Zal Chavez de verkiezingen van 26 september overleven?

Venezuela: woorden over socialisme volstaan niet, daden moeten volgen!
Op 26 september zijn er algemene verkiezingen in Venezuela. Voor het eerst sinds lang is er de mogelijkheid dat de linkse president Chavez zijn meerderheid zal verliezen. De recessie, energiecrisis, hoge inflatie, criminaliteit en het ongenoegen tegenover de bureaucratie en de corruptie hebben de steun aan Chavez ondermijnd.

Chavez heeft als reactie hierop zijn linkse retoriek aangescherpt. Aan de BBC verklaarde hij op 14 juli: “Ik kwam 11 jaar geleden aan de macht en was toen zeer naïef, ik geloofde in een ‘derde weg’. Ik dacht dat een soort van ‘proper kapitalisme’ mogelijk was, een ‘kapitalisme met een menselijk gezicht‘. Ik was verkeerd. Democratie is onmogelijk in het kapitalisme. Het kapitalisme is koning in de onrechtvaardigheid, het is de tirannie van de rijken over de armen… daarom is de enige manier om de wereld te redden socialisme. Socialisme met democratie.”

Ondanks deze woorden komt er steeds meer kritiek, ook van vroegere medestanders van Chavez. Heinz Dieterich, voormalig regeringsadviseur en bedenker van de slogan “socialisme in de 21ste eeuw”, stelde in een interview met El Nacional in maart: “De politiek van de president heeft niets opgebouwd dat de naam “socialisme van de 21ste eeuw” waardig is. De sociale programma’s zijn zeer positief, maar dat is nog geen socialisme.” Terwijl de retoriek van Chavez verder naar links opschuift, zijn er ook steeds meer aanvallen op arbeiders die opkomen voor betere arbeidsvoorwaarden en lonen.

Chavez kwam aan de macht na de verkiezingen van 1998. Zijn overwinning was een uitdrukking van het massale ongenoegen tegenover de oude elite en het neoliberale beleid dat had geleid tot een enorme kloof tussen rijk en arm. Ondanks de grote olierijkdommen in Venezuela, kende dit land toch een scherpe armoede. Chavez kwam op voor een “Bolivariaanse revolutie” en verwees daarmee naar Simon Bolivar, de voorman van de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spaanse koloniale macht in de 19de eeuw.

Aanvankelijk was het plan van Chavez om een beperkt aantal verbeteringen voor de meerderheid van de bevolking door te voeren en de afhankelijkheid van het VS-imperialisme wat te verminderen. De VS is tot op vandaag de belangrijkste handelspartner. De belastingen werden verhoogd en de controle over de olie werd door de overheid overgenomen. Dit leverde heel wat middelen op die het regime in staat stelden om hervormingen door te voeren zoals een verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs voor de armen.

De poging om een vorm van welvaartstaat naar Europees model uit te bouwen, Chavez noemde het een “proper kapitalisme”, botste meteen op het verzet van de rijke elite. Gesteund door de regering-Bush probeerde de elite om Chavez af te zetten door een staatsgreep te plegen (in april 2002). Dat leidde tot een spontane opstand van de massa’s. Nieuwe pogingen eind 2002 en begin 2003 in de vorm van een patronale ‘staking’, een lock-out, om de economie te saboteren, leverden al evenmin resultaat op.

Chavez zou naar eigen zeggen toen al tot de conclusie zijn gekomen dat het onmogelijk was om de onrechtvaardigheden gewoon weg te ‘hervormen’. Maar hij ging intussen wel verder met zijn pogingen om tot een samenwerking met een deel van de nationale kapitalistische klasse te komen. Het was onder druk van onderuit en de voortdurende conflicten met de oude elite dat Chavez begin 2005 verklaarde dat hij wou opkomen voor een “socialisme van de 21ste eeuw”.

Zijn visie van socialisme is dat van het Cubaanse model waar de bureaucratie aan de macht is. Dat kwam goed uit voor Chavez die met zijn achtergrond als legerofficier gewoon is om orders van bovenaf op te leggen. Hij heeft nooit de noodzakelijke onafhankelijke organisatie van de arbeidersklasse centraal gesteld. Er lag steeds nadruk op hervormingen van bovenaf waarbij een “Bolibureaucratie” begon te groeien. De ontwikkeling van een bureaucratie samen met een kliek van opportunisten die rond de macht cirkelden, verergerde de situatie.

Het resultaat is een regime dat wordt gekenmerkt door alle elementen die eigen zijn aan een bureaucratie: een politiek van zigzags en willekeur tot regelrecht wanbeheer. Na de economische crisis van 2002-2003 nam de productie aan een snel tempo toe als gevolg van de hoge olieprijs. Op vijf jaar tijd groeide de economie met 95%, de armoede halveerde en de extreme armoede nam met 70% af. De sociale uitgaven verdubbelden en de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs werd makkelijker voor de hele bevolking.

Dit deed Chavez verklaren dat zijn “socialistische politiek” het land immuun zou maken voor een kapitalistische crisis. Dat bleek niet het geval te zijn, de wereldwijde crisis heeft ook verregaande gevolgen in Venezuela. In 2009 was er een daling van het bbp met 3,3% en wellicht volgt dit jaar een nieuwe achteruitgang. De olieprijs was één factor, maar niet de enige. De Amerikaanse econoom Mark Weisbrot verklaarde dat de Venezolaanse regering de economie niet genoeg zou hebben gestimuleerd, iets wat de Bolivaanse regering wel zou hebben gedaan waardoor de economie daar met 3% groeide.

De publieke uitgaven namen in 2008 nog met 16,3% toe, in 2009 was dat nog slechts 0,9%. De regering heeft begin dit jaar de BTW verhoogd, een maatregel die vooral de armsten hard treft. Door problemen met de energievoorraden nam het bbp in het eerste kwartaal van dit jaar met 5,8% af. Het ongewoon zware “El Niño” fenomeen dat leidde tot hevige regens in het zuiden van Brazilië, had een omgekeerd effect in Venezuela dat de ergste droogte in 100 jaar meemaakte. Het waterniveau in de Guri Dam, goed voor 70% van de energie van het land, kwam dramatisch laag te staan. Hierdoor moesten water en elektriciteit worden gerantsoeneerd en waren er regelmatig stroomonderbrekingen. Dat heeft natuurlijk direct gevolgen voor de economische activiteiten. De energiecrisis kan echter niet enkel aan El Niño worden toegeschreven, er is ook een gebrek aan investeringen en planning van de energieproductie.

Venezuela kampt met een hoog niveau van inflatie. De regering heeft het minimumloon dit jaar al met 25% opgetrokken, maar zelfs dat volstaat niet om de prijsstijgingen te volgen. Vorig jaar bedroeg de inflatie 25% en dit jaar gaan de prijsstijgingen nog sneller. De voedselprijzen stijgen met ongeveer 40% op jaarbasis. De hoge inflatie heeft de afgelopen jaren geleid tot een overwaardering van de munt. De officiële wisselkoers met de dollar werd door de regering slechts een paar keer aangepast.

Voorheen werd de munt sterk gehouden door een instroom van dollars bij de export van olie. Dit maakte het goedkoper om voedsel te importeren. Dit werd nog versterkt toen Chavez in 2003 de controle over het oliebedrijf PDVSA overnam en het oliegeld begon te gebruiken voor zijn hervormingsbeleid. In 2008 creëerde de regering een voedselbedrijf, de PDVAL, als dochterbedrijf van de PDVSA. Het voedselbedrijf moest de import en distributie van voedsel controleren. Nu wordt de helft van de olie-inkomsten besteed aan voedselimport, twee derden van alle voedsel wordt geïmporteerd.

Een poging van de regering om een landhervorming door te voeren door 2,7 miljoen hectare landbouwgrond (ongeveer 10% van de beschikbare grond) te herverdelen, had weinig effect op de voedselproductie. Het gebrek aan machines en kapitaal vormden samen met de alomtegenwoordigheid van de bureaucratie een rem. De poging om de prijsstijgingen te stoppen door een prijscontrole door de overheid had evenmin succes. Private voedselproducenten weigerden dikwijls om te verkopen aan de prijzen die de overheid oplegde. Chavez dreigde hierop met maatregelen tegen de grote voedselbedrijven.

De Venezolaanse econoom Angel Alayon stelt dat de overheid 75% van de koffieproductie, 42% van de maïsproductie, 40% van de rijstproductie, 52% van de suikerproductie en 25% van de melkproductie controleert. Dat volstaat niet om de tekorten in de voedselbevoorrading op te lossen. Recent werd bekend dat onder de verantwoordelijkheid van de PDVAL tienduizenden ton voedsel aan het wegrotten was in containers. Bureaucratisch wanbeheer en corruptie gaan in tegen de behoeften van de bevolking.

De devaluatie van de nationale munt, de Bolivar, begin dit jaar heeft geleid tot het ontstaan van twee wisselkoersen ten opzichte van de dollar. Er is een lagere wisselkoers om de import van voedsel, geneesmiddelen en andere basisproducten goedkoop te houden. Er is een hogere wisselkoers voor de import van luxegoederen. Dit heeft geen einde gemaakt aan het gebruik van de dollar in de parallelle handelscircuits. De regering probeerde dit tegen te gaan met verschillende wisselkoersen, maar dit zal wellicht geen einde maken aan de zwarte markt.

Door de inflatie was een devaluatie van de munt noodzakelijk, maar dit heeft geleid tot verdere prijsstijgingen. De private bedrijven konden van de devaluatie profiteren, de lonen van de Venezolaanse arbeiders werden voor hen immers goedkoper. De werkenden moeten intussen rekening houden met hogere prijzen. Er is ook een achteruitgang in de uitbouw van sociale hervormingen. Veel projecten verlopen moeizaam, corruptie en bureaucratische traagheid zorgen er steeds meer voor dat projecten niet of onvolledig worden uitgevoerd.

Het antwoord van Chavez bestaat voorlopig enkel uit radicale woorden en de dreiging om tot nationalisaties over te gaan. Deze woorden gaan echter niet samen met daden. En bovendien zijn de Venezolaanse nationalisaties die er al waren beperkt: de overheid koopt een meerderheid van de aandelen waardoor de vroegere eigenaar minderheidsaandeelhouder wordt. Dat gebeurde onder meer met de Colombiaans-Franse supermarktketen Exito.

Het verschil tussen woorden en daden is het resultaat van verschillende elkaar versterkende factoren:
– Chavez heeft geen coherente strategie
– Hij is allianties aangegaan met de lokale burgerij, de “bolibourgeoisie”. Hij treedt enkel tegen de burgerij op als de relaties worden verbroken of als de tegenstellingen te hoog oplopen
– Chavez wordt beïnvloed door zijn buitenlandse “vrienden” van Cuba over Brazilië tot China, Iran en Rusland. Er is een ideologische invloed, zeker vanuit Cuba, maar de zakelijke samenwerking met China en Rusland heeft evenzeer invloed. Toen de arbeiders van het staalbedrijf SIDOR de hernationalisatie vroegen, weigerde Chavez dit aanvankelijk omdat de eigenaar een Argentijn was en de regering van dat land een bondgenoot van Chavez was…
– Tenslotte is er de belangrijke vaststelling dat Chavez regeert via een laag van bureaucraten die elk hun eigen belangen vooropstellen en daarbij dikwijls de overheidsprogramma’s tegenwerken.

Chavez wordt gedwongen om op te treden tegen de bureaucratie en om sommige bedrijven te nationaliseren, maar hij is niet in staat om de bureaucratie in zijn geheel te elimineren omdat zijn macht er steeds meer op gebaseerd is. Chavez vertrouwt niet op de sterkte en de onafhankelijke organisatie van de arbeidersklasse, de enige kracht die de bureaucratie kan aanpakken.

De acties van Chavez tegen de kapitalisten en de bureaucraten zijn onregelmatig en willekeurig, het gaat immers om acties tegen voormalige bondgenoten. Gedeeltelijke maatregelen volstaan niet, het voortbestaan van het kapitalisme en het bureaucratisch wanbeheer verstikken de economie.

Enkel de georganiseerde arbeidersklasse kan voor verandering zorgen, vandaar dat de bureaucratie zo bang is van onafhankelijke organisatie en strijd van de arbeiders. Er is steeds meer arbeidersstrijd maar ook steeds meer repressie vanwege de overheid en bureaucratische maatregelen om strijd de kop in te drukken. Chavez bestempelt gelijk welke vorm van oppositie als “lakeien van het imperialisme”, dat beperkt verder de ruimte voor onafhankelijke arbeidersorganisaties.

Bij arbeidersstrijd is er steeds meer politierepressie, een aantal vakbondsmilitanten werd zelfs al vermoord. Vorig jaar vielen twee doden toen de politie een einde probeerde te maken aan de bezetting van het Japanse automobielbedrijf Mitsubishi.

In tal van bedrijven eisen de arbeiders de nationalisatie als antwoord op de patronale weigering om degelijke arbeidsvoorwaarden toe te passen. Vaak wordt de eis van nationalisatie gekoppeld aan de noodzaak van arbeiderscontrole. Socialismo Revolucionario, de Venezolaanse afdeling van het CWI, schat dat vorig jaar zowat 300 werkplaatsen door de arbeiders zijn overgenomen. Soms kwam er steun vanwege de autoriteiten, maar in nog meer gevallen was dat niet het geval. Er waren nederlagen, zoals bij Sanitarios Maracay, maar succesvolle pogingen, zoals in Alcasa, Invepal en Inveval, tonen het potentieel voor een ander systeem dat niet gebaseerd is op private winsten. In een aantal van deze bedrijven waren er ook voor de hoogste uitvoerende functies verkiezingen onder de arbeiders.

Chavez beweert dat hij het idee van arbeiderscontrole steunt, maar de bureaucratie wil haar macht niet opgeven en zet een limiet op wat deze experimenten kunnen bereiken. De vele woorden over nationalisaties en socialisme gaan niet gepaard met daden: de overheid controleert volgens Chavez slechts 30% van de economie en 26% van het bankwezen.

De desillusies onder brede lagen en de mogelijke gevolgen daarvan bij de verkiezingen eind september hebben Chavez aangezet tot het opdrijven van zijn radicale retoriek. Nu spreekt hij al over een “oorlog” tegen de “burgerij”. Maar als de woorden niet gepaard gaan met daden, kan dit leiden tot een groeiend scepticisme tegenover het “socialisme van de 21ste eeuw”. Heinz Dieterich stelde dat “het logische gevolg van dit alles is dat het concept gebanaliseerd wordt waardoor het mensen ertegen opzet.”

Het is niet uitgesloten dat Chavez onder druk van de dieper wordende crisis en de toenemende sabotage van de kapitalisten onder druk van onderuit gedwongen wordt om verder te gaan met de nationalisaties. Het is echter moeilijk te zeggen hoe ver hij in deze richting kan en wil gaan.

Vandaag is er geen stalinistisch blok meer waarbij Chavez zou kunnen aansluiten na een breuk met het kapitalisme om vervolgens een bureaucratisch systeem naar Moskous model te vestigen. Vandaag is zelfs Cuba op weg om het Chinese pad te volgen door zich open te stellen voor elementen van de markteconomie. In Cuba is dat proces nog erg traag en verloopt het niet rechtlijnig.

Het is mogelijk dat Venezuela een groot deel van de economie nationaliseert zonder het kapitalisme af te schaffen. Ten tijde van de Portugese revolutie van 1974-75 controleerde de overheid 80% van de economie, nadien werd de rol van de overheid sterk afgebouwd.

Vandaag echter heeft de rechtervleugel en de bureaucratie de controle over de partij van Chavez, de PSUV (Verenigde Socialistische Partij van Venezuela). Begin mei waren er voorverkiezingen waaraan een indrukwekkend aantal partijleden deelnamen – 2,5 miljoen! Maar de basisleden stelden dat kandidaten van de leiding veel meer middelen hadden om campagne te voeren en hierdoor doorgaans uitverkozen werden.

Op dit ogenblik kan het resultaat van de verkiezingen van 26 september nog niet worden voorspeld. Chavez doet het niet goed in de peilingen, maar de rechtse oppositie krijgt nog steeds weinig steun. Het hele staatsapparaat zal worden ingezet om de kandidaten van Chavez verkozen te krijgen. Het grootste gevaar voor Chavez ligt bij een erg lage opkomst, kiezers die de moeite niet meer doen om te stemmen. Dat is hoe hij het referendum over de grondwetswijzigingen in 2007 verloor.

Socialismo Revolucionario komt op voor de onafhankelijke organisatie van de arbeiders en voor een socialistisch alternatief tegenover de oude elite, maar ook tegen de nieuwe bureaucratische elite die het revolutionaire proces aan het verstikken is.

 

Artikel door Marcus Kolbrunner

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie