Duitsland. “Linkse eenheid” betekent geen stap vooruit. WASG en Linkspartei/PDS kiezen voor fusie

Op 24 en 25 maart beslisten de nationale congressen van de Duitse linkse partijen WASG (Electoraal Alternatief voor Werk en Sociale Rechtvaardigheid) en de Linkspartei/PDS met een grote meerderheid om te fusioneren en de formatie “Die Linke” (“Links”) te vormen. Deze beslissingen kwamen er nadat de WASG drie jaar geleden werd opgezet en na felle discussies onder de leden over de te volgen koers van de WASG.

Lucy Redler, een SAV-lid en verkozen in het Nationaal Comité van de WASG, verklaarde in het minderheidsrapport van het NC op het congres dat deze nieuwe partij een stap in de foute richting is. Lucy kondigde aan dat ze tegen de fusie zou stemmen en ze legde ook uit waarom de regionale afdeling van de WASG in Berlijn geen deel zal uitmaken van de nieuwe partij maar haar onafhankelijkheid zal behouden om een nieuwe regionale linkse politieke formatie te vormen.

Dat standpunt ging in tegen wat de meeste andere linksen naar voor brachten, ook in de WASG. Er was een grote steun voor de fusie, ondanks kritieken op het programma en de statuten van de nieuwe partij, alsook op het te verwachten beleid van de nieuwe formatie. Uiteindelijk stemden slechts 44 afgevaardigden (12%) van de 375 aanwezigen op het WASG-congres tegen de fusie. Onder hen een meerderheid van de aanwezige afgevaardigden uit Berlijn en de aanwezige SAV-leden.

“Eenheid” als onderdeel van een draai naar rechts

De WASG werd opgezet als antwoord op de draai naar rechts van de Sociaal-Democratische Partij (SPD). Die partij was na 2002 verantwoordelijk voor de hardste aanvallen op de levensstandaard en de verworvenheden van de Duitse arbeiders sinds de Tweede Wereldoorlog. Het opzetten van de WASG was ook een antwoord op het falen van de bestaande linkse partij, de PDS (de voormalige heersende stalinistische partij in de DDR). In het oosten van Duitsland nam de PDS deel aan verschillende coalitieregeringen met de SPD en dat zowel op lokaal vlak als in de deelstaten. Daarbij werd een beleid gevoerd van sociale besparingen en aanvallen op de lonen, privatiseringen en ontslagen. In het westen van het land slaagde de PDS er niet in om aansluiting te vinden bij bredere lagen van de arbeiders en jongeren die zich verzetten tegen het beleid van de SPD. Het resultaat was een achteruitgang voor de PDS op een ogenblik dat de WASG werd opgezet in 2004/2005.

De WASG had een voornamelijk Keynesiaans programma, maar beschouwde zichzelf als een brede partij van iedereen die zich verzette tegen het neoliberalisme en tegen de aanvallen op de sociale zekerheid. Er was een brede samenstelling van de partij, van vakbondsmilitanten tot marxisten. De nieuwe formatie trok een belangrijke conclusie uit de geschiedenis van andere voormalige linkse formaties, de SPD en de PDS. Er werd met name gesteld dat principieel zou worden geweigerd om deel te nemen aan regeringen die een asociaal beleid voeren met privatiseringen en ontslagen.

Toen SPD-Kanselier Schröder begin 2005 verkiezingen uitschreef, kwam de voormalige SPD-voorzitter Oskar Lafontaine terug op het politieke toneel. Hij sprak zich uit tegen zijn voormalige partij en stelde dat hij bereid was op te komen voor de WASG op voorwaarde dat deze formatie zou samenwerken met de PDS. Dit gebeurde en de gezamenlijke kandidatuur (die vooral werd gedomineerd door de sterkere en rijkere PDS dat haar naam veranderde in Linkspartei.PDS) kreeg 8,7% van de stemmen wat goed was voor 54 verkozenen in het parlement. Dit was het begin van het proces van fusie tussen beide partijen, die fusie werd de belangrijkste doelstelling van de leiding van beide formaties.

Iedere socialist is natuurlijk voor de grootst mogelijke eenheid van de krachten van de arbeidersklasse. Maar in dit geval betekent de organisatorische eenheid tegelijk een breuk met de politieke principes van de WASG. Door te fusioneren met de Linkspartei.PDS (L.PDS), moest de WASG afstand nemen van haar bezwaren tegen een regeringsdeelname met een neoliberaal beleid. In die zin betekent het samengaan van beide formaties geen stap vooruit voor de arbeiders, maar een stap in de verkeerde richting. In plaats van te gaan naar een strijdbare arbeiderspartij wordt een stap gezet in de richting van een linkse partij die in het kapitalistische establishment kan eindigen.

De ervaring van Berlijn

Bij de Berlijnse regionale verkiezingen was er heel wat discussie over het beleid dat werd gevoerd door de regeringscoalitie van SPD en L.PDS. Die coalitie was verantwoordelijk voor de privatisering van meer dan 100.000 sociale woningen, het ondermijnen van de collectieve loononderhandelingen, de afbouw van het aantal jobs in de openbare diensten, loonsverlagingen in de openbare sector, besparingen op de sociale zekerheid, het doorvoeren van de “1-euro-jobs”, het opdrijven van de flexibiliteit voor het winkelpersoneel,…

In de WASG was er een conflict over de houding tegenover de Berlijnse L.PDS. Er waren voorstanders van een eenheid op een onprincipiële basis (dat was onder meer het geval met de groep Linksruck, dat zich eigenlijk aan de rechterzijde bevond in de WASG), maar er waren ook diegenen die opkwamen voor een principiële houding van de WASG in het verzet tegen de besparingen en de privatiseringen. De lokale WASG-afdeling in Berlijn, onder invloed van de SAV, besloot om onafhankelijk op te komen en dus ook tegen de L.PDS. De WASG-lijst kreeg meer dan 50.000 stemmen in Berlijn, maar dat was niet voldoende voor een verkozene in het deelstaatparlement.

Op nationaal vlak was er een onvoldoende ontwikkeling van een WASG-basis met een sterk zelfvertrouwen en politiek begrip om het verzet tegen een fusie te organiseren en te winnen. De nationale leidingen van beide formaties slaagden er in om het idee te vestigen dat er onvoldoende ruimte is voor “twee linkse partijen” en dat de WASG op zich geen toekomst had. In feite is dat een foute voorstelling. Het was niet een actieve WASG, maar de oude L.PDS die weinig toekomstperspectieven had en gered werd door de verkiezingsalliantie met de WASG in 2005. Het bureaucratische regime dat in de WASG ontwikkelde zorgde ervoor dat veel activisten hun engagement terug schroefden. Er was zelfs een sterke daling van het aantal leden en dat ondanks het enorme profiel van de parlementsleden.

L.PDS-congres verwerpt linkse standpunten

Op het WASG-congres was er heel wat controverse in de discussies. De afgevaardigden stemden uiteindelijk voor een aantal linkse programmavoorstellen. Maar deze moesten ook goedgekeurd raken op het congres van de L.PDS dat tegelijk vergaderde in een andere zaal van hetzelfde complex. De twee meest controversiële punten werden daar niet goedgekeurd. Zo verwierp het L.PDS-congres een motie waarin helder en zonder enige ruimte voor interpretatie werd ingegaan tegen de mogelijkheid van het inzetten van Duitse troepen in het buitenland. De uiteindelijke motie is erg vaag en weerspiegelt het feit dat er in de L.PDS illusies zijn in de deelname van Duitse troepen aan zogenaamde “vredesmissies” van de VN in landen als Soedan.

De L.PDS verwierp eveneens de minimale voorwaarden voor een regeringsdeelname. Het congres ging niet akkoord met het WASG-amendement dat eiste dat de partij geen deel zou uitmaken van regeringen die arbeidsplaatsen schrappen in de openbare sector en die besparingen doorvoeren in de sociale zekerheid. De L.PDS ging ook niet akkoord met het voorstel om coalities op te zeggen indien de coalitiepartner tegen het coalitie-akkoord ingaat. Dat weerspiegelt het feit dat de L.PDS gedomineerd wordt door parlementsleden, gemeenteraadsleden en voltijdse werknemers van de partij die vooral in zoveel mogelijk regeringen willen binnen raken om zo jobs te kunnen uitdelen.

De dubbele rol van Lafontaine

Oskar Lafontaine heeft een dubbele rol gespeeld in het proces van de vorming van de nieuwe gefusioneerde partij. Hij populariseerde het idee van de nood aan een partij die het opneemt voor de belangen van de arbeiders. Hij bracht een anti-kapitalistische en socialistische retoriek naar voor in het publieke debat, wat de afgelopen jaren afwezig was in Duitsland. Lafontaine riep ook op om het recht op een algemene staking te erkennen, een gevoelig punt in Duitsland.

Tegelijk was Lafontaine niet bereid om in te gaan tegen het beleid van de L.PDS in Berlijn. Hij steunde de lijst van de L.PDS bij de regionale verkiezingen en niet de WASG-lijst. De voorbije weken kwam het echter niet tot een herhaling van eerdere kritieken op het beleid van het Berlijnse bestuur. Lafontaine vermeed het om een uitspraak hierover te doen in publieke toespraken. Op het congres stelde hij dat de nieuwe partij zal staan voor het beleid van de SPD voor 1998, voor de start van de regering-Schröder en toen Lafontaine zelf nog voorzitter van de SPD was. Maar in de jaren 1990 was de SPD reeds een burgerlijke partij die de actieve steun van arbeiders en jongeren was verloren wegens haar verantwoordelijkheid bij het doorvoeren van besparingen op lokaal en deelstaatniveau. Lucy Redler legde in haar toespraak uit dat ze in de jaren 1990 politiek actief werd als scholier bij het verzet tegen het beleid van een door de SPD geleide regeringscoalitie in de deelstaat Hessen. Ze stelde dat ze er nooit aan had gedacht om in die periode bij de SPD aan te sluiten…

Lafontaine verklaarde dat hij na de verkiezingen van 2009 wil deelnemen aan de regering van de deelstaat Saarland. Hij bracht geen voorwaarden naar voor om een coalitie te vormen met de SPD. Uiteindelijk brengt Lafontaine dus geen principiële linkse positie naar voor, maar zorgt hij ervoor dat de nieuwe partij zich richt naar het politieke establishment. Tegelijk is het niet uitgesloten dat er onder druk van de gebeurtenissen een bocht naar links wordt genomen.

Kan de nieuwe partij ontwikkelen?

De nieuwe leiding zal gedomineerd worden door parlementsleden, gemeenteraadsleden en voltijdse medewerkers van de partij. De nieuwe partij zal de politieke lijn van de L.PDS volgen. In Oost-Duitsland en Berlijn zal de partij een verderzetting vormen van de oude L.PDS.

In het westen van het land zal de situatie anders zijn omdat de nieuwe partij er geen deel uitmaakt van regeringscoalities en wellicht een linksere basis zal hebben. De partij zal er gezien worden als een oppositiepartij en zal wellicht successen kennen bij de verkiezingen, mogelijk zal dat reeds het geval zijn bij de deelstaatverkiezingen in Bremen in mei. Dan kan de partij mogelijk voor het eerst verkozenen hebben in deelstaatparlementen in het westen van het land. De nieuwe partij zal ook een groeiende invloed hebben in de vakbonden en druk zetten op delen van de vakbondsleiding om te breken met de SPD.

Maar het bureaucratische interne leven van de partij en de sterke oriëntatie op de parlementen, zullen ervoor zorgen dat het een open vraag is of de partij er in zal slagen om nieuwe arbeiders en jongeren aan te trekken. Enkel een dergelijke toevloed van arbeiders en jongeren kan een verdere bocht naar rechts tegen houden. Dat is niet uitgesloten, maar het is niet het meest waarschijnlijke scenario. In de periode voor de komende algemene nationale verkiezingen (wellicht in 2009), zal de nieuwe partij zich kunnen voorstellen als de linkse oppositie tegen de huidige “grote coalitie”. Dat zal echter niet noodzakelijk leiden tot een actieve steun van de arbeiders en jongeren.

Wat te doen?

De strijd om te komen tot een echte arbeiderspartij met een socialistisch programma gaat verder. Socialistische krachten binnen en buiten de nieuwe partij moeten zich organiseren om tussen te komen in strijdbewegingen en om eisen naar voor te brengen voor de nieuwe partij. Marxisten in en rond de SAV zullen de Berlijnse WASG-afdeling steunen in haar weigering om tot de nieuwe partij toe te treden en de poging om een nieuwe regionale linkse formatie op te zetten in de hoofdstad. Dat is belangrijk omdat het onmogelijk is om arbeiders of jongeren die politiek actief willen worden te vragen om bij “Links” aan te sluiten als die formatie deel uitmaakt van de lokale coalitie waartegen strijd wordt gevoerd.

In het oosten van Duitsland zullen SAV-leden geen lid worden van de nieuwe partij omdat deze te dicht bij het politieke establishment staat. Om de meest strijdbare lagen te bereiken is een onafhankelijk profiel noodzakelijk.

In het westen van het land zullen SAV-leden toetreden tot de nieuwe partij en er opkomen voor een duidelijk socialistisch programma. Tegelijk zullen we natuurlijk ook eigen onafhankelijke campagnes voeren, bijvoorbeeld rond de komende G8-top in Rostock. We zullen uiteraard ook onze activiteiten op de werkvloer en in de vakbonden verderzetten.

Onze organisatie stond vooraan in de linkse oppositie binnen de WASG en tegen de onprincipiële fusie met de L.PDS. SAV is politiek versterkt uit deze ervaring gekomen. Onze kameraad Lucy Redler is de meest gekende trotskist van het land, dat leidde er reeds toe dat er de komende maanden twee boeken van Lucy zullen verschijnen. De autoriteit van de SAV onder linkse militanten is gegroeid en we bevinden ons in een goede positie om de marxistische krachten uit te bouwen. Dat zal noodzakelijk zijn om effectief tot een massale arbeiderspartij te komen. Hoe sterker de marxistische krachten zijn in een dergelijk proces, hoe beter het resultaat is voor nieuwe arbeiderspartijen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie