70 jaar na de moord op Trotski: komende bewegingen zullen opvattingen van Trotski bevestigen

Zeventig jaar geleden werd de belangrijkste toenmalige revolutionair, Leon Trotski, om het leven gebracht door een huurmoordenaar van Stalin, Ramon Mercader. Er waren eerder een aantal pogingen om Trotski te vermoorden, maar op 20 augustus 1940 werd een fatale slag met een ijshouweel toegebracht. Daarmee werd het symbool van onverzettelijke oppositie tegen kapitalisme en totalitair stalinisme omgebracht.

Trotski’s opvattingen opnieuw onder vuur

Recent verscheen een nieuwe Engelstalige “biografie” van Trotski geschreven door Robert Service. Die voert een nieuwe moord op Trotski uit, deze keer een moord van politieke en literaire aard. Service haalt Winston Churchill instemmend aan toen deze ten tijde van de Moskouse processen aan de Russische ambassadeur in Groot-Brittannië verklaarde: “Ik heb zijn activiteiten al langer gevolgd. Hij is Ruslands kwade geest, het is erg goed dat Stalin het van hem heeft gehaald.”

Er werd gedacht dat de moord op Trotski zou volstaan om komaf te maken met zijn opvattingen. Dat was echter niet het geval. In de daaropvolgende generaties gingen de politiek meest bewuste lagen bij hun strijd tegen het kapitalisme en het stalinisme bij Trotski zoeken naar antwoorden. Zelfs in de periode na de val van het stalinisme in 1989, een periode van ideologische contra-revolutie, bleven Trotski’s opvattingen een aantrekkingskracht uitoefenen. Tegen de achtergrond van de ergste economische crisis van het kapitalisme sinds de jaren 1930 en het onvermijdelijke massale verzet van de arbeiders en armen, zijn de ideologen van het kapitalisme bang van een nieuwe invloed van de ideeën van Trotski. Ze zijn er zich van bewust (of toch half bewust) dat in een periode van revolte wordt uitgekeken naar figuren zoals Che Guevara, die wordt gezien als een strijder voor socialisme en nationale bevrijding, of Leon Trotski. Om dat te vermijden, wordt nu al campagne gevoerd om Trotski te discrediteren. Dat is het doel van een boek als dat van Robert Service, maar er zijn nog andere gelijkaardige werken gepubliceerd.

“Toon me je vrienden en ik zeg je wie je bent”, luidt het oude spreekwoord. Robert Service is een goede vriend van de huidige gouverneur van de Bank of England, Mervyn King. Die wil wat rest van de welvaartstaat verder afbouwen. Service wil de indruk wekken dat Trotski en veel van diens medestanders misschien wel werden vermoord, maar dat ze toch bloedbroeders van Stalin en het systeem van bureaucratische terreur waren. Het wordt voorgesteld alsof de opvattingen van Trotski net zoals het stalinisme een resultaat was van het bolsjewisme dat inherent totalitair en autoritair van aard was. Dat is een grove leugen, het is laster tegenover de partij van Lenin. De Bolsjewistische partij was de meest democratische arbeiderspartij uit de geschiedenis en ze leidde de Russische revolutie, de belangrijkste gebeurtenis uit de menselijke geschiedenis. Het stalinisme was met haar totalitaire methode en haar aanval op de oude bolsjewieken geen verderzetting van het Bolsjewisme, maar eerder een negatie ervan.

Het stalinisme kan vandaag geen aantrekkingskracht meer vormen, zoals dit bijvoorbeeld in de jaren 1930 het geval was en tot op zekere hoogte ook nog in de periode na 1945, toen de nieuwe generatie die in strijd ging niet op de hoogte was van de misdaden van het stalinisme. Dat is vandaag niet meer het geval. Vandaag kan het trotskisme een weg vooruit aanbieden voor de strijd voor arbeidersdemocratie.

De analysemethode van Trotski was niet enkel cruciaal om het stalinisme te begrijpen, het biedt ook een weg vooruit aan voor arbeidersstrijd vandaag. Dat betekent uiteraard niet dat Trotski zonder fouten was. Niemand is zonder fouten, ook Marx, Engels en Lenin hebben fouten gemaakt. Maar Trotski nam doorgaans een erg correcte positie in tegenover de belangrijkste thema’s waarmee de arbeidersbeweging in zijn tijd werd geconfrotneerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn gedetailleerde analyse van het fascisme in de jaren 1930. Hij was toen ook niet te beroerd om zijn vroegere commentaren over het fascisme in de jaren 1920, toen dit nog een nieuw fenomeen was, te corrigeren. In de jaren 1920 was Trotski geneigd om alle dictatoriale regimes – zoals dat van Primo de Rivera in Spanje – als fascistisch te omschrijven. Nadien erkende hij dat dit fout was en gaf hij een veel exactere definitie van het fascisme, een systeem dat er op gericht is om de arbeidersorganisaties volledig met de grond gelijk te maken. Het fascisme verschilt van militaire bonapartistische regimes die ook reactionair zijn, maar er niet in slagen om alle democratische rechten en organisaties te vernietigen.

Trotski’s ideeën zijn niet achterhaald

Er wordt gesteld dat Trotski’s ideeën ‘achterhaald’ zouden zijn. Dat is het steeds terugkomende argument van de professoren en verdedigers van het huidige systeem. Het trotskisme is niet anders dan een moderne uitdrukking van de ideeën van Marx. Van meet af aan hebben de huurlingen van het kapitalisme gesteld dat het marxisme niet kan worden toegepast in ‘democratische’ samenlevingen, zeker niet na de ervaringen van de 20ste eeuw. Maar als het marxisme zo “achterhaald” zou zijn, hoe komt het dan dat de marxisten de werking van het kapitalisme beter begrepen dan de verdedigers van het systeem zelf? Zij verklaarden via hun woordvoerders als Francis Fukuyama dat het “einde van de geschiedenis” was bereikt. De Wall Street Journal verklaarde in 1990, na de val van het stalinisme, “Wij [het kapitalisme] hebben gewonnen”.

Marxisten erkennen dat het verdwijnen van de geplande economie als gevolg van de ineenstorting van de totalitaire regimes in het Oostblok, een historische nederlaag vormde voor de arbeidersklasse. Economisch gezien vormden de geplande economieën van Rusland en Oost-Europa, ondanks de rol van de bureaucratie, een referentiepunt. Het was een indicatie van wat mogelijk zou zijn op basis van arbeidersdemocratie.

Heel wat “marxisten” begrepen niet wat de betekenis was van de ineenstorting van het stalinisme, anderen gaven gewoon op. Het CWI begreep dat het een nederlaag was – vooral een ideologische nederlaag – maar niet een nederlaag van dezelfde orde als de vernietiging van de arbeidersorganisaties door het fascisme in de jaren 1930. We voorspelden quasi als enigen – naast een aantal kapitalistische commentatoren die op empirische basis tot dezelfde conclusies kwamen (bvb Nouriel Roubini) – dat de wijze waarop het kapitalisme een groei kende na de ineenstorting van het stalinisme op een harde manier in het gezicht van het kapitalisme zou ontploffen. De enorme injectie van krediet, fictief kapitaal, leidde tot het ontstaan van de grootste zeepbel uit de geschiedenis. We werden er destijds van beschuldigd dat we steeds opnieuw een recessie voorspelden. Dat is ten onrechte. We waren het niet eens met die marxisten – een deel van hen was toen nog lid van Militant en het CWI – die een recessie voorspelden in 1987. We stelden dat het kapitalisme een tijdelijke uitweg zou vinden door beroep te doen op de reserves van het Duitse en Japanse kapitalisme. In 2007 daarentegen stelden we dat het systeem een diepe crisis zou kennen, en dat is effectief wat we sindsdien hebben gezien. Onze analyse is in tegenstelling tot de kwakzalvers van het kapitalisme niet gebaseerd op de waan van de dag, maar op een wetenschappelijke analyse van hun system. Dat is een verderzetting van de benadering van Trotski die zich baseerde op de methode van Marx. Als een opvatting een correcte verklaring biedt van de actuele situatie, dan mag deze “oud” zijn, het blijft de beste methode die voorhanden is. Het marxisme bleek beter in staat om ontwikkelingen te voorzien dan de vertegenwoordigers van de bezittende klassen.

Marx stelde dat het kapitalistisch systeem in essentie is gebaseerd op de productie voor de winst van een kleine groep miljonairs, multimiljonairs en miljardairs en niet voor de sociale behoeften. De ultieme tegenstelling van het systeem bestaat eruit dat de arbeidersklasse niet alles wat het produceert kan terugkopen. Dat komt omdat de arbeiders slechts een deel van de waarde die ze hebben geproduceerd terug krijgen in de vorm van hun loon. Het surplus werd door Marx omschreven als niet-betaalde arbeid. Het systeem kan standhouden het surplus productief wordt geïnvesteerd in de industrie, wetenschap en techniek – de productiemiddelen. Deze situatie leidt op een bepaald ogenblik echter tot een crisis omwille van de overproductie van zowel consumptiegoederen als kapitaalgoederen. Het idee van “overproductie” op zich zou in alle voorgaande economische systemen als iets absurd zijn beschouwd. Tegen de achtergrond van enorme armoede en behoeften is dat ook vreemd. Maar de centrale drijvende kracht van dit systeem is de winst, niet de menselijke behoeften. De strijd voor het surplus is de katalysator voor een programma om de lonen aan te pakken en de levensstandaard van de arbeidersklasse te ondermijnen.

Economische miserie voor miljarden mensen

Dit waren de theoretische opvattingen van de socialisten van het CWI dat zich baseert op de historische analyse van Trotski. We verdedigden deze opvattingen doorheen de jaren 1990 en de eerste helft van dit decennium. De waarheid is natuurlijk concreet. Vandaag vinden we bijna dagelijks een bevestiging van de marxistische analyses in de media. In juli stelde de Financial Times dat sinds 2007 zeven miljoen Amerikaanse industrie-arbeiders hun job verloren. De officiële werkloosheid is opgelopen tot 15 miljoen mensen, samen met diegenen die amper een job hebben loopt dat aantal op tot 30 miljoen of 20% van alle arbeidskrachten. In Europa is 10% van de arbeidskracht onbenut wegens werkloosheid. Hetzelfde artikel van de Financial Times wees er op dat de winsten van de grootste bedrijven in de VS met een astronomische 36% waren toegenomen als direct gevolg van het feit dat miljoenen mensen hun werk verloren en de sociale miserie die daarmee gepaard gaat. Het resultaat is dat er een massaal bedrag van 2 triljoen dollar in de kas van de grote bedrijven zit. En toch staat de VS op de rand van een nieuwe recessie, een “double-dip” recessie.

Hoe komt dit? Er is geen winstgevende sector meer in een wereld waar er een gebrek aan vraag is, toch vanuit het standpunt van de kapitalisten. Bijgevolg investeren ze niet en vervullen ze hun historische taak niet, zoals Marx het stelde. De enige historische rechtvaardiging voor het kapitalisme met haar grote ongelijkheid en brutaliteiten bestaat uit de ontwikkeling van de productiekrachten. En net dat element ontbreekt vandaag. In Oost-Europa werd na de val van het stalinisme een periode van bloei voorspeld, maar de realiteit is er één van tekorten. Roemenië telt een beperkte arbeidskracht van 9 miljoen mensen, 1,2 miljoen daarvan zijn werkloos. Een zelfde beeld van massale werkloosheid bestaat in Kazakstan. De werkloosheid is niet alleen immens verspreid, ze is ook quasi permanent geworden. Diegenen die dachten dat Marx’ stellingen over het “reserveleger van werklozen” achterhaald was, worden met de neus op de realiteit gedrukt, zelfs in een aantal rijkere Europese steden. In Athene bijvoorbeeld vind je op ieder plein of open ruimte groepen migranten en werklozen. Ze hebben niets om handen en zoeken een job voor een uur of voor een dag. Het kapitalisme is bovendien verder ons leefmilieu aan het ondermijnen, dit werd nogmaals duidelijk met de inhalige speculanten die de bosbranden rond Moskou aangrepen om winstgevende zaakjes op te zetten. Dat gebeurt ook door bedrijven van bij ons, bijvoorbeeld de Franse multinational Vinci. Wie hiertegen protesteert, zoals de Russische leden van het CWI, worden aangevallen door fascistische geweldenaars.

Kapitalisme en oorlog

De mensheid wordt ook nog steeds bedreigd door oorlogen. De bezetting van Afghanistan is even uitzichtloos als de oorlog in Vietnam destijds. De VS is er intussen langer aanwezig dan in Vietnam. De oorlog in Afghanistan wordt niet langer gezien als een uiting van de waanzin van Bush, het is steeds meer de oorlog van president Obama. Het gevaar is soms groter dan wat we denken. De informatie wordt natuurlijk onder controle gehouden door de vertegenwoordigers van de kapitalisten, maar naar aanleiding van de Koreaanse oorlog (waar er bijna evenveel Amerikaanse slachtoffers vielen als in Vietnam) werden archieven vrijgegeven waaruit blijkt dat delen van het VS-leger bijzonder ver wilden gaan in de confrontatie met China. Generaal MacArthur dreigde niet alleen met een “preventieve” nucleaire aanval op China, hij stelde meteen voor om 30 tot 50 kernbommen te gooien. Hij werd aan de kant geschoven door toenmalig president Harry Truman. Maar hoeveel andere MacArthurs zijn er nog onder de geprivilegieerde elite van de kapitalisten?

Marx’ kritieken op het kapitalisme werden koppig verdedigd door Trotski. Deze kritiek was eenvoudig: als het systeem in staat is om jobs aan te bieden, onderdak, voedsel, het afschaffen van oorlogen en racisme, het overbruggen van nationale tegenstellingen,… dan zal dat systeem standhouden. Maar het kapitalisme, zeker vandaag, is niet in staat om ook maar de meest elementaire behoeften van de mensheid in te vullen, in het bijzonder voor de twee derden van de bevolking die in de neokoloniale landen wonen.

Deze vaststelling werd samengevat door het manifest van de vorige Haïtiaanse president Aristide. Hij beloofde een einde te maken aan “obscene armoede” in zijn land, maar nadat hij aan de macht werd dat beperkt tot “onaanvaardbare armoede”. En zelfs dat heeft hij niet kunnen afschaffen, kijk maar naar de rampzalige situatie voor en na de aardbeving in dat land. Trotski’s idee van de “permanente revolutie” blijft volledig van toepassing in de neokoloniale landen. Deze theorie houdt in dat de democratische revolutie in het moderne tijdperk ironisch genoeg niet kan worden doorgevoerd door de kapitalisten. De taken van landhervormingen, een reëel parlement en democratie, bevrijding van de economische en politieke ketenen van het imperialisme,… kunnen onmogelijk worden vervuld door de zwakke heersende klassen in deze landen en regio’s. Enkel de arbeidersklasse in alliantie met de arme boeren is in staat om de nationale democratische revolutie te vervolledigen. Maar dan moet het deze overwinning consolideren door meteen de taken van het socialisme op nationaal en internationaal vlak te stellen. Dat was wat gebeurde met de Russische revolutie die een einde maakte aan grootgrondbezit en kapitalisme, maar die ook een wereldwijde revolutionaire golf teweeg bracht.

De Russische revolutie en de opkomst van het stalinisme

Cynici zullen misschien zeggen: “jullie socialisten zullen uiteindelijk tot een vorm van bloedige dictatuur komen zoals in Rusland.” Dat is een leugen. Rusland was in 1917 niet alleen een pionier op het vlak van planmatige aanpak en socialisme, het land stond ook vooraan in de verspreiding van arbeidersdemocratie doorheen de massa’s van heel de wereld. Het stalinisme komt niet voort uit de aanvangsperiode van de Russische revolutie, maar uit haar isolement. Sommigen, zoals de auteur Robert Service, zeggen dat Trotski na een eventuele overwinning tegen Stalin een gelijkaardige persoonlijke macht zou hebben uitgebouwd als Stalin. Eigenlijk wordt gesteld dat Trotski omwille van het isolement van de Russische revolutie en de opkomst van de bureaucratie die een einde maakte aan de arbeidersdemocratie een zelfde plaats als Stalin had kunnen innemen zonder daar enig probleem in te zien met betrekking tot het democratische en socialistische programma waarvoor hij in Rusland en de rest van de wereld stond. Sommige marxisten stellen anderzijds vreemd genoeg dat Trotski de macht had moeten grijpen toen hem dit werd aangebonden door Antonov-Ovseyenko, het hoofd van het Rode Leger in de jaren 1920. Het idee luidt dan dat Trotski een enorme autoriteit genoot onder de massa’s en ook in het Rode Leger, niet alleen onder de basis maar ook bij de officiers die met hem hadden gevochten in de burgeroorlog en in de strijd tegen de 21 imperialistische legers die het land binnenvielen. Trotski besefte echter dat het aanvaarden van der “macht” vanuit deze hoek zou betekenen dat hij uiteindelijk de gevangene zou worden van een “militaire bureaucratie” die onvermijdelijk zou ontwikkelen indien de Russische revolutie geïsoleerd bleef.

Trotski begreep net als Marx, Engels en Lenin dat het socialisme en het marxisme niet zullen groeien via allerhande manoeuvres, kliekvorming of staatsgrepen. Het is slechts door ons te baseren op het bewustzijn van de arbeidersklasse en door dat vooruit te brengen met een duidelijk programma, slogans en een organisatie dat er echte groei kan zijn van het socialisme en het marxisme. Na de val van het stalinisme heft ook het CWI het moeilijk gehad, we warden kleiner na het verdwijnen van het stalinisme en vooral na het verdwijnen van de geplande economieën. Dat kon ook niet anders gezien de immense kapitalistische propaganda die met deze nederlaag gepaard ging. Velen weigerden om deze situatie te erkennen. Sommigen probeerden het zelfs als een ‘overwinning’ voor te stellen omdat het stalinisme was verdwenen. Ze zegden daarbij echter niet dat dit gepaard ging met het opheffen van de geplande economie. Wij bleven ook in moeilijke tijden de strijd voor een democratisch socialisme voeren.

Arbeiders in strijd

Dit ging niet zonder afsplitsingen, zowel op opportunistische basis als ultralinkse splitsingen. Dat is geen ongebruikelijk fenomeen in een periode zoals deze waar we uitkomen. Lenin en Trotski waren betrokken bij gelijkaardige interne strijd in de periode tussen 1907 en 1911. Maar onvermijdelijk moest de kapitalistische zeepbel doorprikt worden waardoor een nieuwe periode zou aanvatten. Politieke strijd is niet enkel noodzakelijk op een ogenblik dat de arbeidersbeweging een opgang kent, maar ook op een ogenblik dat er een neergang is. Dan is het noodzakelijk om ons voor te bereiden op toekomstige gebeurtenissen. De enorme bewegingen van de Griekse arbeiders en de komende strijd in Spanje, Portugal, Ierland en Italië vormen slechts het begin van een nieuw politiek ontwaken van de arbeiders. Ook Noord-Europa zal hiermee te maken krijgen. De Indische algemene staking van juli was misschien beperkt, maar wel een lichtpunt van wat er te gebeuren staat in de neokoloniale landen naarmate de gevolgen van de crisis steeds meer op de schouders van de arbeiders en armen worden afgeschoven. Alle kapitalistische regeringen van Europa, van de sterkste of rijkste in Duitsland tot de armste in Griekenland of andere Zuid-Europese landen, zoeken naar een manier om de arbeiders een besparingspolitiek op te leggen. Verzet is onvermijdelijk. Maar het zal op zich niet voldoende zijn. We hebben nood aan een duidelijk programma, een beleid, tactische wendingen en duidelijke slogans in ieder stadium van de strijd. Dat is wat Trotski telkens opnieuw benadrukte.

Hij wees er telkens opnieuw op hoe de arbeidersklasse, zelfs soms bijna “spontaan”, probeert om de samenleving te veranderen. Tijdens de Spaanse Revolutie was vier vijfde van de macht in de handen van de Spaanse arbeidersklasse, dat verhinderde de eerste staatsgreep van de fascisten van Franco in 1936. Maar zonder een duidelijke massale arbeiderspartij die een alternatieve arbeidersdemocratie opbouwt, werd de macht terug uit de handen van de arbeiders ontnomen. Een gelijkaardige ontwikkeling was er in Frankrijk in 1968, Portugal in 1974-75 en in tal van andere landen.

Opkomen voor een marxistisch programma

Welke lessen kunnen we vandaag trekken? Er is een dringende nood aan een massale kracht die de strijd van de arbeidersklasse kan verenigen op syndicaal vlak, maar ook op politiek vlak. Dat vereist de “dubbele taak” die de marxisten van het CWI zichzelf hebben gesteld sinds de vroege jaren 1990. Enerzijds komen we op voor het opnieuw vestigen van socialistische ideeën en massabewegingen, anderzijds behouden we het duidelijke programma van het marxisme-trotskisme.

We zitten in één van de meest explosieve situaties uit de geschiedenis. De economische crisis maakte duidelijk hoe snel besmetting kan optreden: het ene na het andere land werd getroffen. Ook het socialisme zal snel verspreiding kennen. De globalisering heeft daar een basis voor gelegd die zelfs Marx zich nooit had kunnen voorstellen. Tijdens de Vietnamese revolutie ontwikkelde het imperialisme de theorie van het ‘domino’-effect. Er werd gesteld dat indien één land zou worden verloren door het kapitalisme, dat anderen zouden volgen doorheen Zuidoost-Azië. Dat was tot op zekere hoogte ook zo. Een overwinning vandaag in een ontwikkeld industrieel land, of zelfs in een semi-geïndustrialiseerd land als Griekenland, zou een enorme echo vinden doorheen Europa en de wereld. Griekenland heeft al een enorm politiek effect, ook al is dit land slechts goed voor 0,5% van de wereldwijde productie. De strijdbaarheid van de arbeiders die zich willen verzetten tegen de aanvallen van het kapitaal, wat tot uiting kwam in zes algemene stakingen, is iets waar doorheen Europa naar wordt uitgekeken.

Deze gebeurtenissen wijzen op een nieuw hoofdstuk voor de arbeidersklasse in Europa en de rest van de wereld. Trotski wordt door zijn tegenstanders vandaag politiek afgeschreven, maar hij zal opnieuw naar voor komen als een belangrijk figuur voor de arbeidersbeweging en in de strijd van de mensheid in de turbulente periode die ons te wachten staat.

 

Dossier door Peter Taaffe

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie