Overbevolking: een antwoord op de mythes

Het onderwerp “overbevolking” is erg breed, het bevat belangrijke elementen over ecologie, maar ook over hoe de maatschappij georganiseerd is en wat het verband is tussen kapitalisme en ecologie.

Een veel gehoorde stelling is dat we met teveel mensen op deze wereld zouden zijn. Met onze 6 miljard collega’s, waarbij er iedere dag 250.000 bijkomen zouden we in 2050 met 10 miljard zijn. En dan stelt de filosoof Etienne Vermeersch in ‘De ogen van de Panda’: “beeldt u in dat er 10 miljard mensen zouden zijn met een degelijke welvaart, dat zou een ecologische catastrofe betekenen”. Dit idee is niet nieuw, Vermeersch neemt het over van Mathus (een 19e eeuwse filosoof) en om te antwoorden op Vermeersch kunnen we eigenlijk het antwoord van Marx en Engels op Malthus gebruiken. Marx kwam tot de conclusie dat de stellingen van Malthus uiteindelijk ingingen tegen de belangen van het menselijke ras. De consequenties van wat Mathus stelde over de zogenaamde overbevolking, waren dat hij bvb stelde dat er geen sociale bijstand nodig was in Engeland (op dat ogenblik was er een scherpe bevolkingstoename in Engeland en een enorme armoede). Met andere woorden: laat de armen maar creperen en armoede lijden, dat zal de bevolking doen afnemen.

 

Wordt armoede veroorzaakt door overbevolking?

Dat is een eerste fundamentele fout die Malthus maakt. En ook daar staat Malthus jammer genoeg niet alleen, een Amerikaanse bevolkingsexpert stelde bij een bezoek aan Dehli (India) dat de bevolking daar een vorm van bevuiling vormt omdat ze met zoveel zijn. Waarom zou hij niet tot zo’n conclusie komen in New York? Is het de bevolking, of is het de armoede die er “bevuilend” is? Een andere zogenaamde expert, dhr. Hardin, stelt dat er geen hulp moet gegeven worden aan de armen, dat uithongering een oplossing biedt voor overbevolking… Dat is natuurlijk wel een gemakkelijke stelling voor een Westeuropeaan die zichzelf wellicht niet vrijwillig zal opofferen om uit te hongeren! Waar al deze filosofen toe komen is eigenlijk de stelling dat armoede veroorzaakt wordt door overbevolking, waarbij uithongering een stap vooruit zou betekenen in de ontwikkeling van de mensheid. Ze gaan daarvoor terug op het Darwinisme, dat in de dierenwereld een survival of the fittest vaststelde. Malthus paste dit echter toe op de bevolking, en komt zo eigenlijk tot de conclusie dat het de natuur is die overbevolking veroorzaakt en dat die overbevolking uiteindelijk de armoede veroorzaakt. De natuur is dus de oorzaak van alle problemen volgens Malthus.

Een tweede vooroordeel bestaat eruit dat overbevolking zou afhankelijk zijn van culturele factoren, bvb de Turkse bevolking die zou “kweken als konijnen” (een stelling die door bepaalde Blok-leden wordt verkondigd). Maar als bevolkingsgroei afhankelijk zou zijn van culturele aspecten, hoe verklaar je dan dat in landen als Italië en Spanje, die toch erg katholiek zijn (en dus tegen contraceptie en dergelijke meer) een gemiddelde fertiliteit kennen van 1,24 kinderen per vrouw? Of hoe verklaar je dan de sterke daling van de bevolkingsgroei in Japan (in 1949 een gemiddelde fertiliteit van 4,5 kinderen per vrouw, wat nu gedaald is tot 1,5)?

Een voorbeeld uit India geeft eigenlijk aan hoe de bevolkingsgroei kan ontwikkelen. Een provincie in het zuiden, Kerala, kende in de jaren ’70 een aantal belangrijke bewegingen waarbij er een regering verkozen werd die gedomineerd werd door een communistische partij. Die partij werd onder druk van bewegingen tot bepaalde sociale hervormingen gedwongen: beperkte landhervormingen, een begin van onderwijs en sociale zekerheid. Welke impact heeft dit nu op de bevolkingsgroei? Terwijl in India een vrouw gemiddeld 3,9 kinderen krijgt, is dat in Kerala 1,8!

En dan komen we terug op de stelling die ook door Vermeersch wordt verdedigd, namelijk: “hoe groter het deel van de wereldbevolking dat in welstand leeft, hoe meer het ecosysteem in gevaar komt”. Een dergelijke stelling gaat volledig voorbij aan de economische en sociale onderbouw van het systeem. Uiteindelijk legt het de verantwoordelijkheid voor de reële ecologische problemen niet bij het systeem, maar bij de mensen zelf. De populair gestelde versie van de stelling van Vermeersch, namelijk ‘Geef alle Chinezen een auto en het milieu is kapot’, stelt eigenlijk dat er teveel Chinezen zijn voor een degelijk welvaartspeil te kunnen invoeren! Waar die stelling geen rekening mee houdt is dat het huidig systeem enkel produceert voor winst, niet voor behoeften en bijgevolg ook niet voor de ecologische behoeften die aanwezig zijn. Zowel de ecologische problemen als de bevolkingstoename worden veroorzaakt door het kapitalisme. De bevolking neemt sterkt toe, bij gebrek aan sociale zekerheid, bij nood aan kinderarbeid om meer winst te maken,… Op dit moment leeft één vierde van de totale wereldbevolking in absolute armoede (geen drinkbaar water, onderwijs, huisvesting,…). Die problemen worden niet veroorzaakt door overbevolking, maar door het winstsysteem dat het kapitalisme is.

 

“Grenzen aan de vooruitgang”?

De basis voor veel overbevolkingstheorieën is het Malthusianisme. De centrale stelling van deze stroming is dat de bevolking geometrisch (exponentieel) groeit: 2,4,8,16,32,… Terwijl de bevolking exponentieel groeit, zou de voedselproductie arimethisch groeien: 1,2,3,4,5,… Hierdoor zou er een kloof ontstaan tussen productie en bevolkingstoename waardoor er overbevolking zou zijn. Uiteindelijk is dat ook de redenering die Vermeersch volgt als hij stelt dat we moeten afstappen van het wetenschappelijk technologisch optimisme omdat “er grenzen zijn aan de vooruitgang”. Met andere woorden: de technologie zou niet vlug genoeg groeien (en zou niet vlug genoeg KUNNEN groeien) om de bevolkingsgroei op te vangen. De enige logische conclusie die Vermeersch dan ook kan maken is dat er dringend nood is aan een bevolkingsstop in de Derde Wereld (zonder een fundamenteel idee te hebben hoe dat kan).

De voornaamste kritiek die Friedrich Engels naar voor brengt tegenover Malthus is dat hij productie en technologie rechtstreeks afhankelijk stelt van het aantal mensen, niet van de productiewijze en de impact die deze heeft op de ontwikkeling van technologie.

Volgens de critici zouden marxisten vooruitgangsoptimisten zijn, waarbij ze dat negatief voorstellen. Maar we moeten kijken naar de mogelijkheden die nu al aanwezig zijn. Op vlak van energie zien we dat auto’s op waterstof perfect mogelijk zijn, maar dat het patent opgekocht is door de petroleumindustrie. Gratis en degelijk openbaar vervoer op basis van milieuvriendelijke energie is mogelijk, waarom hebben we dan allemaal vervuilende auto’s nodig? Met andere woorden: de voorwaarden om te kunnen komen tot een milieuvriendelijke levenswijze worden op dit ogenblik niet gebruikt. Ook in de landbouw zien we dit: slechts 44% van de landbouwgrond wordt ook effectief gebruikt als productieve landbouwgrond. Daar is dus een sterke toename van de productie mogelijk zonder over te gaan tot het kappen van bossen. Waarom worden al deze mogelijkheden niet toegepast?

Als we daar een antwoord proberen op te formuleren komen we tot een volgende fundamentele fout van zowel Malthus als Vermeersch. Vermeersch stelt bijvoorbeeld dat in het kapitalisme de kapitalisten enkel winst willen maken om nieuwe productiemiddelen te maken die voor nog meer winst zorgen. Terwijl de kapitalisten inderdaad meer winst willen, zien we echter dat ze dit niet doen door een “ononderbroken uitbreiding” van de productiemiddelen. Integendeel, we zien dat een deel van de productie afgestoten wordt, dat kapitalisten hun heil zoeken in financiële speculatie (de handel in lucht) in de hoop zo meer winst te maken omdat door de overproductie de winst uit de productie afneemt. De overproductie die veroorzaakt wordt door het feit dat de arbeiders niet alles kunnen terugkopen wat ze maken omdat een deel van hun loon gebruikt wordt als meerwaarde voor het patronaat, maakt ook dat er eigenlijk geen markt aanwezig is voor belangrijke vooruitgang die zou kunnen gedaan worden. En dat is ook niet nieuw. Begin 19e eeuw waren zaken als bandwerk volkomen mogelijk. Toch werd het niet ten volle benut omdat er geen markt voor was door de overproductie. Het is pas na de wereldoorlog waarbij er een vernietiging van het productieproces geweest is, dat die concepten zijn toegepast en hebben kunnen leiden tot een enorme vooruitgang. Hetzelfde zien we in de jaren ’30 met zaken als plastic. De toepassing hiervan was toen al mogelijk, toch is het pas in de economische boom van de jaren ’50 dat het een breed toepassing begon te kennen.

Het kapitalisme botst op z’n grenzen omwille van de manier waarop het georganiseerd is, en dat stopt juist de vooruitgang in plaats van het veroorzaken van een “ononderbroken uitbreiding” zoals Vermeersch stelt. In plaats van vooruitgang leidt het kapitalisme op dit ogenblik tot achteruitgang, denk maar aan de godsdienstoorlogen die weer opduiken in Nigeria of het Taliban-regime in Afghanistan.

We moeten dus niet “afstappen van het wetenschappelijk technologisch optimisme”, maar de mogelijkheden van vooruitgang plaatsen in de context van hoe het systeem werkt en hoe er geproduceerd wordt. Als marxisten vertrekken we van een klassenanalyse. Dat maakt dat we de conclusie van “anders gaan consumeren” of “consu-minderen” verwerpen. Die theorieën, die eigenlijk eenzelfde basis gebruiken als diegene waardoor Malthus stelt dat er overbevolking is, leggen de verantwoordelijkheid bij “de bevolking”, niet bij het systeem. En als je dat sterk doortrekt, kun je tot gevaarlijke en rechtse conclusies komen. Ook de eco-fascisten baseren zich op Malthus, en dat is zeker geen toeval!

 

Is er overbevolking?

Die vraag is niet nieuw. Marx heeft in ‘Het Kapitaal’ geantwoord op deze vraag. Hij stelt in dat boek dat er geen absolute overbevolking is, waarbij je een cijfer plakt op wat de bevolkingscapaciteit zou zijn dat de wereld aankan. Marx bekritiseert Malthus omdat hij geen rekening houdt met de ontwikkeling van een maatschappij. Marx stelt wel dat er relatieve overbevolking is. Hij bedoelt daar met name mee dat er voor de organisatie van het kapitalisme een ‘reserveleger’ nodig is van werklozen, kinderarbeiders, lage loonlanden,… om de winsten te kunnen vergroten. Daarnaast bedoelt hij daarmee dat bevolkingscapaciteit afhankelijk is van de productiewijze.

Een belangrijk begrip in de discussie over overbevolking is “bevolkingscapaciteit”. Wat daarmee bedoeld wordt is de bevolking die een gebied kan dragen waarbij die bevolking kan overleven van de productie op dat gebied. Het is duidelijk dat dit niet enkel afhankelijk is van de natuur, maar ook van hoe er geproduceerd wordt en technologische vooruitgang (denk maar aan uitvinden zoals de diepvries, het conservenblik, industriële landbouw,…). Er is hierdoor geen vast aantal mensen dat de wereld aankan, dat is namelijk afhankelijk van de organisatie van het systeem.

 

Welk alternatief op de ecologische problemen?

Het is duidelijk dat het kapitalisme afstevent op een ecologische catastrofe. Dat wordt bvb duidelijk in de voedselproductie. De afgelopen jaren is het aantal schandalen van vergiftigd voedsel sterk toegenomen (dioxine-kippen, gekke koeien,…). We zien dat om winst te maken onze gezondheid op het spel gezet wordt. Is dat een voorbeeld van een systeem met een ‘ononderbroken uitbreiding’ of juist een voorbeeld van een systeem dat op z’n grenzen botst.

Bij de discussie over ecologie stellen we ook enorme tegenstellingen vast. Terwijl enerzijds bijvoorbeeld gesproken wordt over een kunstmatige mobiliteitsbehoefte die zou leiden tot het file-probleem en de ecologische problemen dat dit veroorzaakt. Terzelfdertijd zien we echter dat in een aantal grote steden een deel van de bevolking geen toegang meer heeft tot zelfs een basis-mobiliteit. Hetzelfde gaat op voor het idee van de ‘consumtiemaatschappij’: een meerderheid van de bevolking heeft het steeds moeilijker en de kloof tussen rijk en arm wordt groter. Het is vanuit die tegenstelling dat we moeten vertrekken om een alternatief naar voor te brengen. Waarschijnlijk omwille van hun eigen maatschappelijk milieu, zien mensen als Malthus (die niet bepaald arm was) of Vermeersch (die met z’n proffesorenwedde ook niet moet klagen) die tegenstelling blijkbaar niet, of houden ze er toch op z’n minst geen rekening mee. De tegenstelling waarvan wij vertrekken is een klassentegenstelling. Terwijl de rijken steeds rijker worden, worden de armen armer. Dit is een logisch gevolg van de productiewijze die tot overproductie leidt. Dat wordt veroorzaakt door het feit dat diegenen die arbeid verrichten meer produceren dan wat ze verdienen, aangezien ze ook een deel meerwaarde voor de patroons produceren. De honger naar steeds meer winst bij die patroons is de voornaamste reden van de milieuproblemen. Om daar iets aan te doen volstaat bijgevolg geen bevolkingsstop van buitenaf opgelegd door een aantal verlichte despoten. Wat nodig is is een ander systeem.

Wij stellen dan ook niet voor om anders te gaan consumeren, maar om anders te gaan produceren. Productie naar behoefte, in plaats van naar winst, is echter enkel mogelijk als dit onder de democratische controle van de bevolking gebeurt. Dat is ook de enige manier om voluit gebruik te maken van de technologische mogelijkheden en die ten dienste te stellen van de behoeften, ook de ecologische behoeften.

Om zoiets te bereiken is nood aan een anti-kapitalistisch alternatief. Aan zoiets moet gebouwd worden en daarbij moet gebruik gemaakt worden van de theoretische en praktische ervaringen die geboden worden door het marxisme. Enkel door ons te organiseren en de lessen te trekken uit het verleden kunnen we ervoor zorgen dat een ecologische catastrofe kan vermeden worden!

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie