India. Verzet tegen plundering door multinationals

Op dit ogenblik vindt in de Indische deelstaat Orissa een protestmars plaats tegen de verkoop van een groot stuk grondgebied aan een Zuid-Koreaanse multinational. Het grondgebied is rijk aan mineralen. De lokale bevolking protesteert met onder meer een protestmars van 140 kilometer tussen de plaats waar het bedrijf zich zou vestigen en de plaats waar een ander bedrijf een eigen universiteit wil oprichten. De bewegingen op het Indische platteland kenden de afgelopen maanden een nieuwe opmars naarmate de regering deze gebieden volledig wil openstellen voor plundering door multinationals.

De Zuid-Koreaanse staalgigant POSCO wil een vestiging opzetten in de buurt van Paradip (Orissa). Deze vestiging moet dicht bij de natuurlijke rijkdommen in Oostelijk India worden opgezet om zo gemakkelijker en sneller de winsten op te voeren. Dat is een verhaal dat vaak terugkomt in deze regio met een plattelandsbevolking die in schrijnende armoede probeert te overleven, terwijl het grondgebied wordt geplunderd door multinationals die er in hun zoektocht naar snelle winsten geen enkele rekening houden met de lokale bevolking of de ecologische tegenwichten. De regering versterkt de plundertochten van de multinationals door zich op een repressieve wijze tegen de bevolking te keren. De aanwezigheid van maoïstische rebellen wordt aangegrepen om het offensief op te voeren en ieder verzet van de lokale bevolking te criminaliseren.

De regering tekende een akkoord met POSCO dat een groot domein kon opkopen en toestemming kreeg om een eigen haven te bouwen waardoor het makkelijk toegang zou krijgen tot het hinterland van de deelstaten Orissa, Jharkhand, Chhatisgarh, West-Bengalen, Madhya Pradesh en Bihar. Een deel van de grond wordt onteigend en de bouw van de haven zou een einde maken aan de vissersactiviteiten op deze plaats.

De lokale stammen verzetten zich tegen dergelijke projecten waarbij zijzelf en hun leefomgeving worden geofferd aan de multinationals. Oostelijk India kent een aantal regio’s met heel wat natuurrijkdommen in de grond. Het bedrijf Vedanta is wereldwijd één van de grootste mijnbedrijven. Het is in handen van een Indische miljardair die in Londen woont (in een residentie die ooit eigendom was van de Sjah van Iran). Vedanta gaat over tot de ontginning van onder meer bauxiet waarbij het volledige heuvels plat gooit om de bauxiet er uit te halen. Dit werpt het leven in grote gebieden overhoop en verplicht de lokale stammenbevolking om te vertrekken.

De regering steunt de multinationals door hard uit te halen naar de lokale bevolking. De aanwezigheid van maoïstische rebellen (zogenaamde “naxalieten” naar een opstand eind jaren 1960 in het noordoosten van het land) werd enkele jaren geleden door premier Singh aangegrepen om de maoïsten de grootste bedreiging voor de interne veiligheid te noemen. Op dit ogenblik wordt met operatie “Green Hunt” strijd geleverd met de maoïsten op het platteland. In werkelijkheid gaat het niet enkel om de maoïsten, maar om alle verzet tegen het neoliberale beleid. Op 18 juni verklaarde Singh de ware reden voor deze operatie: “Als het linkse extremisme blijft bloeien in delen waar er natuurlijke mineraalrijkdommen zijn, dan zal dit het investeringsklimaat aantasten.”

De Indische maoïsten hebben een sterke positie in de Oostelijke corridor van Bihar over Orissa tot Andra Pradesh. In die laatste deelstaat was er begin deze eeuw een poging om de maoïsten te legaliseren. De enorme steun (in 2004 bracht de People’s War Group anderhalf miljoen mensen op de been voor een meeting!) werd niet omgezet in massastrijd en acties om het lot van de arbeiders en boeren te verbeteren. Het kwam integendeel tot bloedige acties waardoor de beweging in confrontaties met het leger uiteindelijk werd gedecimeerd. Ondanks het gebrek aan een degelijke politieke strategie slaagt de maoïstische beweging er vandaag wel in om een aantal landlozen, arme boeren,… te organiseren in de stammengebieden. De regering kan er in slagen om de maoïstische beweging de kop in te drukken, maar indien het geen antwoord biedt op de extreme armoede op het platteland zal de aanwezige woede zich gewoon anders uitdrukken. In het kader van “Operation Green Hunt” zijn grote delen van het land niet toegankelijk voor buitenstaanders of media. Het wordt niet uitgesloten dat de regering gaat voor een “Sri Lankese oplossing” (een bloedige burgeroorlog waarbij erg repressief wordt opgetreden).

De reden voor het opvoeren van de strijd tegen de stammenbevolking en de aanwezige groepen “maoïsten” is de aanwezigheid van grondstoffen. De politie en het leger in de oorlogszone lijken hun bevelen rechtstreeks te krijgen van de verantwoordelijken van de mijnbedrijven. De enige hulp komt van dubieuze NGO’s die door de regering of dezelfde mijnbedrijven werden opgezet. Wie zich verzet tegen de grote bedrijven krijgt de stempel van maoïst en wordt vervolgd. Dat duwt een deel van de bevolking in de handen van de maoïsten. De regering wil 300 speciale economische zones instellen om de grondstoffen efficiënter te laten plunderen.

Daartoe worden akkoorden gesloten met multinationals, deze akkoorden worden “Memorandums of Understanding” (MoUs) genoemd. De belangen daarbij zijn niet klein: naar schatting is de voorraad bauxiet in Orissa alleen al 2,27 triljoen dollar waard! Dat was althans de waarde volgens de prijzen van 2004, vandaag zou het al om 4 triljoen dollar gaan. Dat is veel meer dan het bbp van India. Naast het bauxiet is er ook nog uranium, tin, graniet, marmer, koper, diamant, goud,… In de regio zitten er naast bauxiet 28 andere belangrijke mineralen in de grond.

Waar zouden al deze rijkdommen naar toe gaan? De regering roept natuurlijk in dat het de bevolking in zijn geheel ten goede zou komen. De realiteit is anders: door de toegang tot natuurlijke rijkdommen te verkopen, gaan de winsten naar de multinationals. Een erg beperkt deel vloeit via belastingen naar de Indische overheid terug, maar dat is bijzonder weinig. Het grootste deel verdwijnt in de zakken van multinationals en hun aandeelhouders. Maar daartoe moet er wel tot ontginning kunnen worden overgegaan en dat gebeurt ten koste van de lokale bevolking. Terwijl de media het soms hebben over de “rode corridor” of de “maoïstische corridor”, is er eigenlijk sprake van de “MoUistische corridor” waar grote bedrijven hun zakken willen vullen.

Dezelfde bedrijven hebben ook politieke macht. De regeringsverantwoordelijke voor “Operation Green Hunt” was voorheen als advocaat onder meer actief voor verschillende mijnbedrijven en zat in de raad van bestuur van Vedanta. Die laatste functie gaf hij op toen hij in 2004 minister van financiën werd. Ook rechters werden opgekocht door bedrijven. Het gaat hierbij om bedrijven met een bedenkelijke reputatie. Een Noors pensioenfonds trok haar belangen in Vedanta zelfs terug omdat dit te controversieel was wegens de ecologische schade die door het bedrijf wordt aangericht in India alsook de inbreuken op de mensenrechten.

Het verzet tegen de plattelandsbevolking wordt niet alleen gevoerd door de nationale regering, maar ook door regionale regeringen. Zelfs de zogenaamde linkse regering van West-Bengalen doet er aan mee. Deze deelstaat (met Calcutta als hoofdstad) wordt al decennialang geregeerd door de CPI (M), de Communist Party of India (Marxist) die niet mag verward worden met de maoïstische rebellen van de CPI (Maoist) of de sociaal-democratische CPI. De CPI(M) aarzelt niet om haar gewapende milities, de Harmads, in te zetten tegen de plattelandsbevolking als deze protesteert tegen het neoliberale beleid waarbij grond wordt overgedragen aan grote bedrijven die er speciale economische zones mogen opzetten.

De politiek van de CPI(M) in West-Bengalen leidde eerder tot een controverse binnen de linkerzijde. In Nandigram kwam het tot een scherpe confrontatie tussen de lokale bevolking en de CPI(M) dat een speciale economische zone wou instellen. Een aantal gekende linkse figuren zoals Noam Chomsky, Tariq Ali en Howard Zinn riepen daarbij in een open brief op om de linkerzijde niet te verdelen tegenover het VS-imperialisme. Ze werden terecht van antwoord gediend door een aantal radicale activisten uit India die stelden dat de CPI(M) in West-Bengalen voor een ongebreidelde kapitalistische ontwikkeling staat waarbij een neoliberale agenda wordt gevolgd. Die regering aarzelde overigens niet om het bedrijf Dow Chemicals (voorheen bekend onder de naam Union Carbide, het bedrijf dat verantwoordelijk was voor tienduizenden doden in Bhopal) uit te nodigen om te investeren in West-Bengalen. Het neoliberale beleid versterkt etnische en religieuze tegenstellingen (een groot deel van de getroffen arme boeren zijn moslims). “Indien de linkerzijde de regering zomaar steunt, zou dit het verzet en de woede van de gemeenschap overlaten aan communale en sectaire tendensen”, stelden de Indische activisten. En nog: “De strijd tegen speciale economische zones en de kapitalistische globalisering is een intrinsiek onderdeel van de strijd tegen het VS-imperialisme.”

De linkse socialisten in India steunen het verzet tegen de plundering door multinationals. Er is nood aan massale strijd en publieke campagnes die er op gericht zijn de solidariteit tegen de kapitalistische agenda te versterken. De maoïsten zullen daar met hun strategie van plattelandsguerrilla niet in slagen. In tegenstelling tot wat de Indische regering probeert voor te houden, is het verzet niet beperkt tot die maoïsten en zijn er tal van bewegingen en campagnes. Zo geeft New Socialist Alternative (onze Indische zusterorganisatie) actief steun aan de beweging van duizenden arme boeren, vissers,… tegen de plannen van de Zuid-Koreaanse multinational Posco om een groot stuk land af te pakken en te vernietigen.

 

Artikel door Geert Cool

Geef een reactie

0
    0
    Je winkelwagen
    Er zit niets in je winkelwagenKeer terug naar de winkel