Kernenergie of hernieuwbare energie?

Op Socialisme 2007 werd in één van de werkgroepen gediscussieerd over ecologie en meer bepaald over de discussie rond energie. De inleiding van deze werkgroep werd verzorgd door Goedele. We publiceren een artikel dat een herwerkte versie van deze inleiding is.

De stand van zaken

Dat het de foute kant uitgaat met ons milieu is reeds lang geweten. In 1979 voorspelde het rapport-Charney in de VS dat er een verhoging van de gemiddelde temperatuur zou volgen indien er niet spoedig ingegrepen werden. De opwarming van de aarde is te wijten aan het massale gebruik van fossiele brandstoffen, aan ontbossing en industriële landbouw. De atmosfeer warmt op, de oceanen verzuren en de poolkap trekt zich terug. Dit zal leiden tot veranderingen in de biodiversiteit en toename van het aantal natuurrampen. Volgens de perspectieven van de VN en het rapport-Stern, zouden er tegen 2010 zo’n 50 miljoen “milieu-vluchtelingen” zijn.

In 1997 werd in Kyoto een verdrag opgesteld dat een aanvulling was op het Klimaatverdrag uit 1992. Het Kyoto-protocol voorzag tegen 2012 een reductie van de uitstoot van CO2 op internationaal gebied. Het was pas 7 jaar na de opstelling van het verdrag in ’97, dat voldoende landen het hadden ondertekend zodat het eindelijk in werking kon treden. De grootste wereldvervuiler, namelijk de VS, besloot om het verdrag niet te ondertekenen en Australië volgde het voorbeeld van de VS.

Ondertussen zijn vele wetenschappers het erover eens dat de doelstellingen van Kyoto ruimschoots onvoldoende zijn om het tij te keren en er wordt nu reeds gesproken over een post-Kyoto protocol. Het Kyoto-protocol zelf staat overigens toe dat er een handel in emissierechten zou ontstaan wat betekent dat landen die zelf geen inspanningen willen leveren, de uitstootrechten van een ander land kunnen kopen. Uiteraard is deze handel in emissierechten schandalig! Het is dan ook in zekere zin ontluisterend om te zien hoe minister Deleuze van Ecolo voorstelde dat België propere lucht zou kopen in Rusland.

Is kernenergie een oplossing?

Voorstanders van kernenergie beweren dat kernenergie de oplossing vormt voor het broeikasprobleem omdat kernenergiecentrales geen CO² uitstoten. Er zijn echter heel wat verborgen energiekosten die zich voor doen bij de ontginning en verrijking van uranium, de constructie en het onderhoud van de centrales en de opslag van het nucleair afval. De energie die daarvoor nodig is komt voornamelijk uit fossiele brandstoffen. Bovendien is ook het economisch ontginbare uranium een uitputbare bron. Volgens het Internationaal Atoomagentschap volstaat de voorraad die we hebben voor de komende 60 jaar.

Met andere woorden: we investeren allen samen enorm veel geld in kernenergie hoewel het slechts een tijdelijke oplossing is en hoewel we hiermee de generaties van morgen opzadelen met kernafval waarmee niemand blijf weet. De vorige 20 jaar investeerde de EU 5,8 miljard euro in onderzoek naar kernenergie, terwijl het onderzoek naar hernieuwbare energie slechts kon rekenen op 1,8 miljard euro.

Verder is kernenergie ook allesbehalve complementair aan hernieuwbare energie. Onderzoek en ontwikkeling van kernenergie kaapt via het EURATOM programma heel wat subsidies van de EU weg die anders naar ontwikkeling van hernieuwbare energie zouden kunnen gaan. Verder treedt er ook een spanning op tussen de sector van hernieuwbare energie en deze van kernenergie omdat beiden toegang nodig hebben tot een distributienetwerk. Kernenergie heeft een sterk gecentraliseerd distributienetwerk nodig, hernieuwbare energie eerder een gedecentraliseerd netwerk.

Welk milieubeleid willen de gevestigde partijen voeren?

Enkele maanden geleden verscheen in de media dat België het redelijk goed doet wat betreft CO2-uitstoot. Deels heeft dit te maken met het feit dat meer dan de helft van onze elektriciteit uit kerncentrales afkomstig is. Kernenergie maakt dus in vergelijking met andere landen een relatief groot aandeel van onze energieproductie uit. Echter, wanneer we kijken naar het verbruik van hernieuwbare energie scoren we heel wat slechter. Slechts 1,5% van het energieverbruik in België betreft hernieuwbare, groene energie. Hiermee scoren we opvallend lager dan het Europese gemiddelde dat op 6,4% ligt en zijn we voorlaatste in de Europese ranglijst. Enkel Cyprus scoort slechter.

Dit lijkt onze politici echter niet te storen. Het is duidelijk dat hernieuwbare energie en kernenergie niet complementair zijn aan elkaar maar toch toont Vlaams Milieuminister Kris Peeters (CD&V) zich liever een tegenstander van de uitstap uit de kernenergie. Volgens Peeters is kernenergie ‘een noodzakelijk kwaad’. Hoewel er dus op parlementair-democratische wijze is besloten dat er alternatieven gezocht moeten worden voor kernenergie, beperkt de minister zich tot het in vraag stellen van deze beslissing. Hoewel hij zoveel meer zou kunnen doen.

We zouden onze CO2-uitstoot kunnen beperken en tegelijkertijd kernenergie de rug toekeren indien we volledig overschakelen op een combinatie van warmtekrachtkoppeling en verschillende bronnen van hernieuwbare energie (windenergie op land en op zee, thermische energie, kleinschalige waterkracht, biomassa, fotovoltaïsche energie en getijdenenergie). Zo beweert het Instituut voor thermodynamica van het Duitse Centrum voor ruimtevaart, dat het voor Europa mogelijk is om nucleaire energie de rug toe te keren en tegelijkertijd haar broeikasgassen met 30% te verminderen tegen 2020.

Milieuminister Peeters doet echter wat de meeste van onze burgerlijke politici doen. Hij praat patroonsfederaties naar de mond en herhaalt voor wat betreft het energiebeleid het standpunt van de patroonsfederatie Agoria. Hij staat hierin niet alleen, ook de federale Minister van Energie, Marc Verwilghen, baseert zich op het rapport van de commissie “Energie 2003” en stelt dat België de nucleaire optie moet open laten en de sluiting van kerncentrales moet herbekijken Het naar de mond praten van het patronaat gaat echter door. De regering stelt zich steeds agressiever op naar de consument toe. In het weekend van 17 en 18 maart kwam de regering-Verhofstadt samen in Leuven om de begroting bij te sturen. Gezien er toen net een mediahype was omtrent de film van Al Gore die handelt over het broeikaseffect, besloten de politici om extra inkomsten te vergaren door over te gaan tot milieutaksen op wegwerkverpakkingen. Ook in Denemarken werden ecotaksen ingevoerd, maar daar hadden de politici toch nog op zijn minst het fatsoen om deze ecotaksen in een fonds te storten ter verbetering van het milieu. In België worden de ecotaksen gewoon geïnt als extra inkomsten om de begroting bij te sturen.

Met de retoriek van responsabilisering van de consument, denken de gevestigde partijen te kunnen beantwoorden aan de terechte vraag naar meer zorg voor ons milieu. Maar al wat ze in weze doen is de gewone man in de straat verantwoordelijk stellen voor de milieuproblematiek en hem nogmaals laten opdraaien voor de milieu-onvriendelijke verpakkingen waarvoor de producerende bedrijven verantwoordelijk zijn. Iedereen beseft dat deze ecotaksen (zelfs indien ze aangewend zouden worden in de strijd voor een beter milieu) ruimschoots onvoldoende zijn. Om het tij te keren voor het te laat is, zullen we een radicalere keuze moeten maken. De keuze om milieuvriendelijker te produceren. We zullen de industrie verpakkingsnormen moeten opleggen in plaats van de consument weer het gelag te laten betalen door middel van ecotaksen.

Wat kan een nieuwe formatie zoals de CAP naar voren schuiven als ecologische eisen?

Met CAP pleiten we ervoor om de markt aan banden te leggen zodat we de uitstoot van broeikasgassen met 30% kunnen terugschroeven tegen 2020. Het is essentieel dat de energiesector en de zware industriële sectoren in openbare handen komen want enkel zo kan prioriteit gegeven worden aan de ontwikkeling en verspreiding van hernieuwbare energie. Er zullen dan uiteraard ook meer publieke investeringen moeten komen in wetenschappelijk onderzoek. Gezien we van mening zijn dat wetenschap en techniek in dienst moeten staan van de mensen en niet in dienst van de winst van een bepaald bedrijf, vinden we het erg belangrijk dat het wetenschappelijk onderzoek onafhankelijk is van privé-belangen.

Is een ecologische kapitalisme wel mogelijk?

De kapitalistische vrije markt economie heeft steeds die productiewijzen verkozen die het goedkoopst waren, ook wanneer dit de meest verontreinigende methoden waren. In essentie is de vrije markt gebaseerd op het winstprincipe, al de rest is secundair. Dat er voor de winsten van vandaag roofbouw wordt gepleegd op de natuur en op de levensomstandigheden van de generaties van morgen, toont aan dat het kapitalisme niet duurzaam kan ontwikkelen. De ecologische eisen die CAP naar voor schuift zouden bij hun uitvoering inderdaad de uitstoot van broeikasgassen in belangrijke mate kunnen terugdringen maar de vraag is in hoeverre zulk beleid niet zou botsen op een autoritair ‘njet’ van de multinationals en van de politieke partijen die hen vertegenwoordigen. De gevestigde politieke partijen zullen steeds de belangen van een elitaire groep in onze samenleving verdedigen en het breken van de macht van deze elite kan enkel door een kwalitatieve omvorming van onze maatschappij.

Om werkelijk iets te veranderen aan de manier waarop we met energie omgaan, zal het nodig zijn dat de controle over zulke beslissingen niet in handen blijft van aandeelhouders die enkel bekommerd zijn om winsten. We vragen om een nationalisatie van de energiesector en een democratische controle op de sector door de arbeiders zodat we er zeker van kunnen zijn dat het onze belangen zijn die doorwegen in beslissingen over welke weg we uitmoeten met ons energiebeleid. Zulk energieplan zou dan ook onderdeel vormen van een algemeen plan van nationalisatie en planning van andere sleutelsectoren van de economie. Bovendien eist de ernst van de milieuproblematiek een internationale aanpak waarin samenwerking centraal staat en niet de concurrentie tussen imperialistische mogendheden. Als we kijken naar de reden waarom het Witte Huis het Kyoto-verdrag niet heeft ondertekend, komt een duidelijk pijnpunt van het kapitalisme bloot te liggen. Bush weet dat de VS verantwoodelijk is voor 25% van de CO2-uitstoot wereldwijd. Het kan dan ook niet anders dan dat de Amerikaanse burgerij een economisch nadeel zal ondervinden van maatregelen die de bedrijven zullen dwingen anders te produceren. De burgerijen van verschillende kapitalistische naties staan constant in onderlinge economische concurrentie met elkaar en de weinig rooskleurige economische situatie in de VS versterkt deze rivaliteit. Een maand geleden beweerde Greenspan, de voormalige voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, dat de Amerikaanse economie in een recessie zou kunnen komen voor het einde van 2007.

Deze constante rivaliteit en competitie, de anarchie die de vrije markt karakteriseert en de enorme invloed die multinationals via burgerlijke politici uitoefenen op het beleid van nationale regeringen wereldwijd zijn elementen die ertoe leiden dat ecologische bezorgdheden nooit een fundamentele rol zullen spelen onder het kapitalisme. Enkel federaties van socialistische staten, gebaseerd op onderlinge samenwerking en steun, met een planeconomie onder arbeiderscontrole, biedt het kader waarbinnen we het hoofd zullen kunnen bieden aan de milieurampen die ons bedreigen.

Zoals reeds gezegd, houdt onze regering wel van ecotaksen. Deze worden in de eerste plaats aangewend als een manier om meer inkomsten te vergaren en als handig neveneffect lijken ecotaksen te suggereren dat onze beleidsmakers bezig zijn met een poging om het hoofd te bieden aan de milieuvervuiling. Allereerst moet hierop geantwoord worden dat die maatregelen onvoldoende zijn en dat maatregelen die wel voldoende ingrijpen op het milieu om een verschil te maken naar het broeikaseffect toe, zulke verregaande investeringen in openbaar vervoer en hernieuwbare energie zouden vereisen, dat nationale regeringen niet anders zouden kunnen dan overgaan tot het belasten van de multinationals die vandaag enorme winsten maken. Het geld dat we nodig hebben om het milieu te redden zit niet bij de arbeiders maar bij de multinationals.

Dit impliceert dus dat we zouden moeten overgaan tot lastenverhogingen en dit staat haaks op de ‘normale gang van zaken’ binnen een vrije markt economie in crisis. Dat lastenverhogingen door multinationals op dit moment getolereerd zouden worden, kunnen we wel op onze buik schrijven. We kunnen het eisen en we moeten het eisen, maar we moeten tegelijkertijd ook beseffen dat zulke eis zou leiden tot een klassenconfrontatie waarin gekozen zal moeten worden of we willen meegaan in een dictatuur van multinationals of onze toekomst in eigen handen willen nemen. Zolang er niet gebroken wordt met het kapitalisme, zullen we blijvend geconfronteerd worden met de economische crisissen die eigen zijn aan het kapitalisme. En dit zal steeds weer gepaard gaan met de afbraak van sociale en ecologische verworvenheden.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie