Duitsland. Welke weg vooruit voor links?

Van twee eenzame parlementsleden groeide hun aantal aan tot maar liefst 54. Meer dan 4,25 miljoen mensen, 8,7%, gaven hun stem aan het electoraal blok van WASG en Linkspartei.PDS. Terzelfdertijd zagen de zogenaamde winnaars, de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) en de Unie van Christlich Demokratische Union/Christlich Soziale Union (CDU/CSU), hun stemmen dalen met respectievelijk bijna drie miljoen en 1,8 miljoen.

 

Om wettelijke redenen (dat was dan toch de officiële verklaring) kon de lin-kerzijde enkel deelnemen aan verkiezingen onder de naam van Linkspartei.PDS, de nieuwe naam van de Partei des Demo-kratischen Sozialismus (PDS), en deze partij overheerste het kiesblok. In de parlementsverkiezingen van 2002 won de toenmalige PDS 1,9 miljoen stemmen. De stijging van 2,2 miljoen stemmen in september wees zowel op de teleurtelling met de regering van Gerhard Schröder als in het bijzonder op de grote aantrekkingskracht van de pas gevormde WASG en zijn meest vooraanstaande figuur Oskar Lafontaine.

Desondanks zijn slechts twaalf van de 54 leden van de linkse parlementaire groep lid van de WASG, waaronder Lafontaine. In 1999 beschreef The Sun (Londen) hem als de “gevaarlijkste man in Europa”. Op dat moment was de Keynesiaanse Lafontaine Minister van Financiën in de toenmalige regering van SPD en Groenen. Korte tijd later manoeuvreerden de kapitalisten en de burgerlijke media hem uit de regering omdat hij niet bereid was om het neoliberaal beleid uit te voeren.

Duitsland veranderde wel tijdens de zeven jaren van roodgroene regering, maar niet in overeenstemming met de hoop van vele arbeiders en werklozen. Hun ergste vrees werd integendeel bevestigd. De regering, geleid door de voormalige arbeiderspartij SPD, gebruikte zijn dichte contacten met de vakbondleiders en de vrees van vele arbeiders voor een nog slechter beleid onder een CDU/CSU regering, om een ongekende aanval op de levensstandaard en de rechten van de arbeiders door te voeren. Met de zogenaamde ‘Agenda 2010’ en de Hartz-wetten werd het sociale zekerheidssysteem afgebroken en daalde de levensstandaard. De massale werkloosheid bereikte recordhoogtes. De kapitalisten dwongen loonsdalingen en een langere arbeidstijd af. De armoede steeg en werd een massaal fenomeen, niet alleen onder langdurige werklozen. Het fenomeen van de ‘werkende armen’, tot dan ongekend in Duitsland, ontstond omdat er geen minimumloon bestaat. Zo verdient bijvoorbeeld een kapper in Saksen (Oost-Duitsland) €3,06 per uur!

De regering startte ook een nieuwe, agressieve politiek op vlak van buitenlandse politiek. Het brak met het naoorlogse (WOII) taboe rond het zenden van troepen naar andere landen. In de Balkan en in Afghanistan vochten Duitse soldaten voor het eerst sinds 1945 in een oorlog.

De oprichting van de WASG

In de herfst van 2003 en gans 2004 barstten de massaprotesten tegen het overheidsbeleid los. Honderdduizenden kwamen op straat en in sommige steden waren er stakingsbewegingen tegen besparingen in de sociale uitgaven. Als reactie op de ruk naar rechts van de SPD, leidden deze protesten tot de vorming van twee groeperingen begin 2004. Uit deze werd de vereniging WASG gevormd die begin 2005 een partij werd. Een be-langrijke laag van vakbondsactivisten uit het middenkader had gebroken met de SPD en riep op tot de oprichting van een nieuwe partij. Ook werkloze activisten vormen ook een belangrijk deel van de basis van de WASG. Individuen en leden van sommige socialistische organisaties, met inbegrip van SAV, die de laatste jaren de noodzaak aan een nieuwe arbeiderspartij had gepropageerd, sloten aan.

De stichting van de WASG was ook een reactie op het beleid van de PDS. Deze vroegere beleidspartij in de stalinistische DDR had zich na Duitse hereenmaking omgevormd tot een ‘normale’ reformistische partij. Het was socialistisch in woorden, parlementair en conformistisch in daden. Het had een sterke basis, maar enkel in het Oosten. In het westen slaagde het er niet in om onder lagen van de arbeidersklasse en de jongeren een basis op te bouwen – het feit dat ze nalieten om zich te distantiëren van hun stalinistisch verleden verhinderde dit. Het belangrijkste echter was haar onbekwaamheid om belangrijke strijdbewegingen te leiden in het belang van arbeiders en werklozen.

Tegen het eind van de jaren ‘90 begon de PDS op staatsniveau coalitieakkoorden te sluiten met de SPD. Deze coalities voerden besparingen door op sociale programma’s en privatiseerden openbare diensten. De hoop dat deze partij zich tot een links alternatief met massa -invloed kon ontwikkelen stierf dan ook voor velen ter linkerzijde, wat de ruk naar rechts van de PDS nog versnelde. Op haar congres van 2003 in Chemnitz keurde de PDS een programma goed dat de kapitalistische markteconomie aanvaardde, verklarend dat het “ondernemersgedrag en de winstbejag belangrijke vereisten zijn voor innovatie en productiviteit”. Vooral in Berlijn, dat sinds 2001 door een SPD/PDS bestuurd wordt, traden vele linkse PDS-leden toe tot WASG.

De parlementsverkiezingen van 2005

De WASG en de PDS gingen afzonderlijk naar de parlementsverkiezingen van mei 2005 van de grootste West-Duitse deelstaat Noord-Rijn-Westfalen. De WASG behaalde een stemmenaantal dat drie keer hoger lag dan dat van de PDS. De SPD leed een verpletterende nederlaag en tijdens de verkiezingsnacht kondigde Schröder vervroegde nationale parlementsverkiezingen aan voor de herfst van 2005.

Lafontaine had in de weken voordien zijn sympathie voor de WASG verklaard. Hij had nochtans op geen enkel moment de bevolking opgeroepen om WASG te stemmen noch was hij erbij aangesloten. Nu verklaarde hij zijn bereidheidwil-ligheid in de parlementsverkiezingen te kandideren op voorwaarde dat de WASG en de PDS een kiesalliantie zouden vormen. Dit is wat gebeurde, hoewel veel critici ter linkerzijde ervoor waarschuwden dat een alliantie op basis van het beleid van de PDS altijd het gevaar van con-formisme in zich droeg. De verenigde verkiezingscampagne – hoewel op de lijst van de vernieuwde Linkspartij – werd aangekondigd als de aanvang van linkse éénmaking in Duitsland. Diegenen die voorstander waren van deze koers zagen zichzelf bevestigd en verklaarden dat de meer dan vier miljoen mensen die voor de alliantie hadden gestemd, zo ook voor de eenmaking van van de WASG en de Linkspartei.PDS hadden gestemd.

Er is hiervoor echter geen enkel bewijs aan te voeren. Het kiesresultaat, ook al was het positief, was lager dan vele van de opiniepeilingen. De actieve participatie van linkse activisten in de campagne was beperkt, in het bijzonder omdat enkele belangrijke leden van de WASG en Linkspartei.PDS middenin de campagne enkele van de centrale eisen in vraag te begonnen te stellen. Een beweging in de richting van conformisme werd dan reeds vastgesteld.

Op haar nationale conferentie in juli 2005 en de nadien gehouden stemming, begon de WASG de discussie over de vorming van een nieuwe linkse alliantie. Dit moest uitdrukkelijk andere linkse krachten behalve WASG en de Linkspartei.PDS omvatten. Het zogenaamde `proces naar een nieuwe formatie’ van de linkerzijde verliep moeilijker dan de leiders van WASG en Linkspartei.PDS hadden gehoopt. Er is een groeiende kritiek op twee belangrijke punten. Ten eerste op het beleid van de Linkspartei.PDS tegenover het toetreden tot coalities op regionaal vlak en de verklaring van haar voorzitter, Lothar Bisky, dat de nieuwe formatie zich zou moeten voorbereiden om op nationaal niveau een coalitie aan te gaan met de SPD. Ten tweede was er kritiek op het ondemocratische karakter van het eenmakingsproces, waarbij de basis van de WASG en de krachten buiten beide partijen volledig buitenspel werd gezet. Er zijn ook kleine krachten binnen de WASG geweest die zich tegen een eenheid met Linkspartei.PDS verzetten, maar dan vanuit een rechts standpunt.

De Berlijnse kwestie

Dit conflict is vooral gespannen in Berlijn. Sinds 2001 wordt de hoofdstad geregeerd door een coalitie van SPD en Linkspartei.PDS. Dit zogenaamde `min-ste kwaad ‘ heeft, in vergelijking met andere staten, een voorhoederol gespeeld op het vlak van besparingen op sociaal vlak en aanvallen op arbeiders uit de openbare sector. De verkeerd voorgestelde ‘Rood-Rode’ coalitie heeft voor privatiseringen en de neoliberale grondwet van de EU gestemd. Het trok zich terug uit de nationale structuren voor loonsonderhandelingen in de openbare sector en gebruikte dit om de ambtenaren van Berlijn te chanteren en massale loonsdalingen af te dwingen. Een tuinman verzond een brief naar de onze krant, Solidarität, verklarend dat deze loonsdalingen hem €180 per maand kosten. De eindejaarspremie en het vakantiegeld voor ambtenaren werd verminderd, en andere federale staten volgend snel het Berlijnse voorbeeld. Sinds 2002 zijn er reeds 15.000 banen in de openbare sector gesneuveld en er moeten er de komende ze jaar nog eens 18.000 worden afgeschaft. De lagere tarieven op het openbaar vervoer voor mensen met een uitkering werden afgeschaft, dan opnieuw ingevoerd na massale protesten, maar slechts na een belangrijke prijsverhoging. Het gratis terbeschikking stellen van schoolboeken en ander scholingsmateriaal werd afgeschaft, prijzen voor kinderopvang verhoogd. Sociale appartementen werden geprivatiseerd, net zoals de watervoorziening. Na een schandaal bij een door de stad gecontroleerde bank was er de kans dat rijke investeerders potentiëel enorme verliezen miljarden euro zouden lijden. Uiteindelijk werd alles door de stad Berlijn betaald.

Maar toch maakte de Linkspartei.PDS een positieve balans op van dit alles. De schepen van Ecnomie van Berlijn, Harald Wolf, zei in September 2004: “De rood-rode coalitie heeft aanzienlijke verwezenlijkingen bekomen. De centrale taak voor de overheid, nl. consolidatie, werd op een vastberaden manier uitgevoerd. Het heeft opgeruimd, schoongemaakt en – in het bijzonder – opgebouwd. Het had de moed en de sterkte om in noodzakelijke confrontaties te gaan en vooral die te overleven.” Het rechtvaardigt dit beleid door op de catastrofale financiële situatie te wijzen waar de stad mee wordt geconfronteerd. Maar in plaats van de strijd aan te gaan, zij aan zij met de werkende klasse, voor meer middelen, verhaalt het de problemen op de arbeiders en de werklozen. Dit is in een stad met een werk-loosheid boven het gemiddelde, waar 1 op 6 inwoners overleeft met minder €600 per maand. Op haar laatste conferentie besliste de Linkspartei.PDS de optie open te houden om na de deelstaatverkiezingen in Berlijn, september ’06, de coalitie verder te zetten.

WASG Berlijn verzet zich tegen dit beleid en steunt o.a. de arbeiders van het universitaire ziekenhuis Charité, die tegen de loonsinleveringen en de dreigende privatisering van het ziekenhuis strijden. Één WASG-lid zei: “Indien dit nationaal `proces naar een nieuwe formatie’ niet bestond zouden we de PDS zelfs nog niet bellen om hun standpunt te vragen”. Maar dit proces bestaat en de leiding van beide partijen gebruiken aanzienlijke druk om de eenmaking in Berlijn eveneens te verzekeren. Met betrekking tot de verkiezingen van september ’06 in Berlijn, heeft de WASG verklaard dat een gemeenschappelijke kandidatuur slechts mogelijk is als de Linkspartei.PDS van koers verandert. Dit moet onvermijdelijk ook het verlaten van de coalitieregering omvatten.

Berlijn is geen speciaal geval maar een precedent. Als tijdens het proces naar een nieuwe formatie die vleugel verant-woordelijk voor huidige Linkspartei.PDS beleid wint, is er een groot gevaar dat een historische kans om een nieuwe partij van arbeiders te vormen verloren zal gaan. In plaats daarvan zou er zich een partij kunnen ontwikkelen die door het zelfde proces gaat als SPD en Groenen, degenererend in een fundamenteel zuiver kapitalistische formatie, maar dat aan een veel hogere snelheid. Dit zou geen alternatief vormen voor de werkende klasse en de jeugd.

Het beleid van de SPD /Linkspartei.PDS regering gaat zo flagrant in tegen de wer-kende klasse, dat niemand in de WASG openlijk steun durft te geven. Desondanks is er een groot meningsverschil binnen de WASG in Berlijn, en vooral nu ook op nationaal niveau, over de vraag of de WASG zich al dan niet onafhankelijk moet opstellen in de verkiezingen van September ‘06. Met het argument dat een onafhankelijke kandidatuur het eenmakingsproces in gevaar brengen, proberen sommigen binnen de WASG een beslissing uit te stellen, in die mate dat de voorbereiding van een verkiezingscampagne onmogelijk zou worden. Deze krachten – een alliantie van reformisten, Linksruck (de zusterorganisatie van de Britse SWP), en verdedigers van regeringsparticipatie – slaagden niet in hun opzet. Eind vorig jaar beliste een congres van de Berlijnse WASG een aantal politieke eisen voorop te stellen aan de Linkspartei.PDS, uiteraard met inbegrip van een eis voor een radicale verandering van beleid. Het definitieve besluit betreffende de de ver-kiezingsstrategie van de WASG zal nu vallen eind februari, wat betekenent dat er tijd zal zijn om een verkiezingscam-pagne voor te bereiden.

De rol van Socialistische Alternative (SAV)

De leden van SAV spelen een belang-rijke rol in de WASG-Berlijn. Twee leden van SAV zijn verkozen in de lokale leiding: Lucy Redler in het uitvoerend bestuur, en de Turkse syndicalist, Hakan Doganay in de bredere stuurgroep, kregen beide het hoogste aantal stemmen. Hierop volgde een hevige reactie van leidinggevende leden van de WASG en Linkspartei.PDS en in de media. Een belangrijk lid van de Linkse fractie in de Bundestag, Ulrich Maurer, viel de “trotskisten” aan, als reden voor de problemen in Berlijn. Hij probeerde ironisch Leon Trotski te ‘verdedigen’ door te stellen dat hij “zich in zijn graf zou omdraaien” als hij de politiek van SAV kon zien. Ulrich Maurer is een vroegere voorzitter van de SPD in Baden-Würtemberg, die jarenlang een coalitie tussen SPD en CDU in die federale staat steunde! In antwoord stelde SAV dat Augustus Bebel, een historische leider van de Duitse Sociaaldemocratie, zich in zijn graf zou omdraaien als hij Maurer’s opmerkingen kon lezen. Der Spiegel, een belangrijk wekelijks magazine, zei dat de SAV de belang-rijkste vijand van de Linkspartei.PDS was. Deze ontwikkelingen hebben het publieke profiel van SAV verhoogd, en een nieuwe richting gegeven aan het debat over linkse eenmaking, door het enorm te politiseren. Door de gemeenschappelijke kandidatuur tijdens de parlementsverkiezingen van 2005 dachten vele mensen dat beide partijen reeds één enkele organisatie waren. Op dit moment is er een stijgend deel van de arbeidersklasse, vooral de geavanceerde lagen, die zich realiseren dat er niet alleen twee verschillende organisaties bestaan, maar ook dat er belangrijke verschillen bestaan tussen Linkspartei.PDS en delen van de WASG over kwesties als deelname aan besparingen en privatiseringen, .

Linksruck beweert dat WASG en Linkspartei.PDS twee reformistische partijen zijn en dat de politieke verschillen binnen beide partijen bestaan. Zij komen dus tot de conclusie dat er geen argument kan zijn tegen het verenigen van beide partijen en dat de eenmaking alle andere kwesties overschaduwt. Dit omvat ook de kwestie van de WASG in de verkiezingen in Berlijn. In principe is Linksruck tegen deelname in de regering. Maar het is wel bereid om een gezamenlijke kandidatuur van WASG en Linkspartei.PDS te steunen zonder ook maar enige politieke eis naar voor te schuiven.

In een situatie waar duizenden jongeren, arbeiders en de werklozen kwaad zijn over de doorgevoerde besparingen, betekent dit een capitulatie tov de concrete politieke conflicten in Berlijn. Vandaag reeds heeft de PDS een prijs betaald voor haar beleid. In de oostelijke delen van de stad verliezen ze aan steun. Het zou betekenen dat de werkende klasse van Berlijn een kans wordt ontzegd om zijn protest te uiten tegen vier jaar anti-sociaal beleid. De fascisten van de Nationale Democratische Partij van Duitsland (NPD) zouden kunnen profiteren van deze situatie waarbij ze de woede proberen om te zetten in steun voor hun sociale demagogie en hun anti-vreemdelingstandpunten.

In werkelijkheid zit Linksruck in een alliantie met de meerderheid van de leiders van de WASG die de fusie zonder politieke dicsussie willen doordrukken. Linksruck distantieert zich nu publiekelijk van wat het de “radicale linkerzij-de” in de WASG noemt, in dit geval de afdeling Berlijn. Linksruck argumenteert als de besten voor het hebben van een beperkt programma en dat het er vooral niet om te doen is om een socialistisch alternatief naar voor te schuiven. In haar kandidatuur voor de nationale leiding van de WASG, stelde Christine Buchholz, uit de leiding van Linksruck: “Ik beschouw de idee om de WASG te verengen met een anti-kapitalistisch of socialistisch programma als een ernstige fout”. Dit omdat Linksruck het idee verwerpt dat het voor socialisten mogelijk is om een brede niet-sectaire partij op te bouwen en tegelijkertijd een overgangsprogramma voor te stellen dat de campagnes rond concrete themas die werkende klasse aanbelangen verbindt met de noodzaak aan een socialistisch programma..

Het karakter van de WASG

Hoewel het juist is dat zowel WASG als Linkspartei.PDS een reformistisch karakter hebben en dat binnen beide partijen er gelijkaardige discussies zijn over regeringsdeelname, is het zo dat de twee partijen een zeer verschillend rol spelen bij de linkerzijde en in de maatschappij.

Binnen de Linkspartei.PDS is er momenteel geen merkbare linkse oppositie die zich verzet tegen de politiek van de leiding. Men schat dat deze partij 60.000 leden heeft, hoofdzakelijk gepensioneerden. Het actieve lidmaatschap is ongeveer 6.000, hoofdzakelijk werknemers van de partij en leden die in diverse lokale, regionale en nationale parlementen zitten. Het heeft bijna geen invloed onder jongeren en in de bedrijven. Het is zeer snel naar rechts opgeschoven. Vele arbeiders steunen het nog steeds niet vanwege het stalinistische verleden.

De WASG is een nieuwe oppositiekracht met belangrijke banden met de vakbonden en sociale bewegingen. Het heeft twee belangrijke programmapunten die de politiek van de Linkspartei.PDS in de lokale regering tegenspreken. Het WASG- programma zegt: “Wij verzetten ons tegen het huidige neoliberale beleid. Wij zullen slechts deelnemen aan een regering op regionaal of nationaal niveau indien er zich een belangrijke politieke verandering voordoet in de richting van onze eisen”. En in het verkiezingsmanifest stelt de WASG: “Wij zullen niet deelnemen of steun verlenen aan een regering besparingen doorvoert op sociaal vlak”. De WASG is het dynamische deel van de `proces naar een nieuwe formatie’. De 2,2 miljoen nieuwe stemmen voor de linker-zijde toont de potentiële steun, die de WASG zou kunnen verzamelen. Het kan een grote aantrekkingskracht worden voor vakbondsactivisten, activisten in sociale bewegingen en lagen van de wer-kende klasse die niet tot nu toe nog niet actief zijn geweest.

De PDS was in vrije val tot het vorig jaar door de WASG en Lafontaine werd gered. Socialisten zouden de positieve aspecten van de WASG moeten verdedigen en tegelijkertijd wijzen op de gevaren van een programma dat reformistisch blijft.

SAV was de enige politieke kracht binnen de WASG die argumenteerde tegen het Keynesiaanse karakter van het programma, tijdens het programmatorische debat binnen de WASG in de lente van 2005. SAV verklaarde dat de vele goede en correcte eisen naar een kortere arbeidstijd, een minimumloon, investeringsprogramma’s, enz. niet duurzaam kunnen worden binnen de beperkingen van de kapitalistische maatschappij. Wegens het crisiskarakter van de kapitalistische wereldeconomie en de massaal stijgende economische competitie, kan positieve verandering voor de meerderheid van de bevolking slechts door massastrijd worden bereikt en kan enkel duurzaam worden als het kapitalisme wordt afgeschaft en door een socialistische democratie werd vervangen.

De leden van SAV legden uit dat de kwestie van een socialistisch programma niet enkel een ideologische vraag is, maar dat deze het concrete beleid van de partij tijdens de dagdagelijkse strijd zou bepalen. Enkel een partij die zich in haar programma niet laat beperken door de kapitalistische economie zal, bijvoorbeeld, in staat zijn een programma te ont-wikkelen over hoe de banen in de autoindustrie te verdedigen. Wanneer we kijken naar de globale 25% overcapaciteit in de sector, is het duidelijk dat het winstprincipe en de concurrentie moet worden uitgeschakeld zodat de fabrieken en de machines kunnen worden gebruikt om dingen te produceren die nodig zijn voor de maat-schappij. Zonder de nationalisering van de autoindustrie onder democratische controle en het beheer van de arbeiders, zou dit onmogelijk zijn. Dit zou een concrete toepassing zijn van een socialistisch programma in de strijd van autoarbeiders in Duitsland en wereldwijd.

SAV heeft nooit het aannemen van een socialistisch programma als een voorwaarde gesteld voor het constructieve gezamenlijke werk om de partij op te bouwen, zolang de WASG arbeiders en jongeren de kans biedt om hun politieke belangen uit te drukken en te verdedigen. Desondanks probeerde de rechterzijde van de WASG, rond regionale vakbondsleider, Klaus Ernst, begin 2005 om SAV uit te sluiten uit de partij. Dit faalde vanwege de weerstand van de basis van de WASG die het duidelijk maakte dat de socialisten en marxisten hun plaats hebben in de partij en dat er geen uitsluitingen mogen gebeuren op politieke gronden. Vanwege het debat over de kwestie om met de Linkspartei.PDS in Berlijn deel te nemen aan de verkiezingen zijn Ernst en anderen opnieuw begonnen met hun campagne tegen SAV. De perswoordvoerder voor de WASG heeft een document van acht pagina’s geschreven waarin hij, gebruik makend van vele onwaarheden, verklaart waarom hij weigert met SAV samen te werken. In een tekst viel Ernst de “dogmatici” aan die “niet in staat zijn een partij te ontwikkelen”. De rechterzijde zal opnieuw falen in haar poging om de socialisten te marginaliseren. In werkelijkheid is het de basis die de druk verhoogt op de leiding.

Linkspartei.PDS & WASG samenwerking

Dit is vooral het geval vanwege de derde ‘samenwerkingsovereenkomst` die tussen de twee nationale leidingen werd bereikt. De nieuwe overeenkomst omvat een positieve verwijzing naar de politieke strategie van de Linkspartei.PDS. Het centrale gedeelte hiervan is de deelname aan lokale coalities met de SPD. Deze overeenkomst sluit ook uit dat beide organisaties zich ooit tegen elkaar zouden kandideren in verkiezingen. En dit op een tijdstip waarop precies deze vraag in Berlijn wordt besproken, met een meerderheid van het lidmaatschap dat zich in de richting van een onafhankelijk kandidatuur beweegt!

Er was geen kans om de tekst van deze overeenkomst binnen de WASG te be-spreken – de afdelingen en de regionale groepen konden het in geen geval beïnvloeden. Deze flagrant ondemocratische manier van werken leidde tot scherpe aanvallen op de nationale leiding, zelfs van leden die zich niet tegen de inhoud van het document verzetten. De leiding van de WASG in de staat Saksen ver-klaarde: “Het is onaanvaardbaar hoe de leiding, sinds de creatie van de partij, op een arrogante en offensieve manier de democratische regels die de basis van deze partij vormen naast zich neer legt.” En: “Deze manier van werken kan worden gezien als een fundamentele beschadiging van het proces ter vorming van onze partij. Al onze organen vragen dat de basis niet enkel de drager maar ook de initiatiefnemer zou moeten zijn van dit vormingsproces. De nationale leiding handelt in strijd met dit programmapunt en schaadt fundamentele elementen in de geest van onze partij, zoals billijkheid, gevoeligheid, solidariteit en de democratische methode van standpuntbepaling “.

Binnen het lidmaatschap van de WASG is er momenteel discussie over alternatieve manieren om een proces tot een nieuwe formatie van de linkerzijde te bewerkstelligen. Niemand is als dusdanig tegen deze discussie, met inbegrip van SAV. Enkel eenheid tussen WASG en Linkspartei.PDS zonder enige voorwaarde staat dit proces in de weg. De verdediging van een fundamentele oppositie tegen elke vorm van besparingen en privatiseringen wordt geëist, evenals een democratisch proces dat krachten buiten de beide partijen kan omvatten. Een nieuwe linkse partij zou een linkse politiek moeten hebben!

Vele regio’s eisen het ontslag van de nationale leiding en de verkiezing van een nieuwe leiding. Er is kans dat dit bij het volgende nationale congres gebeurt, welke begin april zal plaatsvinden. Binnen de nationale leiding beginnen er meningsverschillen te verschijnen. Drie van de leden hebben een verklaring gepubliceerd die een merkbaar kritischere en linksere toon heeft dan een verklaring van de meerderheid van de leiding. De leider van Linksruck, Buchholz, behoort tot de meerderheid, en richt zich meer en meer op de dominante bureaucratische krachten binnen de nationale leiding.

De verdere ontwikkeling van de WASG en het proces ter vorming van een nieuwe linkerzijde hangt in het bijzonder af van de ontwikkeling van klassenstrijd in de komende maanden. De grote coalitie onder Angela Merkel (CDU) en Franz Müntefering (SPD) heeft beslist een nieuwe golf van aanvallen op de werkende klasse in te zetten. Het grootste deel van deze maatregelen – de verhoging van de BTW, minder rechten op de werkvloer, het optrekken van de pensioenleeftijd, lagere uitkeringen voor de werklozen, en veel meer – zullen stapje voor stapje worden doorgevoerd. Dit jaar wordt voorgesteld als het jaar van de economische heropleving (met minimale investeringen). De grootste aanvallen zullen in 2007 komen. Op sommige gebieden, bijvoorbeeld het gezondheidssysteem, zijn de CDU/CSU en SPD er tot dusver niet in geslaagd om met een gemeenschappelijk beleid op de proppen te komen. Maar verdere aanvallen op de werkende klasse zijn zeker.

De vakbondleiders hebben tot dusver geen protesten tegen de regering georganiseerd noch voorgesteld. De sociale bewegingen plannen een nationale betoging op 1 april en proberen momenteel steun te mobiliseren binnen de vakbonden. Tenminste roepen ze op tot steun aan de protest tegen de Bolkesteinrichtlijn van de EU in februari, een protest dat ook de SPD zal steunen – om haar ‘sociaal ‘ gezicht te tonen!

Het is een open vraag of er een algemene beweging tegen de regering zal ontwikkelen dit jaar, zoals we in 2003 en 2004 tegen de regering Schröder zagen. Het potentieel is er, maar noch de vakbondleiding noch de nieuwe linkse parlementaire groep proberen het te mobiliseren.

Terzelfdertijd is er een voortdurende golf van aanvallen op lonen, arbeidstijd en jobs. Er is veel strijd in de samenleving. Vooral in de industrie, waar men in actie komt tegen sluitingen, de delokalisatie van fabrieken en het verlies aan jobs. Havenarbeiders hadden een succesvolle Europese staking op 11 januari tegen deregulering (Port Package II). Duizenden Duitse havenarbeiders namen deel. In maart is er een nieuwe ronde in de loonsonderhandelingen bij de metaalsector. Waarschuwingsstakingen en echte stakingen voor loonsverhogingen zijn mogelijk. Maar deze strijdbewegingen zijn momenteel geïsoleerd, defensief en vaak van zeer korte duur. Deze strijdbewegingen met elkaar verbinden en het ontwikkelen van een gemeenschappelijke strategie is dringend nodig. De vakbondsleiders verhinderen dit en de linkerzijde in de werkplaatsen is ofwel te zwak ofwel onbekwaam om een dergelijke strategie te ontwikkelen.

Niettemin kan men niet uitsluiten dat deze geïsoleerde protesten vaker zullen voorkomen en dat kwantiteit zal overgaan tot kwaliteit. Een dergelijke ontwikkeling zou de WASG beïnvloeden, de Linkse parlementaire groep en het proces naar een nieuwe partij. Indien een paar duizend tot strijd bereide arbeiders toetreden, zou dit het proces kunnen radicaliseren. Maar de kwestie van de timing van verschillende gebeurtenissen is belangrijk. Tot nu toe heeft de Linkse parlementaire groep weinig initiatief en aantrekkelijkheid ontwikkeld. Indien er een besluit is om beide partijen op basis van de politiek van de Linkspartei.PDS te verenigen, dan is er het gevaar dat de linkse activisten uit de WASG zullen terugtreden en dat de partij geen arbeiders en jongeren zal aantrekken. Dit zal nog meer het geval zijn indien de verenigde partij – zoals wordt gepland – deelneemt aan nog meer regeringen in de deelstaten en daar mee de aanvallen tegen de arbeiders doorvoert.

Cruciale momenten

Er hangt veel van Berlijn af. Men moet niet verwachten dat de Linkspartei.PDS van koers zal veranderen. Indien de WASG onafhankelijk kandideert op een principieel programma en een actieve campagne en als het de steun van vakbondsleden en activisten van sociale bewegingen en initiatieven wint, heeft het een kans om de noodzakelijke 5% te bereiken om in het parlement van Berlijn binnen te gaan. Dit zou een groot effect hebben op het nationale proces voor de vorming van een nieuwe partij en zou de anti-kapitalistische en socialistische krachten versterken. Een eenmaking van beide partijen zonder enige voorwaarden, zou het veel moeilijker maken om een echte nieuwe aantrekkingspool te vormen voor linkse en kritische activisten.

Of de beide leidingen van Link-spartei.PDS en de WASG een dergelij-ke ontwikkeling zullen laten gebeuren zonder tussen te komen en of ze hun dreigementen die ze in november na de Berlijnse WASG-conferentie hebben gemaakt, zullen omzetten in de praktijk – mensen uitsluiten of zelfs de organisatie laten splitsen – blijft af te wachten. In elk geval moeten de anti-kapitalistische en socialistische groepen in de WASG zichzelf voorbereiden voor deze moge-lijkheid. Een sterkere en beter gecoördineerde samenwerking van deze krachten is noodzakelijk en wordt voorbereid.

De ontwikkeling van de WASG en het debat over de vorming van een nieuwe linkse partij opent een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Duitse arbeidersbeweging. Na de val van de Muur van Berlijn, werd de werkende klasse in het defensief geduwd. Op het ideologische vlak startte de burgerij een massaal offensief. Internationaal droeg de verburgerlijking van de traditionele arbeiderspartijen en de ruk naar rechts van de vakbondsleiding bij tot de vermindering van socialistische ideeën en zelfs basisklassenbewustzijn binnen de arbeidersklasse.

Nu is de windrichting beginnen veranderen. Geconfronteerd met een volgehouden neoliberale aanval die de belangrijkste verwezenlijkingen van de arbeidersbeweging in vraag stelt, zoeken belangrijke lagen van arbeiders en de jongeren een manier om zich hiertegen te verzetten en naar politieke alternatieven. De oprichting van brede partijen van arbeiders, werklozen en jongeren – die vakbondsleden samenbrent met socialisten en activisten van sociale bewegingen (de vrouwenbeweging, anti-globalisering, anti-fascisme, milieu, etc) en ook frisse lagen van arbeiders die de strijd aangaan – is nu een belangrijke en noodzakelijke stap.

Deze partijen komen niet in de plaats van arbeidersorganisaties met een marxistisch programma, maar zij zijn noodzakelijk om een proces in gang te zetten, die Karl Marx zelf formuleerde als de “klasse op zich” (een sociaal-economische klasse) die een “klasse voor zich” (een bewuste politieke macht) wordt. De bewuste en gerichte interventie en de participatie van marxistische organisaties zoals SAV is belangrijk. Ten eerste, om een breder publiek voor marxistische ideeën te bereiken en ten tweede om de ontwikkeling van deze partijen te versnellen en hen succesvol te maken. Zonder een socialistisch programma zullen arbeiderspartijen, tijdens de huidige periode van kapitalistische neergang, spoedig op hun limieten lopen. Dit is de les van het falen van de oude arbeiderspartijen en hun volledige omvorming in pro-kapitalistische formaties.

Het kapitalisme, in de periode van globalisering, wordt gekenmerkt door stagnatie, recessie en groeiende internationale competitie, laat weinig ruimte voor hervorminge. Het verwerven van hervormingen vergt massa-actie. Zelfs gematigde eisen, op basis van massastrijd, kunnen een quasi-revolutionair karakter krijgen. De tijd van stabiele reformistische partijen, met een massalidmaatschap, zoals we ze kenden in vele landen na 1945, is definitief voorbij. Er zullen nieuwe pogingen komen om arbeiderspartijen op te bouwen. Velen zullen niet lang blijven bestaan omdat de reformistische krachten hen tot regeringsparticipatie zullen brengen waar ze mee besparingen zullen doorvoeren. Ze zullen daarom geen duurzame aantrekkingspolen worden. Maar in deze processen en in de klassenstrijd zullen er zich nieuwe generaties van vechters ontwikkelen die de strijd zullen aangaan voor een echte nieuwe en die open zullen zijn voor marxistische ideeën. De WASG is een eerste dergelijke stap in Duitsland. Het is de taak van Duitse marxisten om er alles aan te doen om deze embryonale foramtie tot een massale arbeiderspartij te ontwikkelen, met een socialistisch programma.

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie