De contrarevolutie wint terrein in Venezuela

Het feit dat Chavez aan de macht kwam in Venezuela vormde een keerpunt op wereldvlak en was een positieve ontwikkeling voor de Venezolaanse massa’s. De hervormingen die werden doorgevoerd, waaronder de “missies”, maakten de afgelopen jaren een vooruitgang mogelijk. Tussen 1998 en 2009 daalde het aantal armen met 43%, de kindersterfte nam met 35% af en de levensverwachting nam met bijna twee jaar toe. De voedselconsumptie per persoon steeg met 25%.

Er werden enorme inspanningen gedaan om de toegang tot water en energie te versterken. De werkloosheid bedroeg 11% in 1998 en steeg in 2003 als gevolg van de patronale lock-out tot 16,8%, in 2009 was dit afgenomen tot 7,5%. Dat kwam grotendeels omdat er banen bij kwamen in de publieke sector. Een miljoen mensen zijn niet langer analfabeet en miljoenen Venezolanen hebben voor het eerst in hun leven een dokter gezien. We zouden hiernaast nog heel wat andere voorbeelden en cijfers kunnen geven.

Rechterzijde opnieuw in het offensief

De kracht van de Venezolaanse massa’s en de verhoging van het klassenbewustzijn in de samenleving hadden het patronaat en haar politieke lakeien zwaar onder druk gezet. Dit deed velen denken dat het patronaat en de rechterzijde van het toneel verdwenen waren, sommigen geloven dit nog steeds. Er werd gedacht dat rechts niet meer kon terugkomen, maar dit was een tijdelijke illusie.

Vandaag wordt dat duidelijk met het nieuwe parlement dat in september 2010 werd verkozen. Er zijn vandaag 65 verkozenen van de alliantie van de rechtse oppositie. Die worden aangevuld met twee verkozenen van de PPT. Daartegenover zijn er 98 aanhangers van Chavez verkozen. Het ergste hieraan is overigens dat de aanhangers van Chavez hun meerderheid in het parlement enkel hebben behouden door het kiessysteem. In stemmenaantal won de rechterzijde. (1)

In het parlement zijn het de rechtse verkozenen die spreken over de noodzaak van sociale zekerheid voor de arbeiders, collectieve arbeidsovereenkomsten, een wet voor een grotere bescherming van jonge werkenden, syndicale vrijheden,… Alle concrete eisen waarop de Chavisten de afgelopen 12 jaar geen antwoord hebben geboden, worden nu opgeworpen door de rechterzijde.

De zwaktes van Chavez

De ergste fout is ongetwijfeld het feit dat ten allen prijze wordt geprobeerd om compromissen en allianties te sluiten met de burgerij. De burgerij houdt de touwtjes van de economische macht stevig in handen en is nu ook langs de grote poort aan het terugkeren in de politieke debatten.

Het economische beleid van de regering-Chavez bestaat uit een opdrijven van de staatstussenkomsten in de economie, waarbij er tegelijk nog een kapitalistische economie in stand wordt gehouden. Dit wordt ten onrechte socialisme genoemd. Er wordt veel gesproken over de “nationalisaties” die het regime heeft doorgevoerd, ook al gaat het meer om publiek-private samenwerkingen. Hetzelfde wat de zogenaamde onteigeningen betreft, de overheid koopt bedrijven op en doet dat vaak voor een prijs die boven de reële waarde ervan ligt. Het gaat vaak om failliete of weinig productieve bedrijven. Er is geen significante verandering in de verhouding tussen het gewicht van de publieke en de private sector. De private sector blijft het zwaarst doorwegen.

Chavez spreekt vaak over de economische onafhankelijkheid van Venezuela, maar er is geen echt productieplan die dat mogelijk zou maken. De economische afhankelijkheid van het buitenland wordt zelfs groter. Er worden dure afgewerkte producten ingevoerd in ruil voor goedkope grondstoffen. Er wordt op die manier heel wat geld verloren en deze ongelijkheid draagt verder bij tot het proces van desindustrialisatie in het land.

Er is ook de ontwikkeling van de “boli-bourgeoisie”. Dat is een deel van de oude elite dat financieel voordeel zag in een alliantie met de Chavisten. Daarnaast is er een laag van “nieuwe rijken” die de afgelopen jaren hun rijkdom hebben vergaard.

Verandering

De afgelopen twee jaar waren er belangrijke veranderingen in de Venezolaanse situatie als gevolg van de economische crisis (2) en een zekere vermoeidheid en groeiende demotivatie onder de massa’s. Er is een golf van afdankingen in de overheidsbedrijven. Chavez kondigde nieuwe economische maatregelen aan, waaronder een verhoging van de BTW. Er wordt ook steeds meer beroep gedaan op repressie als antwoord op iedere vorm van strijd of kritiek: syndicalisten vliegen de gevangenis is, stakingen worden gebroken door de nationale garde,…

Wie dacht dat het revolutionaire proces in Venezuele op een rechtlijnige wijze zou verlopen en onomkeerbaar in de richting van het socialisme ging, vergist zich. Ieder proces neemt verschillende vormen aan, alsook een eigen ritme, timing,… Het lijkt erop dat de rechterzijde zich nog onvoldoende opnieuw heeft gevestigd om de presidentsverkiezingen van 2012 te winnen. Er is nog steeds een grote verdeeldheid onder rechts en er is geen figuur die een rechtstreekse confrontatie met Chavez aan kan.

Wij steunen uiteraard alle hervormingen die de levensvoorwaarden van de arbeiders en de armen verbeteren. Maar de geschiedenis leert ons dat het kapitalisme zich niet blijvend laat onderwerpen aan hervormingen. Om de vooruitgang te consolideren, is het nodig om verder te gaan en het kapitalisme omver te werpen en te vervangen door een systeem dat de belangen van de arbeiders en hun gezinnen centraal stelt. Dat is een samenleving waarin de economie op democratische wijze wordt gepland met het oog op de reële behoeften van de arbeiders.

 

Het “socialisme”

De officiële regeringspropaganda stelt dat Venezuela socialistisch is, terwijl er bij het minste probleem wordt gesteld dat de ongelijkheid het resultaat is van het feit dat de staat nog steeds burgerlijk is. Onder bredere lagen heerst het idee dat wat niet duur is socialistisch is. Jammer genoeg zijn er ook “socialistische” lonen in “socialistische” overheidsbedrijven, waarbij deze lonen twee tot drie keer minder zijn dan deze in de grote privébedrijven. Dat verklaart van waar de “socialistische” prijzen van bepaalde producten komen, maar het legt ook uit waarom veel arbeiders zich tegen het “socialisme” en de nationalisaties verzetten uit de vrees dat dit de lonen naar beneden zal halen. Arbeiders die opkomen voor loonsverhogingen worden door het regime als contrarevolutionair bestempeld met het argument dat wie meer loon wil meer wil consumeren en dat dit het kapitalisme ondersteunt.

In naam van het socialisme werden arbeiderscomités opgezet. Maar die worden door de Chavistische bureaucratie gebruikt om de vakbonden te ontbinden op een ogenblik dat de comités nog onvoldoende sterk uitgebouwd zijn. De arbeiders hebben hierdoor vaak geen enkele vertegenwoordiging en hebben geen instrument om in te gaan tegen de uitbuiting. Wie daarover klaagt, wordt gezegd dat er geen bazen zijn in de socialistische bedrijven en dat strijd dus ook niet nodig is…

 

 

Voor een linkse oppositie

Er is dringend nood aan een linkse oppositie op het Chavisme met een echt socialistisch programma met inbegrip van de wijze waarop we tot een socialistisch alternatief kunnen komen.

Volgende eisen zouden een goede start zijn voor zo’n linkse oppositie:

 

  • Het invoeren van een systeem van echte arbeiderscontrole doorheen comités van verkozen en afzetbare vertegenwoordigers die het dagelijkse functioneren van de bedrijven controleren. Het openen van de boeken van alle bedrijven, ook de genationaliseerde bedrijven, zodat de boekhouding kan worden gecontroleerd door arbeiderscomités. Dat is noodzakelijk om een einde te maken aan de corruptie en de ontwikkeling van een bureaucratie
  • De arbeiderscomités moeten zich op lokaal, regionaal en nationaal vlak met elkaar verbinden. De overheidsbedrijven moeten onder een stelsel van democratisch arbeidersbeheer worden geplaatst. De raad van bestuur van dergelijke bedrijven moet in handen zijn van verkozen vertegenwoordigers van de arbeiders uit de sector, bredere lagen van de arbeidersklasse en de armen en van de regering van arbeiders en boeren.
  • Alle kaders moeten worden verkozen en permanent afzetbaar zijn, ze mogen niet meer verdienen dan een gemiddeld loon van een geschoolde arbeider
  • De onteigening van de banken, de multinationals en de 100 rijkste families die vandaag de Venezolaanse economie controleren. De invoering van een democratische socialistische planning van de productie.
  • De vorming van een onafhankelijke en democratische vakbondsfederatie met een verkozen leiding die wordt gecontroleerd door de basis.

De strijd voor zo’n programma is dringend nodig om een einde te maken aan de dip in de Venezolaanse revolutie. Dat is noodzakelijk om te vermijden dat de stagnatie verder gaat en de dreiging van de contrarevolutie groter wordt.

 

 Artikel door Ben (Henegouwen)


 

  1. De rechtse alliantie haalde 5.334.309 stemmen, de rechtse bondgenoot PPT 354.677 stemmen, de PSUV en bondgenoten : 5.451.422 stemmen
  2. In 2009 was er een negatieve groei van -3%, in 2010 zal dat ongeveer hetzelfde zijn geweest.
Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie