Venezuela. Chavez verliest referendum over grondwetswijzigingen

Het referendum dat Chavez organiseerde in Venezuela op 2 december is jammer genoeg uitgedraaid op een nederlaag. Voor het eerst in negen jaar verloor Chavez een verkiezing. De rechtse oppositie zal de overwinning claimen. De nederlaag van Chavez zal hen versterken en vormt bovendien een waarschuwing voor de dreiging van contra-revolutie.

50,7% stemde neen tegenover de voorgestelde grondwetswijzingen. 49,2% stemde voor. Opvallend feit is dat 44% niet ging stemmen. In vergelijking met de vorige verkiezingen, de presidentsverkiezingen van december 2006, verloor Chavez 3 miljoen stemmen. De ja-stemmers waren met 4 miljoen. Dat is ongeveer evenveel als het aantal leden van de nieuw opgerichte PSUV (Socialistische Eenheidspartij van Venezuela). Deze partij beweert meer dan 5 miljoen leden te tellen! De rechterzijde haalde 300.000 stemmen meer dan bij de verkiezingen van december 2006.

Tegenstellingen

Dit resultaat is een nederlaag voor de Venezolaanse regering en haar project van een “socialisme in de 21ste eeuw”. Chavez stelde 69 wijzingen voor aan de grondwet die werd aangenomen na het referendum van 1999. De belangrijkste veranderingen hadden betrekking op de beperking van het aantal keer dat een president kan verkozen worden, de invoering van een zesuren-werkdag en een voorstel om raden van arbeiders en wijken te erkennen. De nieuwe grondwet zou Venezuela bovendien een “socialistische Bolivariaanse republiek” genoemd hebben. De onderliggende reden voor deze nederlaag moet bij de tegenstellingen in het land gezocht worden en de zwakke kanten van het programma en de methode waarmee de regering en de leiding van de beweging probeert vooruit te gaan. Ondanks belangrijke progressieve hervormingen die de armste lagen van de bevolking ten goede zullen komen, blijft het kapitalisme quasi onaangemoeid bestaan. Dat gaat gepaard met heel wat sociale problemen en er is tegelijk een groeiende bureaucratie.

De sociale situatie in Venezuela kent heel wat tegenstellingen. De economie kent een sterke groei en de middenklasse en de heersende elite halen daar het meeste voordeel uit. De regering voert sociale hervormingen door die de armste lagen voordelen opleveren, maar tegelijk slaagt de regering er niet in om de armoede of de criminaliteit fundamenteel terug te dringen. De kloof tussen arm en rijk blijft bestaan en de situatie in de armste wijken van Caracas is er verder op achteruit gegaan. In 2006 waren er in Caracas gemiddeld 5 moorden per dag, in november 2007 waren dat er 11. De meeste doden vielen in de armste wijken.

De rijken en de middenklasse kunnen de laatste nieuwe technologische snufjes kopen en gaan eten in de meest verfijnde restaurants. De meerderheid van de bevolking kampt echter met voedseltekorten die worden veroorzaakt door de belangrijkste voedselbedrijven en distributeurs. Volgens recente peilingen heeft 75% te lijden onder de voedseltekorten. Het komt vaak voor dat melk, rijst, bonen en andere basisproducten uitgeput zijn in de door de overheid gesteunde supermarkten. De regering was niet in staat om dat probleem op te lossen. Er zijn geen maatregelen genomen om diegenen die verantwoordelijk zijn voor de voedseltekorten te onteigenen en de voedselindustrie in gemeenschapshanden te nemen. Venezuela is steeds meer afhankelijk geworden van import en dat heeft een impact op de publieke opinie. Volgens een peiling denkt 75% van de Venezolanen dat de voedseltekorten tot stand komen omdat de werkgevers de regering willen saboteren. Vorige week, voor het referendum, stelde dezelfde peiling dat de meeste Venezolanen de regering verwijten dat ze niet efficiënt tussenkomt tegenover de voedselcrisis en ook wordt zwaar getild aan de corruptie in regeringskringen. De frustratie en woede tegen de sociale omstandigheden neemt toe, en deze keert zicht ook tegen de groeiende overheidsbureaucratie. Het resultaat was een lage opkomst in de armste wijken bij het referendum van afgelopen zondag. Tegelijk was er een grote opkomst in de rijkste wijken in het oosten van Caracas.

 

De Venezolaanse economie wordt gedomineerd door vijf grote families van oligarchen (Cisnero, Mendoza, Caprile, Boulton en Phelps). Die controleren onder meer de voedselproductie. Er is geen blijvende oplossing voor de kapitalistisch crisis mogelijk zolang deze vijf families de economie blijven controleren. Een socialistische regering zou overgaan tot de nationalisatie van de industrie onder arbeiderscontrole en arbeidersbeheer. Totnutoe is de Venezolaanse regering niet bereid om dat te doen.

De pro-imperialistische oppositie zal nu proberen om Venezuela verder te destabiliseren in een poging om de sociale hervormingen van Chavez terug te draaien en het idee van socialisme naar de prullenbak te verwijzen. Dat zal niet alleen in Venezuela gevolgen hebben, maar ook op andere reformistische regeringen in Bolivia en Ecuador. Fidel Castro (Cuba) waarschuwde vorige week reeds voor de gevolgen van een nederlaag van Chavez in het referendum en de impact dat dik kan hebben op Cuba. Volgens het Spaanse dagblad El Pais krijgt Cuba Venezolaanse hulp ter waarde van zo’n 7 miljard dollar.

Oppositie versterkt, politieke crisis van pro-Chavez partijen

Na de presidentsverkiezingen van december 2006 nam de regering-Chavez een draai naar links met een grotere nadruk op de socialistische retoriek en met de nationalisatie van het telecombedrijf CANTV en het elektriciteitsbedrijf “Electricidad de Caracas”. Chavez sprak over de permanente revolutie en haalde Trotski aan. Wij juichten dit toe, maar wezen op de noodzaak van nationalisaties van de sleutelsectoren van de economie en de noodzaak om deze onder arbeiderscontrole te plaatsen om tot een democratisch geplande productie te komen. Dit gebeurde echter niet.

In plaats daarvan kwam er een van bovenaf gestuurde administratieve, bureaucratische aanpak. De nationalisatie en de invoering van medebeheer in een aantal bedrijven vormen daar een voorbeeld van. De arbeiders krijgen inspraak over hoe hun bedrijf werkt, maar de regering probeert de controle te behouden door de meeste managers zelf aan te duiden. Zodra er een conflict ontstaat tussen kritische vakbondsmilitanten van UNT en regeringsvertegenwoordigers, legt de regering gewoon haar wil op. Chavez bedreigde de vakbondsmilitanten en stelde dat hij niet voor een onafhankelijke positie van de vakbonden tegenover de regering was. Hij riep hen op om allemaal lid te worden van de nieuwe eenheidspartij PSUV. Partijen die niet bij die eenheidspartij wilden aansluiten, werden geïsoleerd en soms zelfs bestempeld als “pro-oppositie”, zelfs indien dit duidelijk niet het geval was (zoals met de Communistische Partij van Venezuela). Er zijn intussen lokale afdelingen opgezet waarbij de vertegenwoordigers voor het stichtingscongres worden verkozen. De nieuwe partij zal gedomineerd worden door politici die uit de verschillende pro-Chavez partijen kwamen.

De van bovenaf gestuurde aanpak wordt gebruikt door de oppositie om haar steun te versterken. De oppositie beweert dat Chavez een eenpartijstelsel wil invoeren zoals in Cuba. Dat kreeg een bredere echo omwille van de bureaucratisering en de corruptie van mensen rond Chavez. Er is ook de vrees dat er zich een dictatuur zou ontwikkelen. Andere acties zoals het intrekken van de uitzendvergunning van RCTV (een televisiestation dat de oppositie steunt en een actieve rol speelde in de poging tot staatsgreep enkele jaren geleden), werd ook als argument gebruikt door de oppositie. Onder de middenklasse en anderen heeft dat de vrees voor een oprukkende dictatuur versterkt of toch minstens vragen doen opwerpen over democratie en democratische rechten. De rechterzijde begon zich te reorganiseren naar aanleiding van de discussie over RCTV. Wij waarschuwden in juli reeds voor dat gevaar.

Hoe verder?

Het referendum was een nederlaag voor de regering van Chavez. Het is echter geen beslissende nederlaag en het betekent evenmin dat de pro-Amerikaanse oppositie de controle over het land zal overnemen. Het kan ertoe leiden dat Chavez naar rechts opschuift, wat de contrarevolutie zou versterken. Als de rechterzijde zichzelf overschat en in het offensief gaat, kan dit leiden tot een confrontatie met de massa’s. Die confrontatie kan de regering naar links duwen. De nederlaag in het referendum zal de rechtse krachten nu versterken. Dat is een belangrijke nederlaag voor de arbeidersklasse en er zijn dringende maatregelen nodig om op deze nederlaag te antwoorden. Er is nood aan een campagne tegen de bureaucratisering. De vakbondsbeweging moet het voortouw nemen in het opzetten van democratisch verkozen comités op de werkplaatsen en in de wijken om via die weg eisen te stellen en er campagne rond te voeren. Deze comités kunnen zich beginnen organiseren als tegenmacht tegenover de corrupte staatsinstellingen en kunnen een echt systeem van arbeidersdemocratie vestigen in e werkplaatsen. De arbeidersklasse moet haar eigen eisen naar voor schuiven en heeft daartoe nood aan haar eigen organisaties die in staat zijn om hen te verdedigen en ook om de hervormingen te verdedigen.

Er kan geen socialisme zijn zonder het nationaliseren van de sleutelsectoren van de economie waarbij deze onder arbeiderscontrole en arbeidersbeheer worden geplaatst. ER kan geen socialisme zijn zonder arbeidersdemocratie. Deze nederlaag toont aan dat de arbeidersklasse en haar organisaties een sleutelrol moeten spelen in het bestrijden van de reactionaire rechterzijde en in de opbouw van het socialisme.

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie