Duitsland. Nieuwe linkse partij, zelfde oude fouten?

De fusie van twee linkse partijen, de Linkspartei-PDS en de WASG (Electoraal Alternatief voor Werk en Sociale Rechtvaardigheid) heeft de linkerzijde in Duitsland sterk veranderd. Op 16 juni vond het eerste gezamenlijke congres plaats waar de nieuwe formatie “De Linksen” (Die Linke) werd gelanceerd.

Sindsdien is de nieuwe partij sterk vooruitgegaan in de opiniepeilingen. De partij steeg zelfs tot 14% in sommige peilingen. Dat heeft het politieke establishment, en in het bijzonder de sociaal-democratische SPD, reeds heel wat zorgen gebaard. De SPD strandt in de meeste peilingen onder de 30% en kent een nieuwe fase van haar langetermijn crisis. Zowat 3.000 nieuwe leden zijn bij de nieuwe linkse formatie aangesloten sinds het congres van juni. Daaronder een 60-tal vakbondsmilitanten, waaronder tal van functionarissen, die collectief aansloten. Dit toont het potentieel voor een linkse anti-kapitalistische partij die de kant kiest van de arbeiders en de werklozen in de strijd tegen de aanvallen op sociale verworvenheden, voor werk en degelijke arbeidsvoorwaarden.

De partijleider, voormalige SPD-voorzitter en voormalig minister van financies Oskar Lafontaine, zette de toon met radicale toespraken waarin hij stelde te willen opkomen voor “vrijheid door middel van socialisme” en voor het recht om algemene stakingen te organiseren (in Duitsland zijn stakingen slechts legaal mogelijk als het op basis van collectieve onderhandelingen is). Lafontaine heeft ook opgeroepen om de Duitse troepen in Afghanistan terug te roepen en de draconische maatregelen op het vlak van de werkloosheidsuitkeringen in te trekken (deze regels werden doorgevoerd met Hartz 4). Verder wil hij een intrekking van de maatregel om de pensioenleeftijd op te trekken van 65 tot 67 jaar.

Het opzetten van deze partij en de eisen die naar voor worden geschoven creëren een bredere steun en hoop onder delen van de arbeidersklasse. Voor het eerst is er een sterke parlementaire kracht die geen deel uitmaakt van het neoliberale koor van gevestigde pro-kapitalistische partijen. De nieuwe partij heeft de mogelijkheid om een basis uit te bouwen na jaren van sterke aanvallen op de arbeiders. Een anti-kapitalistische partij kan de arbeiders en vakbondsmilitanten verenigen samen met militanten van andere bewegingen en linkse groepen.

De toekomst van deze nieuwe linkse partij is echter niet zeker. Achter de radicale toespraken van Lafontaine zien we een meer complexe situatie met heel wat tegenstrijdigheden. Het is maar de vraag of de nieuwe partij de verwachtingen kan inlossen en er is reeds een zeker scepticisme onder een laag van linkse militanten en vakbondsactivisten.

Dit komt omdat de dominante factor in de nieuwe partij, de Linkspartei.PDS, zich niet bewezen heeft in strijd voor de belangen van de arbeiders. Sinds de Duitse eenmaking heeft de PDS (Partij voor Democratisch Socialisme, de opvolger van de voormalige heersende partij in het stalinistische Oost-Duitsland) deelgenomen aan lokale en regionale coalities met de SPD in het oosten van het land. Het heeft daarbij steun verleend aan besparingen, privatiseringen, ontslagen en andere asociale maatregelen. Dat was een onderdeel van een algemene strategie van de PDS-leiders om zoveel mogelijk deel te nemen aan coalities en die deelname als een centraal element naar voor te brengen. Dit beleid wordt nu verdergezet door de nieuwe partij, wat enorme gevaren met zich meebrengt. Deze aanpak heeft er in het verleden immers reeds voor gezorgd dat de PDS een belangrijke crisis kende en een electorale neergang, die pas werd gestopt door haar verkiezingsalliantie met de WASG in 2005.

Er is een duidelijke tegenstelling tussen de propaganda van De Linksen op nationaal vlak en het beleid dat het voert op lokaal en regionaal niveau in Oost-Duitsland. De nieuwe partij zal slechts een kans hebben om een brede basis onder de arbeiders op te bouwen als het niet toegeeft aan de neoliberale logica en vastberaden aan de kant van de massa’s staat in plaats van een beleid van het ‘minste kwaad’.

Deze fusie werd mogelijk toen de WASG haar belangrijkste principe overboord gooide, met name het verzet tegen iedere regeringsdeelname waarbij een sociaal besparingsbeleid of privatiseringen worden doorgevoerd. Heel wat WASG-leden weten dat dit een bocht naar rechts is, en in feite stemde slechts een minderheid van WASG-leden in een referendum voor een fusie. Dat is een reden waarom het lanceren van de Linksen geen dynamische partij heeft opgeleverd met levendige interne discussies en een sterk groeiend lidmaatschap, zoals wel het geval was na het opzetten van de WASG. Zoals we eerder reeds duidelijk hebben gemaakt, is deze nieuwe partij een stap achteruit in vergelijking met het strijdbare en dynamische karakter van de WASG bij haar oprichting in 2004. Daarom was SAV (onze Duitse zusterorganisatie) tegen de fusie omwille van de politieke basis waarop dit gebeurde. Wij stelden dat er nood was aan linkse eenheid op een principiële basis van een beleid gericht op de arbeiders en hun gezinnen. We vroegen de WASG om een aantal minimumvoorwaarden op te maken met eisen tegen besparingen, privatiseringen en asociale maatregelen als basis voor een fusie met de PDS.

De nieuwe partij zal gedomineerd worden door het apparaat en de parlementaire groepen van de voormalige PDS in Oost-Duitsland en in het parlement. De bureaucratische aanpak zal de impact van de nieuwe formatie onder jongeren en arbeiders beperken. Ervoor stemmen is één zaak, maar erbij aansluiten is nog een stap verder. Daarnaast zal het moeilijk zijn om een meerderheid in de partij te winnen voor een principiële socialistische positie, waardoor de toekomst van de partij onzeker is.

Lafontaine

Het publiek profiel van de nieuwe partij werd aanvankelijk sterk bepaald door de radicale toespraken van haar belangrijkste publieke figuur, Oskar Lafontaine. In verschillende toespraken stelde die dat de vraag moet worden gesteld naar het systeem en de eigendomsverhoudingen vandaag. Hij is wellicht één van de belangrijkste publieke figuren in Europa die oproept voor een socialistisch alternatief.

Maar Lafontaine is niet consistent en heeft geen uitgewerkt socialistisch programma om te breken met het kapitalisme. Hij stelt dat de “sleutelsectoren van de economie onder democratische en sociale controle” moeten worden geplaatst en stelt bijvoorbeeld dat de energiesector terug in publiek bezit moet worden genomen. Maar Lafontaine stelt niet dat de belangrijkste monopolies en banken moeten worden genationaliseerd. Hij steunt een verderzetting van de markteconomie.

Op heel wat vlakken pleit Lafontaine voor een terugkeer naar de zogenaamde gouden jaren van het kapitalisme na WO2. Hij is niet fundamenteel tegen het privaat bezit van de productiemiddelen of tegen een markteconomie met productie voor de winst. Hij baseert zich op een klassiek Keynesianisme. Dat betekent een beleid met een sterkere staatsinterventie in de economie en een “versterking van de koopkracht van de werkende bevolking.” Hij hoopt dat Duitsland met een meer gereguleerde economie kan terugkeren naar de periode van sterke economische groei, stijgende lonen en een stijgende levensstandaard. In de huidige periode van kapitalistische globalisering, achteruitgang en een scherpere concurrentie op wereldvlak, is het een illusie te denken dat het mogelijk is om terug te gaan naar de groei van na de oorlog. Zonder een perspectief van een breuk met het kapitalisme, eindigen pro-Keynesiaanse politici uiteindelijk in het kamp van diegenen die een asociaal beleid voeren in kapitalistische regeringen.

Anderzijds heeft de rol van Lafontaine er wel voor gezorgd dat het publieke debat in Duitsland een aantal linksere aspecten bevat. Hierdoor, en met de stijging van de nieuwe formatie in de peilingen, is er natuurlijk een systematische aanval ingezet door de gevestigde politici en een deel van de media.

Dat heeft al spanningen veroorzaakt in de leiding van de nieuwe partij. Dominante elementen in de leiding van het Oost-Duitse deel van de PDS hebben vrij verregaand de neoliberale logica aanvaard. Ze zijn bereid om deel te nemen aan zowat alle aanvallen op de arbeiders, zowel op lokaal als regionaal niveau. De vleugel rond Lafontaine lijkt zich te verzetten tegen besparingen (althans in woorden), maar komt op voor ene Keynesiaanse politiek.

Dat kan tot openlijke meningsverschillen leiden. Uit verklaringen van Lafontaine over het Berlijnse beleid van de coalitie van SPD en L.PDS blijkt echter dat er geen fundamentele verschillen zijn tussen Lafontaine en de partijleiding van de PDS. Lafontaine brengt soms kritische standpunten over het beleid van de Berlijnse deelstaatregering, maar bij de regionale verkiezingen in september vorig jaar weigerde hij zijn steun te verlenen aan de Berlijnse WASG-kandidaten die voor een anti-besparingsbeleid stonden. In plaats van die kandidaten te steunen, riep Lafontaine op om voor de lijsten van de PDS te stemmen en steunde hij een verderzetting van de regeringscoalitie met de SPD.

Lafontaine heeft ook duidelijk gezegd dat hij na de deelstaatverkiezingen in Saarland in 2007 nog samen met de lokale SPD een coalitie wil vormen. Hij heeft daar nog geen voorwaarden aan verbonden.

Nationaal veroorzaakte Lafontaine heel wat opschudding toen hij voorstelde om de SPD te steunen indien het de grote coalitie met de christen-democratische CDU zou verbreken om een regering te vormen op basis van een aantal voorwaarden. Bij die voorwaarden bevonden zich onder meer het terugtrekken van de Duitse troepen uit Afghanistan, het intrekken van een aantal van de hardste “hervormingen” tegen de werklozen, de invoering van een minimumloon,… De voorwaarden lieten nog heel wat ruimte voor interpretatie en herhaalden niet wat de oude WASG altijd stelde, met name een verzet tegen een regeringsdeelname indien het is voor een asociaal beleid.

Desalniettemin wordt Lafontaine door velen gezien als iemand die links van de oude PDS-leiding staat. Veel activisten zullen hem steunen, desnoods kritisch, als er conflicten ontwikkelen tussen hem en rechtsere krachten.

Effecten in de vakbonden

De nieuwe partij werd opgezet op een ogenblik van sociale onrust en een groter aantal stakingen. Afgelopen jaar zagen we het grootste aantal werkdagen “verloren” gaan ten gevolge van stakingen sinds 1995. De cijfers blijven evenwel relatief laag in vergelijking met andere landen.

De houding van de vakbondsleiding heeft geleid tot nederlagen of slechte compromissen. Dat was het geval met de staking bij Deutsche Telekom. De vakbondsleiding ging akkoord met een loonsverlies van 6,5% en een verlenging van de arbeidsweek met 4 uur. De politiek van “medebeheer” tussen bazen en vakbondsleiders wordt steeds meer in vraag gesteld door de basis en ook de banden tussen de vakbonden en de sociaal-democratie wordt daar ter discussie gesteld. Er is geen formele organisatorische band tussen bonden en partij, maar de politieke band is duidelijk aangezien de meeste vakbondsleiders en werknemers van de vakbonden lid zijn van de SPD. Bovendien zijn er regelmatig bijeenkomsten van de “vakbondsraad” in de SPD. Deze band wordt zwakker aangezien meer vakbondsmilitanten opkomen voor een strijdbaar beleid, dus ook tegen het beleid van de SPD. Een groeiend aantal middenkaders in de vakbondsstructuren werd lid van de WASG en nu van de Linksen.

De WASG had een enorm effect en nu heeft ook de nieuwe linkse formatie een impact, wat wijst op een tegenstrijdig karakter van deze nieuwe partij. Haar programma, strategie, partijstructuur en samenstelling van de leiding maken het onwaarschijnlijk dat er een evolutie naar links zal zijn. Het is ook niet waarschijnlijk dat de formatie een echt alternatief zal worden voor de arbeiders en de jongeren en daarbij een nieuwe laag van activisten of een bredere laag van de bevolking zou aantrekken. Tegelijk is de partij op dit ogenblik het enige mogelijke politieke alternatief links van de gevestigde partijen. Daarom zijn overwinningen op electoraal vlak zeker mogelijk. Bovendien is de nieuwe formatie in het Westen van Duitsland niet betrokken in enige lokale of regionale coalitie en kan het eerder gezien worden als een linkse oppositiekracht. Mogelijk zal een laag van activisten in het Westen aansluiting zoeken bij de Linksen.

Sinds de fusie zijn er 3.000 nieuwe leden voor de partij, ook al is de achtergrond van deze nieuwe leden niet altijd duidelijk. Sommigen komen mogelijk om postjes in te nemen of carrière te maken, maar anderen zijn ernstige activisten uit de vakbonden en sociale bewegingen. Anderen komen van de SPD of de Groenen. Dit geeft aan dat er een laag is die heel wat verwachtingen heeft en haar hoop vestigt op de Linksen. Het lidmaatschap blijft natuurlijk wel relatief beperkt als we het vergelijken met de tienduizenden of zelfs honderdduizenden die bij de SPD aansloten toen deze partij aan de basis nog een arbeiderspartij was. De onmiddellijke groei na de lancering van deze formatie is ook relatief beperkt als we het vergelijken met de 6.000 nieuwe leden van de WASG na haar oprichting in 2004. Dat was op een ogenblik dat er geen parlementaire vertegenwoordigers waren en toen Lafontaine nog niet betrokken was.

De SAV-leden zullen flexibel reageren op de huidige situatie en we zullen rekening houden met de hoop die gevestigd wordt in de nieuwe formatie. In Berlijn en Oost-Duitsland zijn onze leden niet aangesloten bij de Linksen aangezien de partij daar relatief weinig actieve leden heeft omwille van een deelname aan het asociaal beleid in twee regionale regeringen en heel wat lokale besturen. We denken dat de partij daar in het algemeen niet deelneemt aan strijdbewegingen of sociale bewegingen. In het Westen zijn de meeste leden van SAV lid geworden van de nieuwe partij en komen we daar ook op voor een socialistisch programma en een strijdbare houding.

Samen met andere anti-kapitalistische en oppositiekrachten binnen en buiten de Linksen, roept SAV op tot een nationale conferentie op 14 oktober. Daar zal gediscussieerd worden over het opzetten van een netwerk van oppositiekrachten. De Linksen kunnen niet zomaar afgedaan worden omwille van de leiding, een oppositienetwerk moet nagaan welke campagnes en eisen kunnen worden gebruikt naar de basis van de Linksen toe en zeker ook naar de bredere laag die deze formatie electoraal wil ondersteunen. Een dergelijk oppositienetwerk moet duidelijk anti-kapitalistisch zijn en bereid zijn om linkse alternatieven te steunen, ook indien deze een alternatief vormen op de Linksen. Dat kan het geval zijn in regio’s waar de nieuwe formatie deel uitmaakt van de regionale regering of het lokale bestuur en overgegaan is tot aanvallen op de belangen van de arbeiders.

De Duitse afdeling van de Internationale Socialistische Tendens (IST, verbonden aan de Britse SWP), Linksruck, speelde een negatieve rol in de WASG. Deze organisatie heeft steeds gesteld dat het fout was om zelfs maar “socialisme” te vermelden als een doelstelling. Uiteindelijk is de groep geëindigd met steun aan rechtse elementen in de WASG en een openlijke alliantie met de meest bureaucratische krachten om zo de lijn van de leiding op te leggen. Dat ging gepaard met administratieve maatregelen tegenover de “rebelse” houding van de Berlijnse WASG in 2006 (toen de Berlijnse WASG stelde dat het apart zou opkomen bij de regionale verkiezingen uit protest tegen de regeringsdeelname van de PDS). Linksruck riep op om voor de PDS te stemmen in Berlijn en heeft volledig toegegeven aan Lafontaine in de hoop mee te kunnen profiteren van zijn “links” profiel. Ze kregen als beloning een postje in het nationaal bestuur van de Linksen.

Deze organisatie heeft zich nu officieel ontbonden als onafhankelijke organisatie om alle inspanningen te richten op de opbouw van de Linksen. Dit is een resultaat van een proces van politieke opheffing als organisatie. Er komt geen echte ontbinding, maar de structuren worden losser gemaakt waardoor de beslissingen natuurlijk minder democratisch worden genomen.

Berlijn

De regionale WASG-afdeling in Berlijn heeft niet deelgenomen aan de fusie van de twee partijen. In september 2006 nam het onafhankelijk deel aan de parlementsverkiezingen en werden 50.000 stemmen behaald wat goed was voor 14 gemeenteraadsleden. Sindsdien heeft de nationale leiding geprobeerd om een meerderheid in de Berlijnse WASG te verkrijgen om voor een fusie te stemmen. Dat is echter compleet mislukt.

De inspanningen van de nationale leiding en individuen van kleine groepjes binnen de Berlijnse WASG hebben deze afdeling ongetwijfeld verzwakt. De belangrijkste politieke groep binnen de Berlijnse WASG, SAV, heeft echter samen met anderen een meerderheid in het regionaal comité en heeft beslist om een nieuwe politieke organisatie op te zetten in Berlijn, de BASG (Berlijns Alternatief voor Solidariteit en Strijd). Op de eerste publieke bijeenkomst van de BASG midden juni waren heel wat belangrijke vakbondsmilitanten aanwezig, waaronder delegees van de grootste ziekenhuizen in Berlijn. Er is een zekere basis aanwezig voor de WASG in Berlijn en dit wordt nu verdergezet door de BASG.

De BASG is de politieke verderzetting van WASG-Berlijn. Het kwam tot stand op basis van een programma tegen besparingen, privatiseringen,… en voor een 30-urenweek zonder loonsverlies, een minimumloon van 10 euro per uur en eisen zoals tegen het inzetten van Duitse troepen in het buitenland en oppositie tegen de Europese Grondwet. De BASG zal de komende maanden discussiëren over haar politiek programma en daarbij zal SAV opkomen voor een duidelijke anti-kapitalistische oriëntatie.

Het asociale beleid van de regering van SPD en Linksen in Berlijn zal aanleiding geven tot oppositiebewegingen en strijd van de arbeiders. Op die basis zal de BASG stappen vooruit kunnen zetten. Daarbij kan het gebruik maken van haar tradities als WASG-Berlijn en van de populariteit van Lucy Redler, een leidinggevend SAV-lid, om zo de linkerzijde voor te bereiden op komende verkiezingsdeelnames en interventies in strijdbewegingen. De SAV in Berlijn is versterkt uit vorige discussies gekomen met een toename van het aantal nieuwe en actieve leden en een groeiende invloed in bepaalde bedrijven. We zullen onze organisatie opbouwen en tegelijk meewerken aan BASG om er een breed links alternatief van te maken in de stad, uiteraard zonder blind te zijn voor de nationale ontwikkelingen binnen en rond de Linksen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie