inflatie sinds oktober 2008. Dankzij de automatische loonindexering worden we daar gelukkig – met vertraging en slechts gedeeltelijk – voor gecompenseerd. Maar net op het moment dat de loonindexering ons moet behoeden voor koopkrachtverlies, zet het patronaat het offensief in. Het kan daarbij rekenen op steun van de internationale instellingen. Hoe luidt een socialistisch antwoord op de prijsstijgingen?

Van waar komen de prijsstijgingen?

Men associeert crisis doorgaans met prijsstijgingen of inflatie. Het is nochtans meestal andersom. Crisis gaat eerder gepaard met prijsdalingen of deflatie, oplevingen met toenemende inflatie. Dat komt doordat patroons in een situatie van crisis, als ze hun waren moeilijker verkocht krijgen, geneigd zijn de prijzen te laten zakken. Ze beknibbelen op de productiekosten, vooral de lonen, of nemen genoegen met een kleinere winstmarge. Bij economisch herstel trachten ze hun product te verkopen aan een hogere prijs om de winstmarge op te drijven. In een wereld waarin aanbod en vraag zich gelijkmatig aan elkaar zouden aanpassen, zouden de prijzen vrij stabiel schommelen rond de reële waarde van het product. D.w.z. de gemiddelde hoeveelheid maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd die het vervaardigen van het product van grondstof tot eindproduct vereist.

Het echte leven gaat echter gepaard met schokken, plotse versnellingen en abrupte vertragingen. De natuur zelf kent talloze grillen. Mislukte oogsten in Rusland en de Oekraïne als gevolg van droogte, dragen bij aan de huidige prijsstijging voor voedsel. Een maatschappelijk systeem kan die grillen temperen, wat bijsturen, maar ze net zo goed versterken. Er lijkt maar geen einde te komen aan de eindeloze reeks bosbranden, sneeuwstormen, overstromingen, aardbevingen en tsunamis, met nu in Japan een nucleaire ramp. De juiste impact van menselijk handelen op de opwarming van de aarde, zullen we pas met zekerheid kennen als het wetenschappelijk onderzoek bevrijd is van de wurggreep van grote kapitaalgroepen. Maar dat winstbejag de mens en zijn omgeving overbelast, leidt tot het verwaarlozen van veiligheidsnormen en het nemen van ongehoorde risico’s, is een overtuiging die velen met LSP delen.

De Wereldbank schat dat de stijging van de voedselprijzen sinds juni 2010 tot 44 miljoen mensen extra in extreme armoede heeft geduwd. Haar voedselprijsindex steeg tussen oktober 2010 en januari 2011 met 15%. Diverse oorzaken worden aangehaald. De bevolkingsgroei in armere delen van de wereld. De vraag naar biobrandstoffen. Droogte, overstromingen en andere natuurrampen. Het failliet van Afrikaanse boeren die werden weggeconcurreerd met landbouwoverschotten uit het westen. En speculanten die de eenmaal in gang gezette prijsstijgingen versnellen. Stijging van voedselprijzen en de onhoudbare toename van de levensduurte die ermee gepaard gaat, waren prominente oorzaken van de revoluties in het Midden-Oosten en Noord Afrika.

Het enige systeem dat werkt?

Het establishment beweert dat kapitalisme het enige maatschappelijk systeem is dat functioneert. De feodale adel en de heersers van de slavenmaatschappijen beweerden in hun tijd hetzelfde over hun systemen. Elk maatschappelijk systeem functioneert, anders zou het niet bestaan. Het beantwoordt steeds aan een bepaalde graad van ontwikkeling van ons productief vermogen. Zodra een maatschappelijk systeem echter een rem wordt op de praktische toepassing van wetenschappelijke en technische kennis, veroorzaakt dat eerder chaos dan vooruitgang. Dan slaat de motor van de geschiedenis aan, de klassenstrijd.

Het opstoken van fossiele brandstoffen is een verspilling van rijkdommen ons aangeleverd door natuurlijke processen die miljoenen jaren in beslag namen en catastrofaal voor onze leefomgeving. We weten dat al decennia. Al even lang wordt wetenschappelijk onderzoek naar alternatieve energiebronnen echter tegengewerkt door de zogenaamde “zeven zusters”, de zeven grootste oliemaatschappijen ter wereld. Motoren aangedreven met waterstof, zonne- en windenergie, biomassa enzovoorts, waren een te grote bedreiging voor hun winsten. In plaats van onderzoek te richten op hernieuwbare energiebronnen, werd het bijna uitsluitend toegespitst op het ontwikkelen van ‘goedkope’ nucleaire energie. Met de regelmaat van de klok worden we herinnerd aan de gevaren van deze technologie.

Dat de energiebehoefte zou toenemen, is geen verrassing. Men had al veel langer kunnen investeren in energiebesparing en het ontwikkelen van hernieuwbare energiebronnen. Maar zo werkt het kapitalisme niet. Privé-investeerders zijn pas geïnteresseerd als ze op korte termijn hun investering met ruime winstmarge kunnen terugverdienen. Dat geldt voor energiebesparende maatregelen, voor hernieuwbare energie, maar ook bijvoorbeeld voor moeilijker ontginbare fossiele brandstoffen. Naast speculatie was het gebrek aan investeringen om een voldoende aanbod te kunnen garanderen één van de hoofdredenen voor de opstoot van de petroleumprijzen twee jaar geleden tot 147$/vat. Door de recessie is de vraag afgenomen en de prijs teruggevallen, maar het onderliggende probleem bleef voortwoekeren.

De perversiteit van het kapitalisme komt tot uiting in de reactie van de ‘markt’ op de democratische opstanden tegen corrupte dictators in het Midden-Oosten en Noord Afrika. De ‘markt’ vreest dat democratie de olietoevoer in het gedrang zou brengen. Als ook de dictatuur in Saoedi-Arabië onderuit glijdt, dan ligt een olieprijs van 200$ of meer in het verschiet. Voor de kapitalistische wereldeconomie zou dit neerkomen op een hartinfarct.

 


Belgische energie- en voedselprijzen de hoogte in

De perversiteit van het kapitalisme ontgaat diegenen die ervoor pleiten de loonindexering in België aan banden te leggen. Ze weten dat de olie- en voedselprijzen wereldwijd toenemen. Ze wijten dat niet aan het kapitalisme, maar stellen het voor als iets dat ons overvalt, een natuurverschijnsel. Dat “natuurverschijnsel” sijpelt door naar de Belgische economie. Vooral de prijzen van energie en voedsel zijn de jongste tijd pijlsnel in de hoogte geschoten. Zonder ‘energiedragers’ – huisbrandolie, diesel, gas en elektriciteit – zou de inflatie de helft lager liggen.

De Belgische burgerij knipt liever couponnetjes dan te investeren in vernieuwing van de productie. Tot op vandaag bengelt ze achteraan inzake investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Onze politici zijn daar de perfecte weerspiegeling van. Al jaren beknibbelen ze op noodzakelijke investeringen in wegenonderhoud, schoolgebouwen, spoorinfrastructuur etc. De gevolgen daarvan zullen we nog jaren moeten ondergaan. “Als het elektriciteitsbeleid van onze overheid niet onmiddellijk verandert, dan dreigt bij ons de stroom letterlijk afgesneden te worden”, besloot een recente uitzending van Panorama. “België heeft elektriciteit tekort omdat onze regeringen te weinig centrales hebben laten bouwen en de hoogspanningslijnen die de extra stroom moeten invoeren uit het buitenland, de groeiende vraag niet meer aankunnen. Door dat chronische tekort gaan de elektriciteitsprijzen bij piekverbruik nu al door het dak.” GDF Suez, het moederbedrijf van Electrabel, was vorig jaar goed voor een monsterwinst van 4,62 miljard euro.

De energiesector is niet de enige die onhebbelijke winstmarges hanteert. Uit het jaarrapport van het prijzenobservatorium blijkt dat hogere grondstoffenprijzen in ons land leiden tot overdadige prijsaanpassingen. Bovendien wordt dat nauwelijks gecorrigeerd als de grondstoffenprijzen weer gezakt zijn. Geen enkele supermarktketen zou zich niet bezondigen aan die praktijk. Net basisproducten als aardappelen, uien, huisbrandolie en aardgas zijn de voorbije 12 maanden fors in prijs gestegen. Goederen die minder courant worden aangeschaft zoals breedbeeldschermen of PC’s zijn in prijs gedaald.

 


Indexering van de lonen, een verwezenlijking van de arbeidersbeweging

Er bestaan middelen om de grillen van de natuur en die van het kapitalistische systeem te temperen. De arbeidersklasse heeft er in de loop van de voorbije eeuw verschillende afgedwongen. Zo werd na de Russische revolutie van 1917 en de revolutionaire golf die daarop volgde vanaf 1920 in België een consumptieprijsindex afgedwongen. Aanvankelijk voorzagen slechts een klein aantal collectieve arbeidsovereenkomsten in een automatische loonindexering. Dat aantal werd na iedere grote staking verder uitgebreid.

In zijn overgangsprogramma van 1938 pleitte Trotski voor een glijdende loonschaal, de toenmalige benaming voor automatische aanpassing van de lonen aan de levensduurte, om de arbeidersgezinnen te behoeden van armoede. Tegelijk pleitte hij voor de invoering van een glijdende uurschaal, waarbij het beschikbare werk verdeeld wordt over alle beschikbare arbeiders en deze herverdeling de lengte van de werkweek bepaalt. “Het loon van elke arbeider blijft natuurlijk hetzelfde als in de oude werkweek. De “mogelijkheid” of “onmogelijkheid” om die eisen te realiseren, is in dit geval een kwestie van krachtsverhoudingen die alleen door de strijd beslist kan worden. Op basis van deze strijd, welke ook zijn onmiddellijke praktische resultaten mogen zijn, zal het best het besef bij de arbeiders groeien dat de kapitalistische slavernij vernietigd moet worden.”

Na WOII waren de krachtsverhoudingen gunstig voor de arbeidersbeweging. Het systeem werd geleidelijk aan in alle sectoren doorgevoerd. Maar zoals iedere overwinning van de arbeidersbeweging, werd ook deze verworvenheid zodra de krachtsverhoudingen begonnen te keren teruggeschroefd. In 1962 probeerde toenmalig minister van economische zaken Antoon Spinoy (BSP!) de prijsstijging van de sociale abonnementen van het openbaar vervoer uit de index te lichten. In 1965 probeerde diezelfde regering het nog eens met de broodprijzen. In 1978, alweer met de BSP, slaagt de regering erin witte producten in plaats van merkproducten in de index te laten opnemen. In maart 1976 schaft de herstelwet Tindemans – Declercq de indexkoppeling af voor het gedeelte van het loon boven de 40.250 BEF (€1.006,25). De maatregel werd in december opnieuw ingetrokken na verzet van het ABVV.

De overwinning van het neoliberalisme op het einde van de jaren ’70, begin jaren ’80 leidt tot systematische aanvallen op het indexeringsmechanisme. De rechtse regering van liberalen en christendemocraten voert tussen 1984 en 1986 drie indexsprongen door, waarbij de indexering driemaal werd overgeslagen. Dat werkt tot vandaag door op de lonen. In 1994 lichtte de regering van christendemocraten en sociaaldemocraten tabakswaren, alcohol en benzine uit de zogenaamde gezondheidsindex. En sindsdien werden in verschillende sectoren zogenaamde all-in of saldo akkoorden ingevoerd, die het effect van de loonindexering gedeeltelijk neutraliseren.

 


Eerst produceren, dan verdelen

In hun aanval op de automatische indexering benadrukken burgerlijke politici en economen steeds dat men “eerst de rijkdom moet produceren, vooraleer men die kan verdelen”. Vertel dat maar eens in het Midden-Oosten en Noord Afrika. Zowel Moebarak als zijn zonen Gamal en Alaa zijn miljardairs. Van de voormalige Tunesische dictator Ben Ali en zijn gezin is geweten dat ze alleen in Frankrijk al een vastgoedvermogen ten belope van 3,7 miljard € bezitten. Belgische textielbarons die in de jaren ’70 massaal delokaliseerden naar Tunesië zijn er stinkend rijk geworden. Hoeveel meer rijkdom is vereist, vooraleer de verdeling aanvangt?

Maar daarover hebben ze het niet, wel over de zogenaamde perverse effecten van de loonindexering. Die zou immers een verkeerde perceptie geven van de loonmarge, aldus Thomas Leysen in Le Soir van 19 maart. Economist Geert Noels noemt het de ‘automatische concurrentiehandicap’. Volgens economieprofessor Joep Konings (KULeuven) beschermt de automatische indexering goedbetaalde insiders, maar wie geen job heeft, krijgt minder kans op een job, omdat de bedrijven voorzichtiger zijn om aan te werven. “De automatische loonindexering afschaffen zou dus een sociale maatregel zijn.” Dat moet gepaard gaan met de afschaffing van de indexering van de sociale uitkeringen, voegt hij eraan toe, want anders wordt het verschil tussen werken en niet werken te klein.

Unizo pleit voor “een paar indexsprongen”. Professor Peersman (UGent) wil de lonen jaarlijks aanpassen aan de doelstelling van de ECB. Collega De Grauwe (KULeuven) wil de ingevoerde energiekost uit de index. Wivina Demeester, voormalig CD&V minister, pleit voor een index in centen in plaats van procenten. Maar dat zou volgens De Grauwe ongeschoolde arbeid relatief duurder maken en een averechts effect hebben. De Nationale Bank houdt het op een waarschuwing voor de zogenaamde loon-prijsspiraal, waarbij hogere prijzen leiden tot hogere lonen die op hun beurt gecompenseerd worden door hogere prijzen enzovoorts. Dat argument is niet nieuw. Het is erop gericht ons te doen geloven dat het geen zin heeft te strijden voor loonsverhogingen.

Het werd 150 jaar geleden al beantwoord door Marx in zijn brochure “Loon, prijs en winst”. In werkelijkheid is het de patroon erom te doen een zo groot mogelijk deel van de door ons geproduceerde waarde voor zichzelf af te romen. Vrees voor inflatie heeft het patronaat nooit tegen gehouden zoveel mogelijk winst op te strijken. Met een winst van 16 miljard euro, een derde meer dan in 2009, beschikken de grootste Belgische bedrijven naar ons oordeel over heel wat ademruimte. Bovendien worden royaal dividenden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Lingerieproducent Van de Velde bijvoorbeeld, keerde in 2010 maar liefst 70% van de winst uit aan haar aandeelhouders. Zelfs in volle crisis, in 2009, kenden de patroons van de Bel 20 bedrijven zichzelf een loonstijging van 23% toe.

Prijscontroles

Men kan de arbeiders in België niets verwijten. We behoren nog steeds tot de meest productieve wereldwijd, ver voor onze collega’s in de buurlanden. Dankzij ons indexeringsmechanisme hield de binnenlandse vraag tijdens de crisis in 2009, beter stand dan in andere landen, inclusief Duitsland. De economische inkrimping en de terugval van de investeringen waren hier een stuk kleiner, net zoals de groei van de werkloosheid. Iedereen erkende destijds dat dit te wijten was aan de zogenaamde automatische stabilisatoren, waarmee men de sociale zekerheid en het indexmechanisme bedoelt.

Onze energieprijzen liggen echter een stuk hoger dan die in het buitenland. De enorme winsten verdwijnen in de zakken van de aandeelhouders en die zitten echt niet alleen in Frankrijk. Bovendien is de Belgische industrie zeer energie-intensief, maar ook daar wordt nauwelijks geïnvesteerd in rationeel energieverbruik. Nergens in Europa is het gebruik van bedrijfswagens als looncomponent om de sociale zekerheid te omzeilen meer ingeburgerd dan in ons land. In vergelijking met de buurlanden zijn er nauwelijks sociale woningen. Onze residentiële gebouwen zijn net als onze verouderde schoolgebouwen bijzonder slecht geïsoleerd en er wordt nog veel verwarmd met stookolie. Vandaar dat er stemmen opgaan voor een transparantere controle op de prijzen.

De SP.a viseert in de eerste plaats de energieprijzen. De PS wil de inflatie te lijf gaan met prijscontroles voor minstens 200 producten. Het verbaast ons dat nog niemand voorgesteld heeft om naast de loonnorm een prijzennorm in te voeren, waarbij de prijzen in ons land niet meer mogen stijgen dan het gewogen gemiddelde van de prijzen in de buurlanden. Een controle op de prijs van voedingswaren, energie en huur zou voor velen meer dan welkom zijn. In Venezuela heeft Chavez eveneens prijscontroles ingevoerd op voedingsproducten, het resultaat is echter dat de winkelrekken zo goed als leeg zijn. Ook Morales van Bolivië stootte op een staking van de producenten toen hij in februari de prijzen voor busvervoer wou blokkeren. De eigenaars organiseerden een lock-out.

We zien dat nog niet zo snel gebeuren in België, niet in de voeding, noch met het huuraanbod of de energievoorziening. De les die we hieruit echter moeten trekken is dat het onmogelijk is de distributie te controleren als de overheid niet tegelijk de productie overneemt en ervoor zorgt dat het inkomen van de kleine producent gegarandeerd wordt. Prijscontroles zijn in werkelijkheid immers een vorm van winstcontrole. Private bedrijven zullen trachten de winstmarge te herstellen op de kap van de werknemers en als dat niet lukt, zullen ze dreigen met delokalisatie of het stopzetten van geplande investeringen.

 


LSP vindt dat de arbeiders niet langer moeten opdraaien voor de crisis van de speculanten

 

  • Handen af van de automatische indexkoppeling, voor een volledig herstel van de index. Welvaartsvastheid van alle uitkeringen.
  • Geen arbeidsduurverlenging, maar een werkweek van 32uur zonder loonverlies en met vervangende tewerkstelling, zodat het beschikbare werk verdeeld wordt over iedereen. Dit kan gepaard gaan met goedkoop krediet aan de middenstand en loonsubsidies op basis van bewezen onkosten.
  • Opening van de boeken van alle grote bedrijven om hun echte kosten, hun winsten, de lonen van de bedrijfstop en de bonussen na te gaan.
  • Nationalisatie van de energiesector onder arbeiderscontrole en arbeidersbeheer zodat we de middelen kunnen vrijmaken voor een massaal investeringsprogramma in hernieuwbare energie en energiebesparende maatregelen
  • Voor een overheidsmonopolie op het bank- en kredietwezen onder democratische controle van de gemeenschap. In plaats van bankdirecties te smeken om krediet te verlenen, zou de overheid dan zelf de nodige publieke investeringen kunnen plannen om te beantwoorden aan de echte behoeften van de bevolking.
  • Voor een democratisch gepland socialisme ter vervanging van de kapitalistische chaos

 

Artikel door Eric Byl

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie