Bolivia. Toename van spanningen, dreiging van burgeroorlog

De afgelopen weken was er een scherpe toename van het niveau van strijdbewegingen en klassenstrijd in Bolivia. Conflicten over de grondwetgevende vergadering, landbouwhervormingen en de prijzen van basisvoedsel hebben geleid tot een volatiele politieke situatie. De Beweging naar het Socialisme (MAS) van president Evo Morales staat steeds meer onder druk, en dat van beide kanten van het politieke spectrum.

In de sociale bewegingen is er een toenemende frustratie en woede omdat het hervormingsprogramma van de regering niet ver genoeg gaat. Tegelijk wil de rechterzijde de hervormingen tegenhouden en zelfs terugschroeven omdat deze hervormingen hen economisch raken. De rechterzijde vreest ook dat de regering niet in staat zal zijn om bewegingen tegen te houden waardoor deze kunnen uitgroeien tot een revolutionaire beweging.

De discussie over de grondwetgevende vergadering zorgt voor heel wat ongenoegen. Het ultimatum van 6 augustus voor het instellen van een grondwetgevende vergadering ligt reeds achter ons en er is nog niets dat in de buurt van een nieuwe grondwet komt, er is zelfs nog geen ontwerp. De MAS-regering moest toegevingen doen aan de rechtse oppositie inzake de stemprocedures voor de grondwet. Dat was de enige manier om van het parlement een extra termijn van 4 maanden te krijgen voor de grondwetgevende vergadering.

Aan de basis van de MAS is er heel wat frustratie, ontgoocheling en soms zelfs openlijke woede omdat de regering er niet in geslaagd is een grondwet op te maken en omdat toegevingen werden gedaan aan de rechterzijde. Vooral de boerenorganisaties die eisen dat de nieuwe grondwet autonomie voorziet voor de indigene gemeenschappen, waren woedend. Twee machtige boerenvakbonden, La Confederación de Pueblos Indígenas del Oriente Boliviano (CIDOB) en Consejo Nacional de Ayllus y Markas de Qullasuyu (Conamaq) hebben zich publiekelijk uitgesproken tegen het compromis en stelden dat de grondwetgevende vergadering geen zin meer heeft.

Dat had een positief effect in die zin dat een aantal vertegenwoordigers van de MAS moesten toegeven dat ze de sociale bewegingen nodig hebben om de rechterzijde zo ver te krijgen om een aantal veranderingen te slikken. Dat zal wellicht door enkele radicalere activisten in de MAS en in sommige organisaties en vakbonden gezien worden als een signaal om een mobilisatie op te zetten rond een radicaal platform dat opkomt voor een diepgaander proces van sociale revolutie. De MAS beweert dat dit proces al aan de gang is.

Ook de prijsstijgingen voor enkele voedselproducten verhogen de druk op de MAS-regering onder de arbeiders en boeren. De afgelopen weken waren er prijsstijgingen voor brood, vlees, kippen en de meeste soorten fruit en groenten. Daarnaast zijn er ook plannen om binnenkort de prijzen voor het openbaar vervoer op te trekken. Hierdoor steeg de inflatie in juli reeds met zo’n 7%, wat meer was dan zelfs de meest pessimistische inschattingen. Het zorgde er zelfs voor dat de algemene loonsverhoging van 5% die begin augustus van kracht werd eigenlijk niet zorgt voor een verhoging van de levensstandaard omdat het niet voldoende is om de prijsstijgingen op te vangen.

Volgens officiële cijfers leeft 60% van de Boliviaanse bevolking in armoede en 33% zelfs in extreme armoede. 60% van de Boliviaanse huishoudens hebben onvoldoende middelen om degelijk eten te hebben voor heel het gezin. De arme meerderheid van de bevolking had al tekort en daar komen nu nog een aantal prijsstijgingen bij. Het gevolg is dat de meerderheid in het land minder kan eten. De basis van de MAS bestaat uit arbeiders, boeren en armen. Die basis is steeds meer gefrustreerd door de economische moeilijkheden die niet zijn verdwenen. En dat ondanks de hervormingen van de MAS-regering.

Agressieve aanvallen van de Boliviaanse rechtse oppositie

De MAS-regering krijgt de grootste druk vanuit de rechtse oppositie die bestaat uit de zakenelite en de grootgrondbezitters. Die oppositie wordt gesteund door het VS-imperialisme. De rechterzijde haalde een belangrijke overwinning binnen toen het erin slaagde om te verhinderen dat de grondwetgevende vergadering haar deadline van 6 augustus haalde. Toen een compromis werd gesloten om de termijn voor de vergadering met vier maanden te verlengen, slaagde de rechtse oppositie erin om het parlement te laten toegeven dat elk artikel met een twee derde meerderheid moet worden goedgekeurd. Dat was van bij het begin een discussiepunt.

Een aantal rechtse organisaties en partijen verzetten zich volledig tegen de grondwetgevende vergadering en de uitbreiding van haar termijn. Deze groepen stellen dat dit illegaal is en dat de oude grondwet moet worden gerespecteerd. Een aantal belangrijke rechtse organisaties lieten een advertentie van een volledige pagina publiceren waarin ze stelden: “De huidige grondwet is veel beter dan gelijk welk mogelijk resultaat van een grondwetgevende vergadering die op illegale wijze een verlenging van haar termijn kreeg.” In de advertentie stelden de groepen dat ze zichzelf de taak toemeten om op te komen voor “democratie, vrijheid, privaat bezit,…”.

Jose “Tuto” Quiroga, kopman van de belangrijkste rechtse partij (Podemos, democratische sociale macht), stelde dat zelfs een grondwet die door 2/3 van de parlementsleden wordt gesteund ook een meerderheid moet krijgen in elk van de negen deelstaten in het land. Zoniet zal er volgens hem opgekomen worden voor een afscheiding. Dat is geen opgeklopte retoriek, er is een reële mogelijkheid van een afscheidingsbeweging in Bolivia die kan leiden tot een burgeroorlog en/of een dictatuur.

De oppositie tegen de grondwetgevende vergadering is slechts één aspect van een algemene rechtse campagne gericht tegen de MAS-regering en om de bewegingen van de arbeiders en boeren te ondermijnen. Die bewegingen bedreigen de economische belangen van de heersende klasse. Die heersende klasse speelt in op de sterke bewegingen voor meer autonomie in de vier oostelijke staten van Bolivia. Die deelstaten staan gekend als de “Media Luna” (de halve maan). De meeste oliereserves bevinden zich in deze deelstaten. Ook de landbouwproductie is sterk in deze staten geconcentreerd net zoals de industrie.

De MAS-regering beschikt over een comfortabele meerderheid op nationaal vlak, maar de rechterzijde heeft een meerderheid in de deelstaten van de Media Luna. Dat geldt in het bijzonder voor de eisen rond autonomie. In juli 2006 werd meer autonomie afgewezen in een referendum. 62% stemde tegen en 38% voor, maar in de deelstaten van de Media Luna stemde 69,5% voor meer autonomie.

Als de Media Luna erin slaagt om meer autonomie te verkrijgen, zou dit de elite en grootgrondbezitters versterken in hun strijd tegen de economische hervormingen van Morales. De kansen op succes voor een eenvoudige overwinning van de beweging voor meer autonomie zijn echter beperkt omwille van de stevige meerderheid van de MAS op nationaal vlak. Maar de autonomiebeweging is wel gebruikt door de rechterzijde om een sterk georganiseerde en gemobiliseerde rechtse oppositie op te bouwen in de Media Luna deelstaten. Dat kan leiden tot een beweging voor afscheiding.

De autonomiebeweging wordt geleid door de gouverneur van Santa Cruz, Rubén Costas, en het Santa Cruz gezinde Burgercomité dat werd opgezet vanuit de bedrijfswereld en grootgrondbezitters. Het Burgercomité krijgt heel wat steun van middenlagen en de elite in het algemeen. De Cruz Jongeren, een rechtse jongerengroep, fungeert als ordedienst en zorgt ervoor dat sommige betogingen uitmonden op geweld en rellen. Recent deed de groep een oproep om de wapens op te nemen tegen de aankondiging van Morales om op de militaire parade van 7 augustus ook de indigene boerengroepen toe te laten. De militaire parade verliep zonder enig incident, maar de mogelijkheid van een gewapende rechtse oppositie in Santa Cruz wordt als iets realistisch gezien in de sociale bewegingen.

De grootgrondbezitters in Bolivia vormen eveneens een belangrijke factor in de rechtse oppositie. De MAS-regering is recent begonnen met haar programma van landhervormingen. Begin augustus werd aangekondigd dat 600.000 hectaren ongebruikte grond zouden onteigend worden. Het zou van de agro-industrie afgenomen worden om te verdelen onder de arme boeren. De grootgrondbezitters kondigden hierop aan dat ze “verzetscomités” zouden opzetten en dat ze bereid zouden zijn om geweld te gebruiken om de “illegale onteigeningen” van hun bezittingen tegen te houden. “Het aantal krachten dat we inzetten zal in proportie staan tot de agressie die tegen ons wordt gebruikt… We hebben de plicht en de verantwoordelijkheid om onszelf te beschermen” (La Prensa, 5 augustus). Morales reageerde met de aankondiging dat het leger zal ingezet worden om de landhervormingen door te voeren.

Verder is er ook de invloed van het VS-imperialisme op de rechtse oppositie. De Amerikaanse ambassadeur Philip Goldberg komt naar Bolivia na een opdracht in Kosova waar hij moest toezien op de opdeling van de Balkanstaten. Voor de oorlogen daar waren er ook bewegingen voor decentralisatie en meer autonomie. Binnen de drie maanden na de komst van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur werd de oppositie vanuit de Media Luna opvallend agressiever in haar aanpak.

Reformisme: een riskante aangelegenheid in Bolivia

De MAS-regering van Morales heeft een radicaal hervormingsprogramma op gang gebracht. Naar hedendaagse normen is het alleszins een radicaal programma. Morales volgt het voorbeeld van de Bolivariaanse revolutie van Hugo Chavez in Venezuela. De regering heeft een programma doorgevoerd met gedeeltelijke nationalisaties en landhervormingen. Morales is er ook in geslaagd om de inkomsten van de regering sterk op te drijven door op agressieve wijze te onderhandelen met multinationals die actief zijn op de energiemarkt in het land. Die multinationals betaalden in 2003 18% belastingen op hun winsten, in 2005 was dat reeds 50% en nu is het 82%. Omwille van de hoge energieprijzen en de hogere belastingen, is het inkomen van de regering op deze basis vervijfvoudigd. In 2005 waren de olie-inkomsten goed voor 300 miljoen dollar, in 2007 zal dat wellicht zo’n 1,6 miljard dollar bedragen.

Deze middelen hebben de MAS-regering de ruimte gegeven om een aantal sociale projecten op te zetten. Die zijn ten goede gekomen aan de arbeiders, boeren en armen. Het perverse karakter van het kapitalisme blijkt echter ook uit de gevolgen ervan. De sociale projecten hebben immers mee geleid tot een toename van de inflatie. Door de aanwezigheid van nieuw geld, is de waarde van het geld gedaald en de kapitalisten schuiven dat af op de consumenten. Voor basisvoedsel en openbaar vervoer betekent dit dat de arbeiders en boeren meer moeten betalen.

Terwijl Morales en de MAS-regering een reeks hervormingen doorvoeren, proberen ze ook om de middenklasse gerust te stellen. Dat gebeurt door hen te vertellen dat er niet te ver zal worden gegaan met de hervormingen.

De vice-president Alvaro Garcia Linera (die een aantal jaren in de gevangenis zat onder de dictatuur) is een belangrijke theoreticus van de reformistische politieke filosofie. Hij stelt dat de eerste taak voor Bolivia bestaat uit het opbouwen van een Boliviaans kapitalisme en pas daarna zal er binnen zo’n 30 jaar een discussie mogelijk zijn over socialisme.

In de realiteit zien we echter dat dit betekent dat de Boliviaanse heersende klasse steun zoekt bij de internationale kapitalistische klassen en intern optreedt als oppositiekracht die zich verzet tegen iedere hervorming in het voordeel van de arbeiders, boeren of armen.

Het betekent ook dat de sociale bewegingen zich moeten mobiliseren en verdedigen tegen de rechtse oppositie en dat ze op straat moeten strijden voor hun eisen. De MAS heeft controle over de regering en de sociale bewegingen eisen terecht dat de MAS hun eisen zou doorvoeren. Maar aangezien de grootste delen van de economie onder de controle van de kapitalistische elite staan, is de MAS-regering beperkt in haar mogelijkheden om toegevingen te doen aan de arbeiders en boeren.

Nood aan een revolutionaire socialistische leiding

Trotski stelde in het Overgangsprogramma: “Indien het kapitalisme niet in staat is de eisen in te willigen, die onvermijdelijk voortkomen uit de kwalen die het zelf geschapen heeft, blijft dit stelsel niets anders over dan ten onder te gaan. De “mogelijkheid” of “onmogelijkheid” (…) is een kwestie van krachtsverhoudingen, die alleen door de strijd beslist kan worden.” De krachtsverhouding is momenteel in het voordeel van de Boliviaanse arbeiders en boeren. Met een bewuste, revolutionair socialistische leiding die de massa’s voorbereid en leidt in strijd, kan het kapitalisme in Bolivia omvergeworpen worden en kan de basis gelegd worden voor een socialistische economie die voorziet in de basisbehoeften van de arme meerderheid.

De MAS-regering heeft niets gedaan om de arbeiders en boeren te organiseren, het bewustzijn te versterken of om de sociale bewegingen naar een overwinning op de rechtse oppositie te leiden. Nochtans kan die overwinning geboekt worden. De MAS heeft ook geen hulp geboden in het opzetten van democratische strijdcomités, laat staan in het leggen van regionale en nationale banden tussen dergelijke comités.

Nochtans is de invloed van de MAS in de sociale bewegingen nog erg groot. Op 20 juli organiseerde de MAS-regering de grootste betoging uit de geschiedenis van het land met 1,5 tot 2 miljoen aanwezigen (op een totale bevolking van minder dan 10 miljoen mensen). Die betoging was gericht tegen een poging van rechtse parlementsleden om de hoofdstad te verhuizen naar Sucre (ook al bevindt die stad zich niet in de Media Luna).

De betoging vond plaats in de buurstad van La Paz, El Alto, waar de MAS meer dan 80% van de bevolking achter zich heeft. Het waren de inwoners van El Alto die vooraan stonden in de “gasoorlogen” die eerder geleid hebben tot het aftreden van twee neoliberale presidenten. Er is nood aan een revolutionaire socialistische partij om van deze militante en radicale bevolking een revolutionaire socialistische kracht te maken die een beslissende rol kan spelen in het omverwerpen van het kapitalisme.

In plaats van op te komen voor een revolutionaire ontwikkeling van de sociale bewegingen, zorgen de beperkingen van het reformistisch programma van de MAS-regering eerder voor een demobilisatie van de sociale bewegingen. In bepaalde gevallen heeft de regering zelfs het leger ingezet om op te komen tegen arbeiders in sectoren die eisen stelden die de regering niet kon inwilligen.

De sociale bewegingen en de MAS-regering staan op een gevaarlijk punt. Door de sociale bewegingen te verzwakken, verzwakt de MAS-regering de enige kracht die haar kan beschermen tegen de rechtse oppositie. Tegelijk moet de regering de hervormingen verder doordrukken om haar basis niet verder te verliezen onder de arbeiders en boeren.

De mogelijkheid van een burgeroorlog in Bolivia blijft reëel. Bovendien is er in de deelstaten van de Media Luna een belangrijke minderheid van mensen van indigene afkomst. Dat kan leiden tot etnische zuiveringen en gedwongen verhuizingen. Het leger staat nog grotendeels onder de controle van de oude garde en een deel van de legertop kan, mee onder Westerse druk, breken met het regime. Dat opent mogelijkheden voor een eventuele militaire dictatuur in Bolivia.

De cruciale taak voor de sociale bewegingen in Bolivia vandaag bestaat uit het opzetten van een proces om zichzelf te organiseren in democratisch georganiseerde verdedigingscomités die regionaal en nationaal met elkaar verbonden zijn. Er moet ook opgekomen worden voor een democratisering van het leger waarbij de soldaten en het Boliviaanse volk het recht hebben om de legerleiding te verkiezen en onmiddellijk af te zetten. De legerleiding mag niet meer verdienen dan een gemiddeld loon van een gewone soldaat en er moet een openbare controle op hun private financiële middelen zijn.

De eerste stappen voor deze taak zullen moeten gezet worden door kleine revolutionaire socialistische organisaties die correcte socialistische analyses maken van concrete gebeurtenissen en die een principiële oriëntatie hebben op de werkende massa’s.

De Boliviaanse revolutie staat reeds enige tijd op een kruispunt. Het proces van revolutie balanceert tussen de linkse krachten van de sociale bewegingen en de rechtse kapitalistische oppositie. Prérevolutionaire situaties duren doorgaans niet lang, zeker niet als de politieke en economische omstandigheden zo onstabiel zijn als in Bolivia. In de komende periode is het mogelijk dat er nieuwe bewegingen ontwikkelen in een periode van intense conflicten. Er kan ook een burgeroorlog of rechtse dictatuur tot stand komen. Om de dreiging van een contrarevolutie tegen te gaan en de strijd vooruit te brengen, moeten we niet enkel opkomen voor het behoud van de hervormingen van de regering-Morales maar zullen we ook moeten strijden voor een regering van arbeiders en boeren die zich baseert op een revolutionair socialistisch programma.

CWI in Bolivia

Het CWI (de internationale organisatie waartoe LSP/MAS behoort) is een erg nieuwe en kleine organisatie in Bolivia. De groep Revolutionair Socialistisch Alternatief (Alternativa Socialista Revolucionario, ASR) is opgericht op basis van het werk dat onze kameraden reeds hebben verricht in de stad Cochabamba.

Toen rechtse krachten (verbonden aan de regionale autoriteiten) activisten op het centrale plein van de stad intimideerden en aanvielen, was ASR een belangrijke factor in het opzetten van het verdedigingscomité. Onze beperkte omvang verhinderde ons om volledig gebruik te maken van de mogelijkheden die zich toen stelden, maar we slaagden er wel in om vier revolutionaire jongerengroepen te verenigen in een tijdelijk verdedigingscomité dat onder meer een betoging organiseerde om het plein te heroveren. Dat zorgde voor nationale media-aandacht voor de rechtse aanvallen. De lokale prefect, Manfred Reyes Villa (die politiechef was tijdens de dictatuur van Banzer), stelde dat het verdedigingscomité en ASR de twee gevaarlijkste organisaties van de stad waren.

We verspreiden revolutionaire socialistische opvattingen op het centrale plein van Cochambaba. Dagelijks stoppen honderden mensen op het plein om onze informatie te lezen en onze gedetailleerde analyses te volgen.

ASR bestaat vooral uit jongeren (zowel studenten als arbeiders) zonder veel middelen. We moeten rekenen op internationale solidariteit om beter gebruik te kunnen maken van het immense potentieel voor revolutionaire socialistische bewegingen dat zich vandaag stelt in Bolivia en Latijns-Amerika in het algemeen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie