Is een ecologisch kapitalisme mogelijk? Opwarming van de aarde: is het al te laat?

Het kapitalisme als maatschappelijk productiesysteem heeft in niet onaanzienlijke mate bijgedragen tot de opwarming van onze planeet. Deze opwarming is te wijten aan de verhoogde concentratie van ‘broeikasgassen’ (waaronder koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), …) in onze atmosfeer, die haar oorsprong vindt in de massale verbranding van fossiele brandstoffen (hoofdzakelijk niet-hernieuwbaar), ontbossing, industriële landbouw,…

De socialistische bewegingen hebben hun strijd aanvankelijk vooral gericht tegen de meest directe gevolgen van de brutale uitbuiting waarmee de arbeiders geconfronteerd worden. Maar marxisten hebben sinds het midden van de 19e eeuw ook standpunten ingenomen tegen de gevolgen van dit systeem op het milieu. (1)

De gevolgen van de uitstoot van CO2 en andere gassen is reeds tientallen jaren bekend. In de VS verscheen in 1979 het rapport-Charney (naar de naam van een meteoroloog) in opdracht van de regering.(2) Dit rapport voorzag reeds een verhoging van de gemiddelde temperatuur, maar het kapitalisme redeneert steeds op korte termijn.

Vandaag kunnen we enkel vaststellen dat de experts destijds reeds een aantal terechte opmerkingen maakten. Vandaag wordt door een meerderheid van de wetenschappers toegegeven dat klimaatsveranderingen het gevolg zijn van menselijke activiteiten en dat deze veranderingen een bedreiging vormen voor het welzijn van miljoenen mensen.

Er zijn veel effecten van de klimaatsveranderingen: opwarming van de atmosfeer, opwarming en verzuring van de oceanen, afsmelten van ijsbergen, terugtrekken van de poolkap,… Wetenschappers onderzoeken nog steeds de omvang van de gevolgen van klimaatsveranderingen alsook de neveneffecten ervan.

In wetenschappelijke kringen wordt vaak gesproken over de zogenaamde “positieve retroactie”, waarmee bedoeld wordt dat de sommige effecten van klimaatsveranderingen op hun beurt het tempo van de klimaatsverandering versnellen. Een beetje zoals de interesten op schulden de schulden soms doen toenemen. Dat sneeuwbaleffect zou op langere termijn enorme gevolgen hebben.

De directe gevolgen voor de mensheid zijn belangrijk: veranderingen in de biodiversiteit, toename van bepaalde ziektes (zoals cholera), toename van het aantal natuurrampen (overstromingen, hittegolven, orkanen,…). Volgens de perspectieven van de VN en het rapport-Stern, zouden er tegen 2010 zo’n 50 miljoen “milieu-vluchtelingen” zijn. Tegen 2050 zou het om 200 miljoen mensen gaan. (3)

Een groter bewustzijn rond deze kwestie?

Als we de media van de afgelopen periode mogen geloven, zouden de politici het probleem ernstig nemen. De documentaire van Al Gore, An Inconvenient Truth, wordt wereldwijd verspreid sinds oktober. Van 6 tot 17 november was er de twaalfde internationale conferentie over de opwarming van de aarde in Nairobi (Kenya). Enkele dagen daarvoor kwam het rapport-Stern uit, genoemd naar de vroegere topman van de Wereldbank.(4) In dat rapport worden de financiële gevolgen van de opwarming becijferd. Stern stelde dat de kosten kunnen oplopen tot 5.500 miljard euro tegen 2050. Hij voorspelde dat de opwarming van de aarde een impact kan hebben die vergelijkbaar is met de wereldoorlogen of de economische crisis van 1929.

Al die elementen zorgen ervoor dat de problematiek onder een ruimer publiek wordt bekendgemaakt. Maar ze hebben nog iets gemeen: het gebrek aan oplossingen voor de problemen.

Het Kyoto-protocol was erop gericht om de uitstoot van CO2 te beperken op internationaal vlak. Ondanks de beperkte doelstellingen in het protocol, werd het niet goedgekeurd door de grootste vervuiler op wereldvlak: de VS. (5) Ook Australië weigerde het verdrag goed te keuren en Canada denkt eraan om zich terug te trekken. Rusland heeft minder problemen na het ineenstorten van haar economie na 1990. Heel wat westerse landen kopen gezonde lucht van minder geïndustrialiseerde landen op om zo de Kyoto-normen te behalen…

De armste landen hopen op solidariteit van de rijkste landen, maar die komt er niet. De oplossingen die worden aangebracht zijn allemaal geschoeid op neoliberale en neokoloniale leest. CO2-quota’s vormen geen oplossing, het leidt er enkel toe dat de problemen geëxporteerd worden door onder meer het inplanten van vervuilende industrieën in het zuiden om zo de CO2 uitstoot in het noorden te beperken. Dat verandert niets aan de uitstoot op zich en de gevolgen ervan.

Vormt kernenergie een alternatief?

Het Kyoto-protocol wordt gebruikt als excuus om over te gaan tot de verdere uitbouw van de kernenergie als “enige geloofwaardige alternatief op olie”. Minister van energie, Marc Verwilghen, baseert zich daartoe op het rapport van de commissie “Energie 2003” dat handelde over de energiebehoeften in dit land. Dat rapport stelde: “België moet… de nucleaire optie open laten en de sluiting van kerncentrales herbekijken.” (6)

Een dergelijk standpunt komt overeen met de mening van de patroonsfederatie Agoria waar vooral de nood aan goedkope energie naar voor wordt gebracht. Thomas Leysen, voorzitter van Agoria en topman van de groep Umicore, liet zich in dergelijke zin uit.

Met zo’n standpunt wil men de discussie vermijden over de financiering van het onderzoek en de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Daar wordt vandaag amper in geïnvesteerd waardoor de efficiëntie ervan beperkt blijft. Als er geen middelen zijn voor onderzoek naar andere energie, blijft kernenergie natuurlijk de enige optie. Ook al betekent dit dat er heel wat kernafval is dat een bedreiging kan vormen voor toekomstige generaties.

De OESO-lidstaten hebben de afgelopen 20 jaar zo’n 160 miljard dollar uitgegeven aan subsidies voor onderzoek en ontwikkeling van de nucleaire sector. Dat bedrag moet nog verhoogd worden met de kosten voor de behandeling van het afval en de veiligheid. De mogelijkheid van kernfusie zou echter ten vroegste functioneel kunnen zijn binnen 50 jaar…

Wat zou mogelijk geweest zijn moesten die enorme middelen gebruikt worden in het kader van een duurzame politiek waarbij er meer middelen zijn voor onderzoek en ontwikkeling van energie die rekening houdt met de bevolking en hun leefomgeving? Dat biedt natuurlijk geen garanties op fundamentele verandering, maar het kan wel een aanzet vormen. Een dergelijke houding is echter niet mogelijk in een markteconomie.

Hypocrisie en “oplossingen” op korte termijn

Vandaag wordt Al Gore opgevoerd als de spreekbuis van de verdediging van het milieu. Maar had Gore als medewerker van president Clinton in het Witte Huis niet zelf ingestemd met het lozen van dioxine in zee. Was hij niet mee verantwoordelijk voor het NAFTA-akkoord (7) waarin regelgeving over het leefmilieu werd beschouwd als “afwijkingen van de markt” waartegen moest worden opgetreden? (8)

Hoe zou Al Gore een radicaal beleid rond het milieu gevoerd hebben als hij president was geworden met de financiële steun van de oliesector? Een dergelijke vraag stelde de Duitse socialist Friedrich Engels zich in de 19e eeuw al toen hij het had over het probleem van de hygiëne in de industriële steden (9), maar het gaat even goed op voor de energiekwestie vandaag.

De burgerij heeft enkel oplossingen voor het milieuvraagstuk die op hun beurt opnieuw de situatie erger maken. Het antwoord van de burgerij op de problemen veroorzaakt door de kapitalistische productie bestaat er niet uit dat die problemen worden weggenomen. De problemen worden enkel verplaatst.

Zolang een samenleving de beslissingen over energie overlaat aan aandeelhouders die enkel aan hun directe winsten denken, in een systeem gebaseerd op concurrentie en competitie, zullen we tijd blijven verliezen en zal de situatie erger worden. Er moeten oplossingen gevonden worden voor de milieuproblemen en ook voor de sociale problemen. En het ene mag niet ten koste van het andere gaan.

Om iets te veranderen aan de wijze waarop vandaag met energie wordt omgesprongen, is het noodzakelijk dat de controle over de samenleving wordt overgenomen door de arbeiders en hun gezinnen op basis van strijd rond sociale en ecologische thema’s. De energiesector moet onder de democratische controle van de arbeiders komen, zodat het mogelijk is om onderzoek te doen naar energie die rekening houdt met de belangen van alle arbeiders en hun gezinnen.

We zullen steeds meer bewegingen zien en deze zullen niet beperkt zijn tot het zuiden, waar het probleem van klimaatsveranderingen sterker voelbaar is. Wij moeten deelnemen aan acties en bewegingen rond dit thema om er een socialistisch antwoord naar voor te brengen. De verdediging van ons leefmilieu is een sociaal thema dat verbonden is met de strijd tegen het huidige systeem.


Voetnoten

  1. Zie o.a. Marx’ kritiek op de bodemuitputting (aangehaald en bediscussieerd in het boek “Marx’s Ecology”,
  2. Courrier International Hors série “Trop Chaud”: Hierin werd een artikel aangehaald van The New Yorker waarin dit rapport werd aangehaald
  3. Le Soir, 18-19.11.2006, ” Une vague de réfugiés environnementaux ”
  4. Met 5% van de wereldbevolking staat de VS in voor 25% van de totale CO2-uitstoot
  5. Le Soir, ” Le nucléaire resurgit “, 16.11.2006
  6. Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst
  7. Courrier International Hors série “Trop Chaud”. Met referentie naar een artikel in The Independent van juni 2006
  8. Het huisvestingsvraagstuk, Friedrich Engels
Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie